liefde voor het object


  Collectie

“Soms moet je de objecten als een politieagent bewaken", zegt Lotje Broekens, collectiebeheerder bij Het Scheepvaartmuseum. Samen met Olga van der Kooi vertelt ze over haar vak.


Als collectiebeheerder werk je tegen de klippen op, zegt Lotje Broekens. “Een museum staat nooit stil. Conservatoren vinden voortdurend nieuwe objecten en we krijgen schenkingen, soms verzamelingen van meer dan driehonderd objecten tegelijk.” De afspraak is dat alle nieuwe aanwinsten bij elk kwartaaloverleg zijn ingeschreven en opgeborgen. En dan is er ook nog eens de flinke achterstand die is opgelopen tijdens de renovatie van het museum. Lotje en Olga zijn nu fulltime bezig om die in te lopen en moeten dit jaar circa 2.000 objecten zien te verwerken. A hell of a job? “Je begint gewoon”, zegt Olga. “Object voor object.”


De objecten komen binnen in de depots in Amsterdam en Hoogwoud. Olga en Lotje verwerken ze stuk voor stuk, enigszins geordend naar soort, grootte en vorm, zodat de fotograaf niet telkens zijn opstelling hoeft te veranderen om ze op de foto te zetten. Ze nummeren het met inkt of verf op een verwijderbaar laklaagje en pakken het verwervingsvoorstel erbij dat de conservatoren voor elk object schrijven. Alle informatie daaruit verwerken ze in AdLib, een registratiesysteem voor museumcollecties. Later voegen de conservatoren de achtergrondinformatie toe.


Waar de collectiebeheerders onder meer voor zorgen is een zo accuraat mogelijke beschrijving. Olga: “Je noteert niet: ‘Schilderij met schip’, want daar hebben we er heel veel van. Je beschrijft bijvoorbeeld dat er linksachter een molen te zien is.” Lotje: “Als een object uit meerdere onderdelen bestaat, dan beschrijf je die allemaal, zodat je ook weet wat het is als er eens een onderdeel is losgeraakt."


zweetplek

De beheerders hebben voortdurend ruggespraak met de conservatoren. Over het schoonmaken bijvoorbeeld, want dat doen ze ook. Kunnen ze die zweetplek uit dat antieke zeiltenue halen of maakt het nu net deel uit van het verhaal dat het museum ermee wil vertellen?


Ze vinden het allebei mooi om veel te horen over die inhoudelijke kant, maar hun hart ligt echt bij de goede zorg voor de objecten. Lotje: “Het is jouw taak om te zorgen dat een object er – als het even meezit – over honderd jaar nog is. Dat vind ik gaaf. We benaderen objecten van een heel andere kant, maar zeker zo liefdevol.”


Als het moet bewaken ze de objecten ‘als een politieagent’, zegt Olga. Ze zijn altijd extreem voorzichtig en alert op risico’s. “Als ik hier de kamer uitloop luister ik altijd of er niet toevallig een collega met een karretje met objecten aankomt”, zegt Lotje. Bij de herinrichting van de nieuwe globetentoonstelling Het Scheepvaartmuseum draaiden ze lange dagen in opperste alertheid. Olga: ”De kleinste beweging kan je een globe kosten. Maar ‘s avonds had ik dan wel zin om even goed hard in een kussen te slaan.”


Lotje en Olga laten nog even de ruimtes in het depot in Amsterdam zien waar de objecten uiteindelijk worden opgeslagen. Alles in het gelid. Kijkend naar een grote wand met netjes opgerolde, gelabelde vlaggen zegt Lotje: “Hier wordt een collectiebeheerder dus heel blij van.” En Olga: “Misschien is dat wel een lichtelijk autistisch trekje van ons.”


Op de foto: Lotje Broekens (links) en Olga van der Kooi


Dit artikel verscheen eerder in Zeemagazijn, het magazine van de Vereeniging Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum