maritieme kalender

Welkom bij de maritieme kalender van Het Scheepvaartmuseum. Zoek op datum of jaar en ontdek wat er door de eeuwen heen op en rond zee gebeurde.

 
 
 
 
 

maritieme gebeurtenis - 1914

 

04/01

De Amerikaanse tanker ss. 'Oklahoma' zinkt op 57 zeemijl van Sandy Hook. De gezagvoerder en acht opvarenden worden door het ss. 'Batavia' van de Rotterdamsche Lloyd gered. 32 opvarenden komen om het leven.

Bron: 'De Zee' (1914)

 

12/01

Oprichting van de Nederlands-Indische Steenkolen Handel Maatschappij in Amsterdam.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

29/01

De thuisstomende trawler 'Batavier I' (IJM 106) strandt tijdens mist voor de kust tussen Egmond en Wijk aan Zee op een zandbank. Bij de stranding wordt door de trawler zowel roer als schroef verspeeld. De volgende morgen wordt het schip door enkele jutters ontdekt, die hierop de NZHRM in Egmond waarschuwen. Na de lancering van de roeireddingboot stappen zeven mannen over op de boot. Als in de loop van de dag de trawler zware slagzij maakt, verlaten ook de laatste drie bemanningsleden hun schip. Op dezelfde avond strandt vlakbij de 'Batavier I' het Nederlandse stoomschip 'Betsy Anna' (1892), met steenkool onderweg naar Amsterdam. Opnieuw vertrekt de reddingboot naar de strandingsplaats. De 'Betsy Anna' is gestrand in de omgeving van het wrak van een oud Duits oorlogschip. Nadat de reddingboot in zee is gebracht moet zeer voorzichtig worden gevaren om niet met dit wrak in aanraking te komen. De bemanning van de reddingboot slaagt erin om de gehele bemanning van het schip van boord te halen.

Bron: www.knrm.nl

 

30/01

Het vrachtschip ss. 'Westerdyk' van de Holland-Amerika Lijn loopt op de Nieuwe Waterweg bij herhaling aan de grond tijdens slecht zicht en komt daarbij in aanvaring met het Deense ss. 'Sally Maersk'. Door het versperren van de vaargeul door de 'Westerdyk' wordt het ss. 'Clio' van de KNSM aangevaren door het Spaanse ss. 'Antonio', die 'uit het roer loopt' als gevolg van de hevige stroming nabij het vastzittende ss. 'Westerdyk'.

Bron: 'De Zee' (1914)

 

31/01

De bij de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' in aanbouw zijn de 'onderzeeboot V' (later 'O 5') zinkt tijdens de afbouw. De onderzeeboot kan in februari weer geborgen worden door het bergingsvaartuig (ingericht voor het lichten van onderzeeboten) van de Koninklijke Marine.

Bron: P. Vermeulen: 'Schepen van de Koninklijke Marine en die der GM' (1962)

 

01/02

Door de minister van Marine, J.J. Rambonnet worden alle activiteiten van de Bond van Minder Marine Personeel (BVMMP) aan boord van de schepen verboden. Rambonnet is van mening dat er binnen de krijgmacht geen plaats is voor een vakbond.

Bron: R. Blom: 'Niet voor God en niet voor het Vaderland' (2004)

 

14/02

Het vrachtschip ss. 'Dorothea' (1903) van NV Maatschappij ss. 'Dorothea' te Rotterdam (P.W. Louwman), op weg van Marbella naar Rotterdam, strandt op de Chesil Bank bij Portland. Het schip kan door de bemanning verlaten en vervolgens geabandonneerd worden. In 1915 zal het schip door de Engelsen worden geborgen en als 'Ignis' weer onder Britse vlag in de vaart worden gebracht. Op 8 december 1915 zal het schip op 5 mijl ten noordoosten van Aldeburgh op een mijn lopen en vergaan. Deze zeemijn werd gelegd door de Duitse onderzeeboot 'UC 7'.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

03/04

De tanker ss. 'Mijdrecht' van de Maatschappij Stoomschip 'Mijdrecht' loopt op de Goodwinsand aan de grond door een sterke stroom. Na enige dagen kan het schip met sleepboothulp weer loskomen.

Bron: 'De Zee' (1914)

 

12/04

Het pantserschip Hr.Ms. 'Kortenaer' wordt in opdracht van de Nederlandse regering vanuit Curaçao naar de kust van Mexico gezonden in verband met de gespannen verhouding tussen Mexico en de Verenigde Saten en vooral ter bescherming van het etablissement van de Nederlandse Petroleum Maatschappij 'La Corona' te Tampico.

Bron: W.J. Cohen Stuart: 'De Nederlandsche Zeemacht van 1889 - 1915' (1937)

 

13/04

Het vrachtschip ss. 'Hermina' (1899) van de Nederlandsche Vrachtvaart Mij. (Jos de Poorter) te Rotterdam, op weg van Gibraltar naar Rabat, strandt bij Rabat. Op 19 april wordt het schip geabandonneerd. Later zal het schip door de verzekeraars worden verkocht en na reparatie weer onder Spaanse vlag in de vaart worden gebracht.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

20/04

Aankomst van het pantserdekschip Hr.Ms. 'Kortenaer' bij de monding van de Panuco-rivier in verband met de gespannen verhouding tussen Mexico en de Verenigde Saten en vooral ter bescherming van het etablissement van de Petroleum Maatschappij 'La Corona' (Shell) te Tampico. Een dag later op 21 april vindt een Amerikaans bombardement plaats op de havenstad Veracruz. De 'Kortenaer' zal tot juli 1914 op de rede van Tampico blijven liggen.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

29/05

Het Canadese passagiersschip 'Empress of Ireland' van de Canadian Pacific Steamship Company wordt op de St. Lawrence River aangevaren door het Noorse kolenschip ss. 'Storstad' waarna het zinkt. Bij deze ramp komen 840 passagiers en 172 bemanningsleden om het leven.

Bron: www.pbs.org/lostliners/empress.html

 

29/05

Aan boord van de Amerikaanse veerboot 'General Slocum', op weg van New York naar Throg's Neck, breekt brand vlak bij New York uit. Bij deze ramp komen 1.021 van de ruim 1.300 passagiers om het leven.

Bron: www.general-slocum.com

 

18/06

Vertrek vanuit Den Helder van het pantserdekschip Hr.Ms. 'Noordbrabant' naar Durazzo in Albanië in verband met het overbrengen van het stoffelijk overschot van de aldaar gesneuvelde luitenant-kolonel L.W.J.K. Thomson. Thomson was gedetacheerd in Albanië in opdracht van de Nederlandse regering en aldaar belast met het opbouwen van een politie-apparaat. Tijdens enkele schermutselingen kwam Thomson op 15 juni door een kogel van een vermoedelijke scherpschutter om het leven.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

18/06

In de houtzagerij op de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' in Vlissingen breekt brand uit. Een bergingsvaartuig van de Koninklijke Marine assisteert bij de bluswerkzaamheden.

Bron: P. Vermeulen: 'Schepen van de Koninklijke Marine en die der GM' (1962)

 

28/06

Tijdens een rijtoer door de stad Sarajevo worden de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger, aartshertog Franz Ferdinand en zijn vrouw vermoord door de Servische revolutionair Gravrilo Princip. Direct hierna wordt door Oostenrijk-Hongarije de oorlog verklaard aan Servië. Deze aanslag is de directe aanleiding tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

Bron: C. Fasseur: 'Wilhelmina, de jonge Koningin' (1998)

 

01/07

Invoering van de Berichten aan Zeevarenden met twee maal daagse radiouitzendingen van het weerbericht en nieuws met betrekking tot de navigatie aan boord van schepen.

Bron: 'Maritiem Nederland' (1994)

 

02/07

Vertrek vanuit IJmuiden van het pantserdekschip Hr.Ms. 'Zeeland' voor een oefenreis op de Noord- en Oostzee. Aan boord bevindt zich ZKH prins Hendrik. Tijdens deze reis worden Kopenhagen, St. Petersburg, Stockholm en Christiana bezocht. Mede in verband met de op handen zijnde oorlogsdreiging in Europa zal de 'Zeeland' op 29 juli weer in Den Helder terugkeren.

Bron: Jt. Mulder & W.F. Ruygrok: 'Pantserschepen, Pantserdekschepen, Monitors' (2004)

 

05/07

Indienststelling van de onderzeeboot Hr.Ms. 'K 1', gebouwd op de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' en aldaar op 20 mei 1913 te water gelaten. De 'K 1' is bestemd voor Nederlands-Indië.

Bron: P. Vermeulen: 'De schepen van de Koninklijke Marine en die der GM' (1962)

 

09/07

Doop en tewaterlating van het passagiersschip ss. 'Statendam' van de Holland Amerika Lijn (HAL) door mevrouw Rijperda-Wierdsma, echtgenote van de president-directeur van de HAL., op de werf van Harland & Wolff te Belfast. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, enkele weken later, wordt de bouw van het schip stilgelegd. In de loop van 1916 zal de 'Statendam' door de Britse Admiraliteit worden gevorderd en als troepentransportschip onder de naam 'Justicia' worden afgebouwd, onder beheer van de White Star Line. Op 19 juli 1918 zal het schip door drie Duitse onderzeeboten tot zinken worden gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Rotterdamse passagiersvloot 1900 - 1946' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 11 (2002)

 

15/07

Indienststelling van de eerste voor Nederlands-Indië bestemde onderzeeboot Hr.Ms. 'K I', gebouwd op de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' (KMS) te Vlissingen. Door het zeer recente uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zal de boot voorlopig in Nederland blijven liggen.

Bron: 'Maritiem Nederland' (1994)

 

22/07

De haringlogger 'Balder' (VL 92) wordt aangevaren door de schoener 'Gloria', waarbij de kluiverboom breekt.

Bron: H. Dessens: 'De haringlogger VL-92 Balder' (1993)

 

28/07

In verband met oorlogsdreiging krijgt de vloot opdracht over te gaan tot de bewaking van de Nederlandse kust. Pantserdekschepen en torpedoboten bewaken de zeegaten; door onderzeeboten worden patrouilles voor de kust uitgevoerd.

Bron: 'Maritiem Nederland' (1994)

 

28/07

HM koningin Wilhelmina verwelkomt ZKH prins Hendrik in IJmuiden, die met spoed vanuit Sint Petersburg naar Nederland is teruggekeerd met het pantserdekschip Hr.Ms. 'Zeeland', in verband met de reeds op handen zijnde oorlogsdreiging.

Bron: 'Maritiem Nederland' (1994)

 

28/07

Aankomst van het eerste marinevliegtuig, een Farman F-22 M.A.1, op het vliegveld Soesterberg. Dit toestel zal in eerste instantie voor de vliegopleiding worden gebruikt en is tevens het eerste vliegtuig van de dan nog op te richten Marine Luchtvaartdienst, dat vanaf het Marinevliegkamp De Kooy bij Den Helder zal gaan opereren. Een van de eerste marinevliegers is de luitenant-ter-zee Karel Doorman.

Bron: 'Marinenieuws' nr. 494 (2000)

 

01/08

Vertrek vanuit Tandjong Priok van het vrachtschip ss. 'Kawi' van de Rotterdamsche Lloyd met bestemming Rotterdam. Het schip zal, in verband met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, onderweg maar liefst zeven keer worden aangehouden en zal dan ook eerst veel later in Rotterdam aankomen.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

01/08

Het mailschip ss.'Koning Willem III' (1900) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) ligt bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in een Roemeense haven en ziet geen kans meer om weg te komen uit de Zwarte Zee. In juni werd het inmiddels in beslag genomen schip door de Roemeense autoriteiten overgedragen aan de Russische regering. Verbouwd tot hospitaalschip voor de Keizerlijke Russische Marine zal het schip op 9 augustus 1916 in dienst worden gesteld. Uiteindelijk valt de 'Koning Willem III' te Odessa in handen van Oostenrijk-Hongarije en zal vervolgens worden ingezet als troepentransportschip. In maart 1919 strandt het schip bij Karaburun (nabij Istanbul). Later zal het schip weer vlot worden gebracht en tenslotte worden gesloopt.

Bron: A.J.J. Mulder: 'De eeuw van de 'Nederland' (2003)

 

01/08

Begin van de Eerste Wereldoorlog in Europa, nadat Oostenrijk-Hongarije op 26 juli de oorlog aan Servië heeft verklaard en de direkt daarop volgende oorlogsverkaring van Duitsland aan Rusland. Nog diezelfde dag wordt de Algehele mobilisatie van de Nederlandse krijgsmacht afgekondigd. Hieraan voorafgaande werden reeds op 26 juli orders gegeven om voorbereidende maatregelen te treffen. Buitengaats zijnde Nederlandse schepen werden teruggeroepen. In de havens aanwezige schepen werden oorlogsgereed gemaakt alsmede de instelling van een voorlopige Militaire Kustwacht.

Bron: W.J. Cohen Stuart: 'De Nederlandsche Zeemacht van 1889-1915' (1937).

 

02/08

Het ss. 'Alcor' van Van Nievelt, Goudriaan & Co wordt bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, als eerste Nederlands (neutrale) schip, op weg van Sint Petersburg naar Hango met een lading kolen, door drie Russische torpedoboten onderschept en in beslag genomen. Vervolgens wordt de 'Alcor' in de haven van Hango als blokschip tot zinken gebracht. De bemanning blijft ongedeerd en kan op 18 augustus weer in Rotterdam terugkeren.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

02/08

Voltooing van de op 31 juli door de Nederlandse regering afgekondigde algehele mobilisatie van de krijgsmacht, waarbij de luitenant-generaal C.J. Snijders tot opperbevelhebber van Land- en Zeemacht wordt benoemd.

Bron: C. Fasseur: 'Wilhelmina, de jonge koningin' (1998)

 

03/08

In verband met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zal de Nederlandse regering strikte neutraliteit blijven nastreven en zich volledig afzijdig houden van de oorlogvoerende landen. De Koninklijke Marine heeft de opdracht om zowel in Nederland als in de Indische wateren te voorkomen dat buitenlandse schepen de neutraliteit zouden schenden. Ook zal extra personeel worden opgeroepen om de gehele vloot varende te houden. Zo wordt de kustverdediging in optimale staat van paraatheid gebracht. Bovendien worden in enkele belangrijke vaarroutes oorlogsbetonning en mijnenversperringen gelegd. In Nederlands-Indië komt het Nederlandse eskader voor de taak te staan om de neutraliteit van de archipel te beschermen. Hierbij zal gewaakt moeten worden voor het illegaal bevoorraden van brandstof door schepen van de oorlogvoerende landen en het bovendien daadwerkelijk slag kunnen leveren in de territoriale Nederlands-Indische wateren.

Bron: H. de Bles e.a: 'Vloot vereeuwigd, honderd jaar Koninklijke Marine in foto' (2002)

 

04/08

Het Nederlands eskader in Oost-Indië wordt te Soerabja (Nederlands Indië) samengetrokken en met spoed gereed gemaakt in verband met de oorlogstoestand in Europa. De schepen worden in oorlogssgrijs geschilderd. Na gereedkomen hiervan worden de schepen gestationeerd in de Bantam Baai. Een schip van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij wordt als bevoorradingsschip aan het eskader toegevoegd. In Nederland zelf sluit de regering de Schelde voor Britse oorlogsschepen.

Bron: 'Maritiem Nederland' (1994)

 

05/08

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wordt door de Nederlandse regering opdracht gegeven om de kustverlichting, met uitzondering van die te IJmuiden, Scheveningen, Hoek van Holland en Goeree, te doven. De lichtschepen 'Terschellingerbank' en 'Haaks' worden binnengehaald. De vrije vaart op de Schelde moet echter ingevolge het tractaat van 1839 gehandhaafd blijven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

05/08

De Stoomvaart Maatschappij 'Zeeland' (SMZ) staakt de diensten op Folkestone mede als gevolg van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Op 7 augustus slaagt de SMZ er in, na onderhandelingen met met de Britse autoriteiten, om wederom een dagdienst met Folkestone te kunnen onderhouden. De nachtvaart zal echter komen te vervallen.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

05/08

De Duitse kruiser 'Geier' houdt tussen Makassar (Celebes) en Soerabaja een 'boarding' aan boord van het ss. 'Houtman' van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Ook houden Duitse kolenschepen als de 'Bochum', 'Linden' en 'Ulm' zich op in de Indische wateren. Vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wordt dan ook door het Nederlands-Indisch Gouvernement het Indisch Eskader ingezet teneinde de neutraliteit te kunnen waarborgen en buitenlandse schepen naar de grens van de Nederlans-Indiche territoriale wateren te dirigeren.

Bron: W.J. Cohen Stuart: 'De Nederlandsche Zeemacht van 1889 - 1915' (1937)

 

06/08

Het passagiersschip ss. 'Tubantia' van de Koninklijke Hollandsche Lloyd met aan boord 385 passagiers, waaronder 164 Duitsers, wordt als een van de eerste Nederlandse passagiersschepen door de Britse kruiser HMS 'Highflyer' in het Kanaal aangehouden en naar Plymouth opgebracht. Aldaar zal aan boord van het schip een voorraad goud ter waarde van een bedrag aan 500.000 Britse ponden in beslag worden genomen. Bovendien worden enkele Duitse en Oostenrijkse passagiers van boord gehaald en door de Britten geinterneerd.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

07/08

Het Noorse ss. 'Tysla' loopt in de Wielingen op een Nederlandse gelegde mijn, waarbij 3 opvarenden om het leven komen. De Nederlandse regering betuigt haar deelneming en verklaart zich tevens bereid tot vergoeding van de schade. Medio mei 1915 zal het Noorse schip door de bergingsvaartuigen 'Buffel' en 'Stier' van Dirkzwagers Nieuwe Bergings Maatschappij geborgen kunnen worden.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

07/08

Verlate aankomst in Rotterdam van het passagiersschip ss. 'Rijndam' van de Holland- Amerika Lijn (HAL) onder kapitein P. v.d. Heuvel uit New York. De 'Rijndam' werd op zijn terugreis ter hoogte van Brest door de Franse hulpkruiser 'La Savoie' onderschept en vervolgens naar Brest opgebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

08/08

Vertrek vanuit Rotterdam van het nieuwe ss. 'Nieuw Amsterdam' van de Holland-Amerika Lijn, onder kapitein J. Baron voor de eerste reis naar New York, direct na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Aan boord bevinden zich 1662 passagiers.

Bron: N. Guns: 'De Holland-Amerika Lijn' (2004)

 

11/08

Het vrachtschip ss. 'Fauna' (1912) van de KNSM, op weg van West-Indië naar Amsterdam, wordt in het Kanaal door een Frans oorlogsschip aangehouden en naar Falmouth opgebracht. Op 14 augustus wordt toestemming verkregen om de reis naar Amsterdam weer voort te zetten.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

12/08

Het Britse ss. 'City of Winchester' van de Ellerman's Line wordt door de Duitse lichte kruiser 'Koningsberg' tot zinken gebracht en is daarmee (naar aangenomen wordt) het eerste slachtoffer op zee, direct na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

Bron: C.A. den Rooyen: 'Ellerman's Line, een lijn van stand' in: 'DBW' jrg. 58 nr. 10 (2003)

 

15/08

Formele opening van het Panama-kanaal. Het USS 'Ancon' vaart aan het hoofd van een kleine groep Amerikaanse vrachtschepen het nieuwe kanaal binnen. Aan boord van de 'Ancon' bevinden zich de kolonel Goethals, de gouverneur van de kanaalzone, en de president van Panama. De officiële opening zal eerst plaats vinden op 1 januari 1915.

Bron: J.W.J. van Haersolte: 'Het gulden boek der zee' (1914)

 

20/08

Opening van de Koloniale Tentoonstelling in Semarang (tot 22 november) door de directeur van het departement van Landbouw, Nijverheid en Handel, dr. H.J. Lovink. Het is de grootste tentoonstelling ooit in Nederlands-Indië gehouden, ter gelegenheid van de viering, dat Nederland honderd jaar geleden, als Koninkrijk der Verenigde Nederlanden, zijn onafhankelijkheid verkreeg. Zowel het Gouvernement als het bedrijfsleven zien dit als een gelegenheid om ruimere bekendheid te geven aan de grote prestaties, die de afgelopen eeuw door de Nederlanders in Indië zijn verricht. Ruim 300.000 bezoekers zullen de tentoonstelling bezoeken. Het uitbreken van de wereldoorlog, op 1 augustus, maakte dat de opening, die voor 13 augustus gepland was, naar 20 augustus moest worden verschoven.

Bron: www.semarang.nl

 

20/08

Het vrachtschip ss. 'Houtdijk' (1902) van Solleveld, van der Meer & van Hattum en het ss. 'Alice H' lopen beiden na vertrek uit Sint Petersburg op 18 augustus, op weg naar Rotterdam, tijdens het tweede Russische konvooi, 20 mijl ten noorden van Dagerort, op enkele zeemijnen. Beide schepen lopen daarbij op 3 mijnen, waarbij resp. 14 en 10 opvarenden om het leven komen. De mijnen werden gelegd door de tot mijnenlegger omgebouwde veerboot 'Deutschland', die daar in de nacht van 17 op 18 augustus 200 mijnen had gelegd. Beide schepen uit het neutrale Nederland vormen het eerste koopvaardijverlies tijdens deze eerste oorlogsmaand.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

20/08

Indienststelling van de onderzeeboot Hr.Ms. 'O 5', gebouwd op de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' te Vlissingen. De onderzeeboot heeft als ligplaats het Onderzeebootstation in Vlissingen. De oplevering van de 'O 5' zal echter worden vertraagd, wegens zinken van de boot na opening van een torpedobuis.

Bron: www.dutchsubmarines.com

 

23/08

Het mailschip ss. 'Prins der Nederlanden' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) wordt op weg naar Amsterdam in het Kanaal door het Franse oorlogsschip 'Surcouf' aangehouden en vervolgens opgebracht naar Le Havre. Eerst de volgende dag, op 24 augustus, wordt van de Franse autoriteiten toestemming verkregen om de reis naar Amsterdam weer voort te kunnen zetten.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

02/09

Het passagiersschip ss. 'Nieuw Amsterdam' van de Holland-Amerika Lijn, op terugreis van New York naar Rotterdam, wordt in het Kanaal aangehouden door de Franse hulpkruiser 'La Savoire'. Hierbij krijgt de 'Nieuw Amsterdam' opdracht naar Brest te stomen, omdat door de Fransen een deel van de lading als contrabande wordt beschouwd. De passagiers, allen bestaande uit Duitsers en Oostenrijkers, moeten in Brest het schip verlaten en aldaar worden geinterneerd. Ook de gehele lading moet ter plaatse worden gelost. De 'Nieuw Amsterdam' kan eerst op 8 september 1914 Rotterdam weer binnenlopen.

Bron: K. de Haas: 'de 'Nieuw Amsterdam' tijdens WO I' in: 'DBW' jrg. 56 nr. 3 (2001)

 

07/09

Tijdens een expeditie ter exploratie van de Wapogarivier aan de Geelvinkbaai in Nederlands Nieuw-Guinea wordt bij de monding van deze rivier, de luitenant-ter-zee der tweede klasse J.Th. Stroeve, als deelnemend cartograaf en landmeter, door een groep vijandelijke papoea's met pijlen gedood. De overige expeditieleden konden ternauwernood ontkomen. Stroeve wordt begraven in Amboina.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

08/09

Indienststelling van de kanonneerboot Hr.Ms. 'Brinio'. Het schip werd gebouwd op de Rijkswerf te Amsterdam en aldaar op 12 augustus 1912 te water gelaten.

Bron: H. Ummels: 'Van pantserboot tot kanonneerboot' (2005)

 

18/09

De spoorwegveerboot ss. 'Automaat' (1903) van de Overzeesche Vrachtvaart Maatschappij, op weg van Grimsby naar Rotterdam geladen met steenkool, zinkt tijdens een zware storm op de Noodzee. Hierbij komen 16 opvarenden om het leven. Alleen de bootsman kan nog worden gered door een Zweeds schip.

Bron: L.L. von Munching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

19/09

Tewaterlating van het koelschip ss. 'Van Stirum' op de werf bij Swan Hunter & W. Richardson te Newcastle, bestemd voor de Algemene Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam. De 'Van Stirum' zal echter begin 1915 door de Britse autoriteiten in beslag worden genomen en op 15 december 1915 in het Kanaal door een Duitse onderzeeboot worden getorpedeerd.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999).

 

21/09

Het ss. 'Maria' van de Holland Gulf Line, varend in een Engels charter onder kapitein J. de Poorter, wordt op de Atlantische Oceaan door de lichte Duitse kruiser 'Karlsruhe' aangehouden en uiteindelijk met kanonvuur tot zinken gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

21/09

Oprichting van 'Een commissie voor de Nederlandsche handel', onder voorzitterschap van de directeur van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, C.J.K. van Aalst. Deze commissie wordt in het leven geroepen, mede door de steeds ernstiger wordende handelsbeperkingen in het neutrale Nederland, als gevolg van de in augustus uitgebroken Eerste Wereldoorlog. Na twee maanden zou deze commissie leiden tot de oprichting van de Nederlandsche Overzee Trust Maatschappij (NOT).

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

22/09

Door de Duitse onderzeeboot 'U 9' worden op de Noordzee, voor de kust van Scheveningen, de drie Britse pantserkruisers 'Houge', 'Aboukir' en 'Cressy' getorpedeerd en tot zinken gebracht. De opvarenden kunnen worden gered door de passerende vrachtschepen 'Titan' en 'Flora' van de KNSM. De geredden worden door de 'Flora' en 'Titan' respectievelijk naar IJmuiden en Hoek van Holland gebracht, waarna later door de Britse regering blijk zal worden geven van haar grote erkentelijkheid. Slechts 60 officieren en 777 opvarenden van de in totaal 1.400 Britse bemanningsleden worden gered.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

23/09

Het kofschip 'Poolster', op weg van Grangermouth (Schotland) naar Göteborg wordt vermist op de Noordzee. Later zal blijken dat van dit schip zes opvarenden om het leven zijn gekomen.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

27/09

Het mailschip ss. 'Tabanan' van de Rotterdamsche Lloyd, op weg van Padang naar Rotterdam, wordt in de Indische Oceaan door de Japanse kruiser 'Chikuma' aangehouden.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 8 (1999)

 

27/09

Door de Rotterdamsche Lloyd wordt, in verband met de oorlogsomstandigheden, gestart met een maandelijkse dienst Rotterdam - New York - Kaap de Goede Hoop - Nederlands-Indië. In december 1915 zal door de maatschappij een partnership worden aangegaan met de Holland - Amerika Lijn.

Bron: 'De Zee' (1916)

 

28/09

De motorschoener 'Agda' (1913), op weg van Cadiz naar Lorient (Frankrijk), raakt op een zich onder water bevindend voorwerp en zinkt op 15 mijl van Kaap Roca. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

30/09

Doop en tewaterlating van het mailschip ss. 'Jan Pieterszn. Coen' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) op de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij in Amsterdam. De doop wordt verricht door mevrouw den Tex, waarbij de stapelloop echter een half uur eerder zou plaatsvinden dan aanvankelijk officieël de bedoeling was.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

03/10

Het nieuwe vrachtschip ss. 'Nieuwland' van de Scheepvaart & Steenkolen Maatschappij uit Rotterdam, op weg van Goole naar Harlingen, loopt op de Noordzee op een zeemijn, waarbij het schip verloren gaat. De voltallige bemanning kan hierbij worden gered door de Katwijker vissersboot 'KW 148'.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 8 (1999)

 

05/10

De vrachtschepen ss. 'Karimata' en 'Kambagan', beiden van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN), worden in de Middellandse Zee door de Franse torpedobootjager 'Chasseur' aangehouden en opgebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 8 (1999)

 

08/10

De Britse 'First Royal Naval Brigade' trekt zich terug uit Antwerpen, welke stad zij samen met het Belgische leger moest verdedigen tegen het in België binnengetrokken Duitse leger. Op 8 oktober wordt besloten om terug te trekken via de Schelde. Als deze terugweg echter wordt afgesneden, ziet de commandant van de 1e Brigade geen andere mogelijkheid meer dan zich naar het neutrale Nederland te begeven. Uiteindelijk worden de Britten met ruim 1.500 manschappen, 'voor de duur van de vijandelijkheden', ondergebracht in Groningen. Dit Britse onderdeel zal later worden gehuisvest in het z.g. 'Engelse Kamp' aan de Heerenweg in Groningen, door hen genoemd het 'HMS Timbertown-camp'.

Bron: www.wereldoorlog1418.nl/engelsekamp

 

08/10

Het mailschip ss. 'Insulinde' van de Rotterdamsche Lloyd, varende onder neutrale Nederlandse vlag, wordt door het Franse oorlogsschip 'Gaulois' aangehouden en naar Bizerta gedirigeerd.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 8 (1999)

 

10/10

Het vrachtschip ss. 'Boeroe' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN), varende onder neutrale Nederlandse vlag, wordt door het Franse oorlogsschip 'Gaulois' aangehouden ter hoogte van Kaap Bon.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 8 (1999)

 

11/10

De kolenboot van de Duitse kruiser 'Emden' wordt voor de kust van Sumatra door een Brits oorlogsschip tot zinken gebracht.

Bron: 'Maritiem Nederland' (1994)

 

14/10

Het Noorse vrachtschip ss. 'Isbjörn', op weg naar Oostende met een lading ijs, strandt tijdens slechte weersomstandigheden op de Eierlandse Gronden. De roeireddingboot van de NZHRM (station Cocksdorp) en een Texelse blazer weten, na een tocht van zes uur, elf opvarenden van boord te kunnen halen en het schip weer vlot te trekken. De 'Brandaris' (1) van station Terschelling (West) neemt later de sleep over richting Den Helder. De kapitein en scheepshond kunnen naderhand door de 'Brandaris' worden gered.

Bron: www.knrm.nl

 

17/10

Het passagiersschip ss. 'Noordam' (1902) van de Holland-Amerika Lijn, komende uit New York en op weg van de Downs naar Rotterdam, loopt op circa 80 zeemijl van Hoek van Holland op een Engelse mijn. Alhoewel het schip de Nieuwe Waterweg nog veilig weet te kunnen bereiken, blijkt het achterschip echter zwaar te zijn beschadigd.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 8 (1999)

 

23/10

Vertrek vanuit New York van het vrachtschip ss.'Palembang' van de Rotterdamsche Lloyd naar Batavia, waarmee met dit schip als eerste de Java - New York Lijn wordt bevaren. De reizen tussen New York en Batavia liepen aanvankelijk via de Middellandse Zee en het Suezkanaal. Als gevolg van de oorlogsomstandigheden zullen de reizen nu via Kaap de Goede Hoop moeyen worden gemaakt.

Bron: L.L. von Münching: 'De Java-New York Lijn' in: 'DBW' jrg.55 nr. 3 (2000)

 

27/10

De motorlogger 'Maria Cristina' (VL 40) van de rederij J.B. Goudappel Jzn. te Vlaardingen, onder schipper Joh. van der Hoeven, is het eerste Nederlandse vissersvaartuig dat na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, op circa 35 mijl van IJmuiden op een mijn loopt. Alle 16 opvarenden komen om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 8 (1999)

 

28/10

De Turken voeren, zonder een oorlogsverklaring, een aanval uit op de Russische havens aan de Zwarte Zee en op de Russische Zwarte-Zeevloot. Deze aanval heeft tot gevolg dat Rusland, Groot-Brittannië en Frankrijk aan Turkije de oorlog verklaren.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

30/10

De Britse Admiraliteit dooft tot nader aankondiging alle kustlichten en lichten van lichtschepen langs de Noordzeekust. Alleen de lichtschepen 'Outer Gabbard', 'Schipwash' en de lichten aan de ingang bij de Thames zullen inwerking blijven.

Bron: W.J. Cohen Stuart: 'De Nederlandsche Zeemacht van 1889 - 1915' (1937).

 

03/11

Door de Britse regering wordt de gehele Noordzee als oorlogsgebied verklaard. Zeemijnen versperren de grote zeeroutes, als gevolg waarvan neutrale (Nederlandse) schepen gedwongen worden om langs de Engelse - of Franse kust te varen om onderzocht te kunnen worden op 'contrabande'.

Bron: P. Schurman: 'Tussen vlag en voorschip' (1995)

 

13/11

De eerste Britse mijnen spoelen aan op Goede Reede nabij het Flauwe Werk. De luitenant-ter-zee C.C.F. Jager is de eerste, die zich bezighoudt met de demontage van deze mijnen. Zijn ervaringen worden hierna door hem doorgegeven aan de officieren en torpedomakers aan boord van Hr.Ms. 'Schorpioen', het logementsschip van de Torpedodienst te Hellevoetsluis. In de loop van de Eerste Wereldoorlog zal door Jager veel kennis worden opgedaan bij het demonteren van zeemijnen.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

16/11

Een demonteerploeg bestaande uit zes man, onder commando van de luitenants-ter-zee der tweede klasse C.J.J. Bruinsma en N. Munk, komen allen om het leven bij het onschadelijk maken van een aangespoelde mijn bij Westkappele. Het zijn de eerste slachtoffers van de Mijnenopruimingsdienst tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

24/11

Oprichting van de Nederlandsche Overzee Trust Maatschappij (NOT), mede als gevolg van de in augustus 1914 uitgebroken Eerste Wereldoorlog en de hierdoor steeds slechter wordende handelsbetrekkingen. De NOT wil de garantie geven dat de voor Nederland bestemde goederen louter en alleen voor binnenlands gebruik bestemd zijn en dus niet kunnen worden aangemerkt als contrabande (goederen bestemd voor de vijand). Hierbij werd besloten dat de uitvoerende commissie onder voorzitterschap van de heer C.J.K. van Aalst (directeur van de Nederlandsche Handel-Maatschappij) komt te staan. Het kantoor van de NOT is gevestigd in de Parkstraat te Den Haag. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog komt de Nederlandse koopvaardijvloot voor grote problemen te staan. Zo worden passages en orders voor bevrachting geannuleerd, terwijl het ladingaanbod in Nederlands-Indie, maar ook in Zuid-Amerika overvloedig blijkt te zijn. Verder ontstaat groot gebrek aan bunkerkolen. Ook kunnen Nederlandse (neutrale) schepen door geallieerde oorlogsschepen worden aangehouden en zelfs gedwongen worden om hun lading in Engeland of Frankrijk te ontschepen.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

25/11

Bij Padang (Sumatra) wordt door Hr.Ms. 'Lynx' het Duitse oorlogsschip 'Ayesha' aangetroffen, voerende een Duitse oorlogsvlag. Op 27 november lopen de schepen Emmahaven binnen en wordt het Duitse schip als prijs met prijsbemanninmg beschouwd. Aangezien de Duitse commandant echter niet van internering wil weten wordt het schip gedwongen om binnen 24 uur te vertrekken. Later zal de bemanning overstappen op het stoomschip 'Choising' en wordt de 'Ayesha' tot zinken gebracht.

Bron: W.J. Cohen Stuart: 'De Nederlandsche Zeemacht van 1889 - 1915' (1937).

 

02/12

Het vrachtschip ss.'Batjan' (1913) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' komt ter hoogte van de rede van Downs in aanvaring met het ss.'Niobe' van de KNSM. Het schip wordt tijdelijk bij Deal aan de grond gezet, provisorisch gerepareerd en naar Gravesend gesleept. Op 15 januari bij aankomst op de Nieuwe Waterweg, raakt het schip opnieuw in zinkende toestand. In Rotterdam wordt de 'Batjan' vervolgens gerepareerd en enige tijd later weer in de vaart gebracht.

Bron: A.J.J. Mulder: 'De eeuw van de 'Nederland' (2003)

 

09/12

Naar aanleiding van een daartoe vervaardigd Koninklijk Besluit wordt een begin gemaakt met de geleidelijke opheffing van de Rijkswerf te Amsterdam. Op 3 juli 1915 zal de Rijkswerf definitief zijn poorten sluiten. Vanaf deze dag zal het terrein bij de Koninklijke Marine als 'Marine Etablissement Amsterdam' in gebruik blijven.

Bron: A. Lemmers: 'Van werf tot facilitair complex' (2005)

 

11/12

Het ss.'Arakan' van de Rotterdamsche Lloyd wordt in de Straat Siberoet aangehouden door de Britse hulpkruiser HMS 'Himalaya'.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 8 (1999)

 

13/12

Het vrachtschip ss.'Bogor' (1898) van de Rotterdamsche Lloyd, onderweg van Amsterdam naar Santos (Zuid-Amerika), loopt tijdens zwaar weer 10 mijl ten noorden van Leixoes op de rotsen en breekt doormidden. Hierbij komen 33 opvarenden om het leven; slechts vijf man kunnen worden gered.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 8 (1999)

 

22/12

HM koningin Wilhelmina brengt voor het eerst een bezoek aan de Onderzeedienst van de Koninklijke Marine en gaat aan boord van de onderzeeboot Hr.Ms. 'O 3'.

Bron: www.dutchsubmarines.com

 

23/12

Tewaterlating van het passagiersschip ss. 'Venezuela' van de Koninklijke West-Indische Maildienst (KWIM) op de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij (NSM) in Amsterdam.

Bron: L.L. von Munching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 8 (1999)

 

26/12

Het vrachtschip ss. 'Leersum' (1898) van de Soomvaart Maatschappij 'Oostzee', onder kapitein G. Stekelenburg, dat hulp wil verlenen aan het Britse ss. 'Linarra', dat nabij Scarborough op een mijn was gelopen, loopt eveneens op een mijn en zinkt vervolgens binnen enkele minuten. Hierbij komen twee opvarenden om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 8 (1999)