maritieme kalender

Welkom bij de maritieme kalender van Het Scheepvaartmuseum. Zoek op datum of jaar en ontdek wat er door de eeuwen heen op en rond zee gebeurde.

 
 
 
 
 

maritieme gebeurtenis - 27 februari

 

2004

Het Ierse ms. 'Arklow Brook', onderweg naar Antwerpen, komt tijdens zware sneeuwval op de Schelde in aanvaring met de Panamese bulkcarrier CSE 'Harmony Express', die vanuit de Put van Terneuzen richting Gent wil varen. Door deze aanvaring komt het Ierse schip in de baan van het Panamese containerschip MSC 'Nuria', dat ook onderweg is naar Antwerpen. De 'Arklow Brook' raakt beschadigd door de twee aanvaringen. Door een gat onder de waterlijn maakt het schip slagzij en is nog in staat om op eigen kracht de Put van Terneuzen te bereiken. Het schip wordt hierna rechtgetrokken door een sleepboot van Multraship Towage & Salvage. De twee grotere schepen lopen minder schade op.

Bron: weekblad 'Schuttevaer' (maart 2004)

 

1999

De zeesleper 'Suhali' van International Transport Contractors (ITC) in Heemstede levert het Argentijnse vliegdekschip 'Veinticinco de Mayo' (ex- 'Karel Doorman'), na 54 dienstjaren, vanuit Argentinië (8.500 mijl) af voor de sloop in Alang in India.

Bron: D. Overduin: 'Laatste reis van ex Hr.Ms. 'Karel Doorman'' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 5 (1999)

 

1967

HM koningin Juliana doopt de nieuwe reddingboot 'Javazee' van de KZHMRS bij de ingebruikneming op het station Breskens, precies 25 jaar na de Slag in de Javazee, waarbij circa duizend marinemensen het leven hadden gelaten en als symbool voor de inzamelingsactie hadden gediend. Tegen het eind van 1990 zal de boot worden verplaatst naar station Hoek van Holland en worden vervangen door de mrb. 'Prinses Margriet' van het type 'Medina'.

Bron: 'Jaarverslag KZHRMS' 1967

 

1947

In Nederlands-Indië wordt de Dienst van de Scheepvaart, waartoe ook de Gouvernements Marine behoort, ondergebracht in een zelfstandig Departement van Scheepvaart, belast met havenbeheer, bebakening en kustverlichting.

Bron: H. de Bles e.a: 'Vloot vereeuwigd, honderd jaar Kon. Marine in foto' (2002)

 

1946

De aandeelhouders van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij (NSM) gaan akkoord met het samengaan van de Nederlandsche Dok Maatschappij (NDM), waarna in april 1946 tot oprichting van de Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) kan worden overgegaan.

Bron: C.P.P. van Romburgh & E.K. Spits: 'Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij' (1996)

 

1944

Bij de overtocht van een groep B25-Mitchells tussen Californië en de Hawaii-eilanden verongelukt de N5-'191' vanwege een mankement aan het brandstofsysteem. De vlieger wordt gedwongen een noodlanding op zee te maken in de nabijheid van een van de ondersteuningsschepen die speciaal op de route voor deze 'ferry-vluchten' zijn geplaatst. Tijdens de landing op het ruwe zeeoppervlak ontploft één van de brandstoftanks. Uit de dan ontstane vuurzee ontkomt alleen de radiotelegrafist. De overige (Nederlandse KNIL) bemanningsleden komen hierbij om het leven, waaronder sergeant-vlieger J. de Wal van de MLD.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

1943

Het onderzeebootmoederschip Hr.Ms. 'Colombia' (1930), door de Koninklijke Marine gevorderd als passagiersschip van de KNSM, wordt op weg van East London naar Simonstown terhoogte van Simonstown door de Duitse onderzeeboot 'U 506' getorpedeerd. Acht opvarenden komen hierbij om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

1943

De tanker ms.'Tibia' (1939) van Petroleum Maatschappij 'La Corona' (Shell) onder kapitein H. Velthuis, varende in konvooi DN 21 vanuit Durban naar Abadan, wordt getroffen door torpedo's van de Duitse onderzeeboot 'U 160'. Het schip loopt daarbij zware schade en slagzij op. Een brand kan echter snel bedwongen worden, waarna op eigen kracht wordt teruggevaren naar Durban. Behalve de 'Tibia' worden in konvooi DN 21 door de 'U 160' eveneens de 'Harvey W Scott' (USA) en de Britse vrachtschepen 'Nirpura', 'Empire Mahseer', 'Marietta E' tot zinken gebracht en het Britse ss. 'Sheaf Crown' beschadigd. De 'U 160' bracht in 1942 ook de Nederlandse schepen 'Telamon' (1928) van de KNSM en 'Bintang' (1916) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' tot zinken.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

1942

Slag in de Javazee: Het eskader onder bevel van de schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman, aan boord van het vlaggenschip 'De Ruyter', raakt ter hoogte van het eiland Bawean in gevecht met een Japans eskader, dat een invasievloot moet afdekken. De Britse zware kruiser HMS 'Exeter' wordt zo waar beschadigd, dat het schip onder begeleiding van Hr.Ms. 'Witte de With' naar Soerabaja moet terugkeren. De torpedobootjager Hr.Ms. 'Kortenaer' wordt dezelfde middag getroffen door een torpedo en zinkt, evenals de Britse jager HMS 'Electra'. Doorman stuurt vier Amerikaanse jagers terug naar Soerabaja omdat hun brandstof opraakt en de torpedo's zijn verschoten. De Britse jager HMS 'Jupiter' loopt op een (Nederlandse) zeemijn. Aan het eind van de avond worden de gevechten in alle hevigheid hervat. Zowel de kruiser Hr.Ms. 'De Ruyter' als de kruiser 'Java' worden kort na middernacht door Japanse torpedo's getroffen en tot zinken gebracht. Doorman gaat hierbij samen met zijn schip ten onder. De zeeslag kost meer dan duizend marinemensen het leven.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

1942

Het Gouvernements-stoomschip Hr.Ms. 'Zuiderkruis' slaagt er in om vanuit Tjilatjap (Nederlands-Indië) de haven van Colombo (Ceijlon) te bereiken. Tot het einde van de Tweede Wereldoorlog zal het als onderzeeboot-moederschip en als bevoorradingsschip dienst doen voor de Britse Eastern Fleet te Ceijlon. Nog diezelfde dag ontvangt de kanonneerboot Hr.Ms.'Soemba' eveneens instructies om uit te wijken naar Colombo, onder escorte van de olietanker 'TAN-8'.

Bron: J.J.A. Wijn: 'Tot in de verste uithoeken' (1998)

 

1942

Spoed-vertrek vanuit Tjilatjap van het ms. 'Tawali' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' om uit te wijken naar Fremantle in Australië. Onderweg naar Fremantle wordt het schip weer teruggeroepen naar Tjilatjap om als evacuatieschip dienst te doen. Onderweg worden alle 65 opvarenden van het op 1 maart tijdens een Japanse luchtaanval gezonken ss. 'Enggano' (eveneens van de SMN) opgepikt en in veiligheid gebracht. Op 3 maart wordt in Tjilatjap afgemeerd en nog dezelfde dag met 700 evacuees wederom met bestemming Fremantle uitgevaren. Op weg zijnde naar Fremantle wordt ingevolge nader verkregen instructies, de koers weer verlegd naar Colombo, waar het schip uiteindelijk op 14 maart zal arriveren. Onderweg naar Colombo worden nog eens 57 opvarenden opgepikt van de reeds verloren gegane HMS. 'Anking'.

Bron: L.L. von Münching: Het epos van het ms. 'Tawali' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 8 (1998)

 

1942

De Catalina 'Y 63' van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) (GVT 2) wordt op een verkenningsvlucht vanuit Tandjong Pandan naar Straat Banka door zes Japanse Nakajima Ki-27A jachtvliegtuigen aangevallen. Twee jachtvliegtuigen worden neergeschoten, voordat de 'Y 63' zo zwaar beschadigd werd dat zij op het water een noodlanding moet maken. De zevenkoppige bemanning weet na een avontuurlijke tocht, grotendeels per prauw, die via de zuidkust van Sumatra voerde, de kustplaats Anjer Kidoel in de West-Javaanse residentie Bantam te bereiken. Daar gaan zij uiteen. De gewonde sergeant-monteur wordt al spoedig door de Japanners gevangengenomen. Twee groepen van ieder drie man trachten langs verschillende routes Tjilatjap te bereiken. Drie worden vermoedelijk op 8 maart in het Bantamse door de bevolking gedood. De andere groep is een dag eerder door Bantammers gevangen genomen en aan de Japanners te Tjilegon overgeleverd.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

1942

De commandant van de kruiser Hr.Ms. 'De Ruyter', E.E.B. Lacomblé sneuvelt in de nacht van 27 op 28 Februari 1942 tijdens de slag in de Javazee, nadat het schip door een torpedo midscheeps werd getroffen. In de namiddag van 27 Februari had de kruiser twee Japanse torpedojagers in de grond weten te boren. Lacomblé zal in 1949 postuum worden onderscheiden als Ridder der 4e klasse der Militaire Willemsorde vanwege zijn verdiensten en optreden tijdens de Slan in de Javazee en als 'een bezielend voorbeeld voor de bemanning door haar op te dragen het zinkende schip met de gewonden te verlaten'. Zelf bleef hij, samen met de eskadercommandant, de schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman, aan boord en met zijn schip uiteindelijk ten onder ging.

Bron: Onderscheidingen aan Nederlanders voor de Tweede Wereldoorlog

 

1942

De Dornier Do 24 K vliegboot 'X 16' van de Marine Luchtvaartdienst (behorende tot vliegtuiggroep GVT 8) wordt door Japanse jachtvliegtuigen aangevallen en neergeschoten. De bemanning weet zich te redden en kan worden opgepikt door de mijnenveger Hr.Ms. 'Djombang' en in Tandjong Priok aan wal worden gebracht.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

1933

Installatie van de door de minister van Defensie ingestelde commissie, onder voorzitterschap van de jurist dr. C.J.H. Schepel. De commissie 'Schepel' wordt ingesteld naar aanleiding van de muiterij aan boord van de kruiser Hr.Ms. 'De Zeven Provinciën' op 4 februari 1933. De door de commissie medio juni 1933 ingediende en door de minister overgenomen voorstellen zullen leiden tot een sterke inperking van de bewegingsvrijheid van het marinepersoneel.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

1916

Het passagiersschip ss. 'Mecklenburg' van de Stoomvaart Maatschappij 'Zeeland' (SMZ), op weg van Tilbury naar Vlissingen, loopt bij het lichtschip 'Galloper' op een door de Duitse onderzeeboot 'UC 7' gelegde mijn en zinkt. Binnen de periode van een maand verliest daarmee de SMZ maar liefst twee schepen. Aan boord van de 'Mecklenburg' bevinden zich 49 passagiers en 75 bemanningsleden, die kunnen worden gered door het ss. 'Westerdijk' van de HAL, de 'Prins der Nederlanden' van de KWIM en de 'Samarinda' van de Rotterdamsche Lloyd.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in de oorlogsmaanden van 1916' in: 'DBW' jrg. 56 nr. 1(2001)

 

1903

Koninklijke goedkeuring van de statuten ter oprichting van de Zeevaartschool 'De Ruyter' in Vlissingen. De 'De Ruyter'-school begint op 1 mei in de Frans Naereboutstraat met twaalf leerlingen. In 1907 zal door ZKH prins Hendrik de eerste steen worden gelegd voor de nieuwe school. Twee jaar later, op 23 maart 1909 zal de school feestelijk worden geopend door de prins. Naast de nieuwe school zal de mast van Zr.Ms 'Aruba' worden geplaatst. In 1978 zal de naam 'De Ruyter'-school van naam worden gewijzigd in Maritiem Instituut De Ruyter (als onderdeel van respectievelijk Hogeschool Zeeland en ROC Zeeland) .

Bron: www.pzc.nl

 

1897

Het Duitse ss. 'Ochenfels', op weg van Calcutta naar Hamburg met een lading jute, rijst, huiden en indigo, strandt op de Noorderhaaks. Reddingboothulp van de NZHRM is echter niet nodig. De 160 ton metende lading kan tijdens laag water door vletterlieden worden gelost en in Den Helder aan land worden gebracht. Bij hoogwater weet het schip met hulp van de stoomsleepboten 'Hercules'en 'Junior' weer los te komen.

Bron: J.T. Bremer: 'Roeiredders aan het Marsdiep' (1999)

 

1879

Het schroefstoomschip derde klasse Zr.Ms. 'Cornelis Dirks' verleent assistentie aan het Franse ss. 'Colombie' van de Compagnie Générale Transatlantique (CGT), dat op het rif van Curaçao is gestrand, als gevolg waarvan de St. Annabaai wordt afgesloten. De haven is hierdoor 24 uur niet bereikbaar.

Bron: P. Vermeulen: 'Schepen van de Koninklijke Marine en die der GM' (1962)

 

1851

Besluit tot een vermindering met 10% op alle premies voor de zeevisserij, als eerste stap tot algehele afschaffing hiervan.

Bron: D.F. Scheurleer: 'Herinneringsdagen uit de Nederlandsche zeegeschiedenis' (1913)

 

1816

Ingevolge het Tractaat van Londen worden door Groot-Brittannië Suriname en Curaçao weer overgedragen aan Nederland.

Bron: F.S. Gaastra, college ' Koopvaardij onder Koning Willem I' UvL 17 sept. 1998.

 

1795

Op voorstel van de patriot Pieter Paulus, voormalig advocaat-fiscaal van de Admiraliteit van de Maze te Rotterdam worden door het nieuwe Bataafse bewind de sedert 1597 bestaande vijf Admiraliteitscolleges en het korps Zeeartilleristen opgeheven. Hiervoor in de plaats komt het 'Comité tot de Zaken van de Marine' als nieuw gecentraliseerd bestuursorgaan bestaande uit 21 leden onder zijn persoonlijke voorzitterschap. Bovendien wordt het gehele Korps officieren ontslagen, waarbij het in de gelegenheid wordt gesteld om bij het nieuwe Bataafse bewind opnieuw te solliciteren voor een functie bij de nieuwe Bataafse Marine.

Bron: Th.J.A. Roodhuyzen: 'In woelig vaarwater, marineofficieren 1779 - 1802' (1998)

 

1795

De advocaat-fiscaal van de Admiraliteit van Amsterdam, J.C. van der Hoop wordt direct na de Franse bezetting, na eerst te zijn gearresteerd en in hechtenis genomen, door de representanten van het nieuwe Bataafse bewind uit zijn functie ontheven. Ook de luitenant-admiraal jhr. J.H. van Kinsbergen wordt eveneens na een korte periode van hechtenis uit zijn voormalige functie van opperbevelhebber ontheven.

Bron: N. Habermehl: 'J.C. van der Hoop, 1742 - 1825' (2000)

 

1683

Overlijden van de vice-admiraal Engel de Ruyter te Amsterdam (geboren te Vlissingen op 2 mei 1649, zoon van luitenant-admiraal Michiel Adriaenszn. de Ruyter). Engel de Ruyter trad op jonge leeftijd in de voetsporen van zijn vader en maakte carriere in dienst van de Admiraliteit van Amsterdam. Hij commandeerde tijdens de Zeeslag bij Solebay (1672) en bij Bornholm en Oland (1676). Engel de Ruyter wordt bijgezet in de grafkelder van zijn vader in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)