maritieme kalender

Welkom bij de maritieme kalender van Het Scheepvaartmuseum. Zoek op datum of jaar en ontdek wat er door de eeuwen heen op en rond zee gebeurde.

 
 
 
 
 

maritieme gebeurtenis - 1917

 

02/01

De Tweede Kamer verleent haar goedkeuring voor een plan voor de aanleg van een nog grotere sluis in IJmuiden. Al 10 jaar na de opening van de 'Nieuwe Sluis' op 12 december 1896 werd er door de Kamer van Koophandel van Amsterdam op aangedrongen, dat een nog grotere zeesluis zou moeten worden gebouwd. In 1919 wordt met de werkzaamheden onder leiding van ir. J.A. Ringers begonnen.

Bron: W. Moojen: '125 jaar Noordzeekanaal' in: 'DBW' jrg. 56 nr. 9 (2001)

 

11/01

Aankomst in Vlissingen van de passagiersraderstoomboot 'Koningin Regentes' van de Stoomvaart Maatschappij 'Zeeland' met aan boord een aantal Nederlandse passagiers van het Deense ss. 'Rollo', dat op 8 december 1916 in het Kanaal was getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot 'UB 39'.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I (1917)' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

14/01

Een Duitse onderzeeboot, misleid door zware mist, loopt aan de grond nabij de Wielingen in de Scheldemonding. Het schip zal enige tijd later door de Nederlandse autoriteiten weer worden vrijgeven.

Bron: L.L. von Münching: 'Vele neutraliteitsschendingen' in: 'DBW' jrg. 58 nr. 6 (2003)

 

19/01

Het passagiersschip ss. 'Prins Hendrik' van de Stoomvaart Maatschappij 'Zeeland' wordt even buiten de territoriale wateren door drie Duitse torpedoboten van het Flandern flotille onderschept en vervolgens naar Zeebrugge opgebracht. Nadat kapitein Schenk de Duitse officieren in zijn hut voor en borrel had uitgenodigd kan het schip binnen 24 uur weer worden vrijgegeven. Eenmaal op zee ontsnapt de 'Prins Hendrik' aan een ramp, wanner op de Noordzee onverwachts een mijn bij het lichtschip 'Shipwash' explodeert. Het schip loopt daarbij geen schade op.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I (1917)' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

21/01

Oprichting van de (Koninklijke) Nederlandsche Roeibond in Amsterdam.

Bron: F. Jorissen e.a.: 'Het water op' (1990)

 

22/01

Het ss.'Borneo' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) weet 9 opvarenden van het Noorse ss. 'Anna' te redden. De 'Anna', op weg van Almaria naar Glasgow, werd op de Noordzee door de Duitse onderzeeboot 'UC 10' getorpedeerd.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I (1917)' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

22/01

De motortanker 'Juno' (1912) van de Nederlands-Indische Tankstoomboot Maatschappij (NITM) loopt op de Noordzee op een mijn, waarbij twee matrozen als gevolg van de explosie gewond raken. Het schip weet echter de Duins te bereiken, waar het vervolgens op 25 januari licht wordt beschadigd als gevolg van een aanvaring. Na een voorlopige reparatie in Londen keert het schip op 31 januari weer terug op de Nieuwe Waterweg.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I (1917)' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

22/01

Het vrachtschip ss.'Zeta' (1913) van de Vrachtvaart Maatschappij 'Bothnia', op weg van New York naar Amsterdam met een lading tarwe, wordt op de Atlantische Oceaan nabij Bishop Rock door de Duitse onderzeeboot 'U 53' getorpedeerd. Alle opvarenden kunnen hierbij worden gered.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij 1913 - 1970' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 8 (2002)

 

23/01

De zwaarbeschadigde Duitse torpedoboot 'V 69' wordt door de Nederlandse stoomtrawler 'Eems' naar de haven van IJmuiden gesleept. Het schip was de vorige avond in gevecht gewikkeld geweest met Britse schepen, die verhinderden dat het schip zou opstomen naar Zeebrugge. Aan boord bevinden zich een groot aantal doden en gewonden, waarbij sommigen aan dek waren vastgevroren. Een deel van de doden zal later naar Duitsland worden overgebracht, een ander deel wordt in IJmuiden begraven. De zwaargewonden worden overgebracht naar het militair hospitaal in Amsterdam. Het is de bedoeling dat de 'V 69' na noodreparaties naar Rotterdam zal worden overgebracht. Het schip weet echter tijdens de reis (11 februari) hier naar toe tijdens dichte mist zelfstandig naar Wilhelmshafen uit te wijken.

Bron: E. Gröner: 'Die deutschen kriegsschiffe 1815-1945'

 

23/01

Het vrachtschip ss. 'Salland' (1905) van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, op weg van Amsterdam naar Buenos Aires, onder kapitein A. Vreugdenhil, wordt op de Noordzee door de Duitse onderzeeboot 'U 55' getorpedeerd. Alle opvarenden kunnen worden gered en aan boord worden genomen van de Britse torpedobootjager HMS 'Hope' en vervolgens te Plymouth aan wal worden gezet.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I (1917)' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

28/01

Vertrek van het passagiersschip ss.'Wilis' van de Rotterdamsche Lloyd voor een uitzonderlijke reis, in verband met de oorlogsomstandigheden, naar Nederlands-Indië. Via Bergen (Noorwegen) waar het schip op 8 februari arriveert, wordt op 8 maart door de Noorse autoriteiten toestemming gegeven om te vertrekken. Via Halifex, het Panamakanaal en Honolulu zal uiteindelijk op 3 juni 1917 Tandjong Priok worden bereikt

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in WO I (mei t/m juli 1917)' in: 'DBW' jrg. 59 nr. 3 (2004)

 

31/01

Het vrachtschip ss. 'Epsilon' van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia, onder kapitein J. Lieuwen, loopt bij het verlaten van de haven van Falmouth (onder gelijktijdig vertrek van de Nederlandse schepen ss. 'Mizar' en ss. 'Gamma'), op een door de Duitse onderzeeboot 'UC 11' gelegde mijn. De bemanning weet zich te redden in de sloepen, waarna ze aan boord van het ss. 'Gamma' van Van Nievelt, Goudriaan & Co kunnen worden genomen.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I (1917)' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

01/02

Het vrachtschip ss. 'Oostmarsum' van de Stoomvaart Maatschappij 'Oostzee', op weg van Penarth naar Las Palmas met een lading steenkool, onder kapitein J. Bakker, wordt door de Duitse onderzeeboot 'UC 66' aangehouden en met een springlading tot zinken gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 10 (2002)

 

01/02

Duitse aankondiging van de onbeperkte onderzeebootoorlog. De Nederlandse regering geeft aan de Stoomvaart Maatschappij 'Zeeland' (SMZ) de opdracht om haar diensten op Engeland voorlopig te staken. Het gehele zeegebied rond Engeland en nagenoeg de gehele Middellandse Zee wordt tot oorlogsgebied verklaard.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 10 (2002)

 

01/02

Het vrachtschip ss. 'Driebergen' (1910) van Stoomvaartmaatschappij Hollandia (Furness), op weg van Port Talbot naar Huevla (Zweden), wordt in het Kanaal, 40 mijl ten westen van Quessant, door de Duitse onderzeeboot 'UC 66' aangehouden en met een springlading tot zinken gebracht. De opvarenden worden gered door het Franse ss. 'Charles Le Cour' en in Brest aan wal worden gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 10 (2002)

 

01/02

Het vrachtschip ss. 'Trompenberg' van de Stoomvaart Maatschappij 'Hillegersberg', varende met een lading steenkool, wordt door de Duitse onderzeeboot 'U 66' 70 mijl ten westnoordwesten van Ouessant aangehouden en met een springlading tot zinken gebracht. Samen met de 'Trompenberg' worden de stoomvrachtschepen 'Driebergen' en 'Ootmarsum' (1920) van de Stoomvaart Maatschappij 'Oostzee', varende in een onbeschermd konvooi, eveneens door de 'U 66' tot zinken gebracht. De bemanning wordt gered.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 10 (2002)

 

01/02

Het mailschip ss. 'Prinses Juliana' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN), op weg van Batavia naar Amsterdam, onder kapitein J.R. Brouwers, wordt bij Suez door de Britse autoriteiten vastgehouden. Pas na 49 dagen geven de Britse autoriteiten de 'Prinses Juliana' toestemming om naar Batavia terug te keren. Na op 15 april Colombo te hebben bereikt wordt de 'Juliana' ook daar weer door de Britse autoriteiten vastgehouden en zelfs geweigerd om kolen te laden. Op 11 mei 1917 zal de 'Prinses Juliana' uiteindelijk te Sabang arriveren.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 10 (2002)

 

01/02

Als gevolg van de afkondiging van de Duitse regering van de onbeperkte duikbootoorlog kan van een reguliere verbinding met Nederlands-Indië daardoor geen sprake meer zijn, omdat nu ook neutrale ( w.o. Nederlandse ) schepen aangevallen kunnen worden.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I (1917)' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

01/02

Het vrachtschip ss. 'Gamma' van Van Nievelt, Goudriaan & Co onder kapitein J.R. Bossinga, komende uit Falmouth, wordt door de Duitse onderzeeboot 'U 46' aangehouden en onder vuur genomen. Direct hierna verlaat de bemanning het schip in de gereedstaande sloepen. Ondertussen verschijnen vier grote Engese torpedobootjagers en een bewapende trawler, waarna de 'UG 46' naar de diepte verdwijnt. De bemanning klimt vervolgens weer aan boord, waarna de 'Gamma' zijn reis weer kan voortzetten.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 10 (2002)

 

02/02

Het passagiersschip ss. 'Wilis' van de Rotterdamsche Lloyd, op 28 januari vanuit Rotterdam vertrokken, weet op de Noordzee 12 opvarenden van het Britse zeilschip 'Isle of Arran' te redden. Dit schip werd op 1 februari door de Duitse onderzeeboot 'UC 16' tot zinken gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I (1917)' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

02/02

De Kamper postboot ss. 'Jhr. Altingh von Geusau' (lijndienst Kampen-Urk-Enkhuizen) loopt ten zuidwesten van Urk vast in het ijs zonder levensbehoeften aan boord. Urker vissers weten met een ijsvlet de bemanning en passagiers tijdens een zware tocht over het ijs in veiligheid te brengen. De schipper Gerrit de Boer ontvangt de zilveren medaille; Jacob J. Bakker, Jan Schraal, Albert A. van Veen, Harmen R. Kramer, Willem J. Post, Klaas T. Ras en Steven Korf zullen in juni 1917 worden onderscheiden met de medaille in brons van de Noord- en Zuid Hollandse Redding-Maatschappij, uitgereikt door ZKH prins Hendrik.

Bron: 'de Reddingboot', no. 5 (1917)

 

04/02

De vrijwel nieuwe zeesleper 'Limburg' (1916) van Bureau Wijsmuller uit IJmuiden wordt door de Britse autoriteiten in Londonderry gevorderd.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I (1917)' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

08/02

Het mailschip ss. 'Kawi' van de Rotterdamsche Lloyd, op weg van Batavia naar Amsterdam, loopt Emmahaven (Sumatra) binnen en keert vervolgens weer naar Batavia terug. Mede in verband met de door de Duitse regering op 1 februari 1917 afgekondigde onbeperkte duikbootoorlog worden de afvaarten naar Rotterdam voorlopig gestaakt. Zo is van een reguliere verbinding tussen Nederland en Nederlands-Indië geen sprake meer.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in WO I (1917)' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

10/02

De tanker 'Charlois' (1888) van de American Petroleum Company te Rotterdam, op weg van New York via Halifex naar Rotterdam, wordt op de Noordzee vermist. Na onderzoek kon later worden vastgesteld, dat de 'Charlois' onder de Noorse kust op 57. 30' N / 04. 30' O op 10 februari 1917 door de Duitse onderzeeboot 'U 59' moet zijn getorpedeerd en de voltallige bemannng (33 opvarenden) daarbij is omgekomen.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in WO I (1917)' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

10/02

Invoering van de Schepenvorderingswet, met het doel om tijdens de Eerste Wereldoorlog de voedselaanvoer veilig te kunnen stellen. Met de uitvoering van deze wet zou de vrijheid van de Nederlandse reders, naast die van de Schepenuitvoerwet van 1916 nog sterker worden beperkt.

Bron: W.M. Zappey: 'Dirk Hudig L. Jzn. levensschets van een Amsterdamse reder'.

 

21/02

Het vrachtschip ss. 'Ambon' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN), op weg van Amsterdam naar Batavia en sedert 31 januari liggende te Londen, vertrekt op 21 februari om zich buiten het gevaarlijke gebied te begeven door naar Falmouth te varen. In het Kanaal varende wordt de 'Ambon' door de Duitse onderzeeboot 'UC 66' getorpedeerd. De 'Ambon' kon gelukkig in drijvende toestand worden gehouden en uiteindelijk in Plymouth worden binnengebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 10 (2002)

 

22/02

Volgens de instructies van de Nederlandse reders, na verkregen informatie van de marine-attache van het Duitse gezantschap in Den Haag aan de marinestaf, zouden aan de op 22 februari vertrekkende schepen vanuit Falmouth een betrekkelijk veilige vaart worden geboden. Hierbij wordt van Duitse zijde echter wel duidelijk gemaakt dat de instructies, die radiografisch aan de Duitse onderzeeboten zouden worden geseind, deze misschien wel eens niet zouden kunnen bereiken.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 10 (2002)

 

22/02

Het ss. 'Bandoeng' van de Rotterdamsche Lloyd wordt na vertrek vanuit Falmouth in de Atlantische Oceaan op circa 30 mijl ten westen van Bishop Rock door de Duitse onderzeeboot 'U 21' tot zinken gebracht. Hetzelfde lot is die dag van toepassing op de Nederlandse vrachtschepen: ss. 'Eemland', 'Jacatra', 'Noorderdijk', 'Zaandijk' en 'Gaasterland'. Ook deze schepen worden door dezelde 'U 21' met een springlading tot zinken gebracht. Alleen het ss. 'Menado' kan nog in drijvende toestand worden gehouden. Het radiografische bericht om de schepen niet aan te vallen had de 'U 21' echter niet bereikt. Met de sloepen weten de bemanningsleden van de respectievelijke schepen de daaropvolgende ochtend de Scilly-eilanden te bereiken.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1916' in: 'DBW' jrg. 56 nr. 1 (2001)

 

26/02

De tjalk 'Alberdina' (1910) van schipper/eigenaar De Vries uit Groningen, op weg van St. Valery (Frankrijk) naar Rotterdam met een lading steen en gips, wordt voor de Nederlandse kust door een Duitse U-boot met explosieven tot zinken gebracht. De bemanning kan na het verlaten van het schip aan boord worden genomen door de 'Tonijn' (SCH 195).

Bron: 'De Zee' (1917)

 

01/03

De tjalk 'Maria Adriana' (1906) van schipper/eigenaar H. Kluglist uit Groningen, op weg van Le Havre naar Teignmouth varende in ballast om pijpaarde voor Rotterdam te laden, zinkt. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

03/03

De motorschoener 'Kralingen' (1909) van M.J. van der Erb uit Rotterdam vertrekt uit Göthenburg naar Rotterdam en wordt sindsdien vermist. Zeven bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

07/03

Het mailschip ss. 'Sindorno', vertrokken vanuit Batavia op 3 januari, wordt tijdens een plotseling opkomende storm in de baai van Gibraltar op de rotsen geworpen. Na 10 dagen slaagt men er in het schip weer vlot te krijgen. De schade aan het schip is echter zodanig, dat de reis niet langer kan worden voortgezet. Het schip zal, nadat de 121 passagiers aan wal kunnen worden ondergebracht, op 16 april naar Cadiz worden gesleept om aldaar te worden gedokt. Op 4 juni 1917 wordt de reis naar Rotterdam weer voortgezet (aankomst 17 juni).

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

08/03

De tanker ss. 'Ares' (1914) van de Petroleum Maatschappij 'La Corona' (Shell), op weg van Suez naar Rouan met een lading benzine, wordt in de monding van de Taag (Portugal) door een Duitse onderzeeboot in brand geschoten, nadat de bemanning de gelegenheid is gegeven het schip te verlaten. Bij het aan land komen van één van de sloepen bij Kaap Roca slaat deze om, waarbij twee Chinese opvarenden om het leven komen.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

08/03

Oprichting van de Centrale Bond van Scheepsbouwmeesters in Nederland (Cebosine). Oorspronkelijk omvat de vereniging de kleine en middelgrote scheepswerven. Een eerlijke verdeling van het schaarse materiaal dat in de jaren na de Eerste Wereldoorlog beschikbaar is voor nieuwbouw en reparatie is de directe aanleiding tot een bundeling van belangen. Na 1945 fuseert de Cebosine met de Scheepsbouw Conferentie, de verenging van grote werven.

Bron: 'De Zee' (1967)

 

13/03

De tanker ss. 'La Campine' (1890) van de American Petroleum Company, op weg van Rotterdam naar New York, wordt ter hoogte van de Doggersbank door een Duitse onderzeeboot tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

14/03

Aan boord van het pantserdekschip Hr.Ms. 'Gelderland' vindt, tijdens een patrouille langs de Nederlandse kust, een ketelexplosie plaats. Bij dit ongeval komt een opvarende om het leven en raken negen man zwaar gewond. Terug in Den Helder wordt de 'Gelderland' uit dienst gesteld en in onderhoud genomen.

Bron: Jt. Mulder & W.F. Ruygrok: 'Pantserschepen, Pantserdekschepen, Monitors' (2004)

 

15/03

De tjalk 'Engelina' (1902) van J.H. Kruize & Zn uit Groningen, op weg van Leerdam naar Londen met een lading flessen, wordt door een Duitse U-boot getorpedeerd en tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

23/03

Het vrachtschip ss. 'Amstelstroom' (1910) van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij (HSM), op weg van Amsterdam naar Londen, wordt op de Noordzee door drie Duitse torpedoboten 'V 44', 'G 86' en 'G 87' met geschutsvuur tot zinken gebracht. Van de 24 opvarenden kunnen 20 man worden gered, door de Katwijkse logger 'Holland II' (KW 155). Op 27 maart zal het nog drijvende wrak door de Duitse onderzeeboot ' UB 10' als nog tot zinken worden gebracht.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

27/03

De tanker ss. 'J.B. August Kessler' (1902) van de Petroleum Maatschappij 'La Corona' onder kapitein F.J. van der Biesen wordt op 40 zeemijl van Styart Point (zuidkust van Engeland) getorpedeerd. De bemanning weet zich hierbij met twee sloepen in veiligheid te brengen. Het tankschip brandt geheel uit, doch kan drijvende worden gehouden later Falmouith worden binnengebracht. Het schip zal later worden hersteld en tot 1936 in dienst blijven.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

31/03

De tanker ss. 'Hestia' (1916) van de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij, varende in ballast van Rotterdam naar Londen, wordt op de Noordzee door een Duitse onderzeeboot tot zinken gebracht. 13 van de 36 opvarenden komen om het leven.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

02/04

Eerste Wereldoorlog: De Verenigde Staten van Amerika verklaren de oorlog aan Duitsland.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

02/04

De tweemastgaffelschoener 'Boreas' (1915) van A. Jordens te Rotterdam, op weg van Hartlepole naar Assens (Denemarken) met een lading steenkool, strandt nabij het eiland Graesholm mede als gevolg van slechte weersomstandigheden. Na herstel te Frederikshaven vervolgt het schip zijn weg, maar wordt op 15 mei op de terugreis naar Rotterdam op de Noordzee door een Duitse U-boot beschoten en tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

12/04

De tjalk 'Voorwaarts' (1897) van schipper/eigenaar Bonninga uit Groningen, op weg van Hartlepool naar Christiana met een lading steenkool, wordt door een Duitse U-boot met aan boord geplaatste explosieven tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered. De tjalk 'Neptunus' (1901), eveneens op weg van Hartlepool naar Christiana met een lading steenkool, wordt even later door vermoedelijk dezelfde onderzeeboot tot zinken gebracht. Ook hiervan kan de bemanning worden gered.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

18/04

De stoomtrawler 'Vischjan' (IJM 82) vergaat met man en muis op de Noordzee tijdens het vissen als gevolg van een mijnexplosie op positie 53.46° N / 04.47° O.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

27/04

Aankomst in Vlissingen van de bemanning van de stoomlogger 'Elisabeth' (1904) van reder R. Groenewoud uit Delfzijl. Het schip werd op 26 zeemijl ten westen van IJmuiden door een Duitse onderzeeboot tot zinken gebracht. De bemanning werd meegenomen en naar Zeebrugge gebracht en kon daarna weer worden vrijgelaten.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

30/04

Enkele verdwaalde Britse vliegtuigen werpen bij vergissing enkele bommem af op de stad Zierikzee, waarbij Drie inwoners om het leven komen. De Britse vliegeniers hadden zich ten onrechte boven het oorlogsgebied in Vlaanderen gewaand.

Bron: H. Uil: 'Zierikzee, stad der monumenten' (1995)

 

04/05

Aankomst van de eerste destroyers van de US Navy in Queenstown (Ierland) om de konvooien over de Atlantische Oceaan te begeleiden na de afkondiging van de onbeperkte duikbootoorlog door Duitsland op 1 februari 1917.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I (1917)' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

05/05

De stoomtrawler 'Simon' (HVH 2) van Maatschappij Hoek van Holland, op 30 april 1917 vertokken voor de visserij op de Noordzee, vergaat met man en muis vermoedelijk na de beschieting door een Duitse U-boot.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

10/05

De motorschoener 'Gruno' van NV. Scheepvaart Mij. 'Njord', op weg van Rotterdam naar Londen, wordt 7 mijl ten zuidzuidwesten van het lichtschip 'Noord Hiner' door de Duitse onderzeeboot 'UC 63' met tijdbommen tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

11/05

Aan boord van de tanker ss. 'American' van de American Petroleum Company doet zich een explosie voor bij het schoonmaken van de tanks in het dok van Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf te Schiedam. Van de drie in de tank aanwezige classificeerders wordt er één gedood en raken er twee zwaar gewond.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

17/05

De loggers 'Mercurius' (MA 45) en 'Jacoba' (MA 166), beiden van P. Doeleman uit Maassluis, worden kort na elkaar door een Duitse U-boot op circa 50 zeemijl van IJmuiden aangehouden en tot zinken gebracht. De bemanningen kunnen respectievelijk aan boord worden genomen van het pantserschip Hr.Ms. 'Jacob van Heemskerck' en van de logger 'Zorg en Vlijt' (SCH 304).

Bron: 'De Zee' (1917)

 

17/05

Indienststelling van de onderzeeboot Hr.Ms. 'O 8' (ex onderzeeboot HMS 'H 6'). Deze Britse onderzeeboot was op 19 januari 1916 vastgelopen op de banken voor de kust bij Ameland en na inbeslagneming naar Den Helder gesleept. De 'O 8' zal tot de mei-dagen van 1940 dienst blijven doen; zal daarna in handen van de Duitse Kriegsmarine vallen en vervolgens als 'UD 1' in dienst worden gesteld. Tot eind 1943 zal het schip als loodsboot worden gebruikt voor de Duitse Onderzeeboot-bestrijdingsschool. In 1945 zal de 'O 8' door vernietiging van de sterkte worden afgevoerd.

Bron: C. Mark: 'De geschiedenis van de Torpedo- en de Onderzeedienst' in: 'Vast Werken' (2003)

 

18/05

De motorschoener 'Annetta' van M.J. van der Erb uit Rotterdam, op weg van Le Havre naar Amsterdam, wordt 40 mijl ten noordoosten van de Shetland-eilanden door de Duitse onderzeeboot 'UC 71' tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

20/05

Het vrachtschip ss. 'Pomona' (1896) van de KNSM, op weg van Christiana naar Amsterdam, onder kapitein F. Vegter, wordt door een Duits oorlogsschip onderschept en vervolgens opgebracht naar Swinemünde en aldaar tot prijs verklaard. In 1918 zal het schip in Riga in handen komen van het gouvernement van Letland en als 'Weesturs' in de vaart worden gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaaddij in WO I' (mei t/m juli 1917) in: 'DBW' jrg. 59 nr. 3 (2004)

 

23/05

De stoomschepen 'Bernisse' (1915), onder kapitein M. Gnodde, en de 'Elve', onder kapitein J. Zoethout, beiden van de rederij P.A. van Es & Co. uit Rotterdam, op weg van Rufisque naar Rotterdam met een lading grondnoten, worden op de Noordzee bij Kirkwall getorpedeerd door de Duitse onderzeeboten 'U 87' en 'U 50'. Hierbij zinkt de 'Elve' en kan de zwaar beschadigde 'Bernisse' nog drijvende aan de grond worden gezet en behouden blijven. Beide schepen waren door Britse marineschepen gedwongen van de veilige route af te wijken voor contrabande-onderzoek in Kirkwall (Engeland).

Bron: 'De Zee' (1917)

 

24/05

Vertrek vanuit Hampton Roads (VS) van het eerste door Amerikaanse oorlogsschepen begeleide konvooi over de Atlantische Oceaan naar Groot-Brittannië, na de afkondiging van de onbeperkte duikbootoorlog door Duitsland op 1 februari 1917.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO I' (1917) in: 'DBW' jrg. 57 nr. 9 (2002)

 

25/05

Het ss. 'Westland' op weg naar Rouan met een lading steenkool, onder kapitein Schaap, loopt op de Noordzee, 30 mijl van Yarmouth, op een mijn. Hierbij vallen twee zwaar- en enkele lichtgewonden aan boord. Deze worden met hulp van de Franse vissersboot 'Le Bijoue' in Yarmouth aan wal gezet.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 59 nr. 3 (2004)

 

06/06

Het vrachtschip ss. 'Eemdijk' (1910) van Van Solleveld, van der Meer & van Hattum's Scheepvaatbedrijf uit Rotterdam, op weg van Boston naar Rotterdam, onder kapitein T. Swart wordt op de Atlantische Oceaan nabij de Shetland eilanden door de Duitse onderzeeboot 'UB 88' (kennelijk een tweede poging) tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

07/06

Vertrek vanuit Den Helder van het pantserdekschip Hr.Ms. 'Zeeland' voor een wereldreis naar Soerabaja via Thorshaven, New York, Curaçao (waar met apparatuur van Telefunken een radio zend- en ontvangststation aan boord zal worden geinstalleerd), Colon, Panama, San Francisco, Honlolulu, Yokohama en Nagasaki. De 'Zeeland' zal het eerste buitenlandse marineschip zijn dat het nieuw geopende Panamakanaal zal passeren, waarna op 4 november in Soerabaja zal worden gearriveerd. Onderweg zal blijken dat 45 bemanningsleden in New York zijn gedeserteerd. Ook in San Francisco zullen nog eens acht bemanningsleden deserteren. Een maand later, op 3 december 1917, zal de 'Zeeland' volgens dezelfde route naar Nederland terugvaren en op 4 april 1918 weer in Den Helder terugkeren.

Bron: Jt. Mulder & W.F. Ruygrok: 'Pantserschepen, Pantserdekschepen, Monitors' (2004)

 

11/06

De tanker 'Hermes' van de Petroleum Maatschappij 'La Corona' (Shell), op weg van Newport News via het Panamakanaal naar Port Arthur om daar een lading petroleum in te nemen voor de Duitse kolonie Tsingtau in Oost Azië, loopt op een onderwaterrots bij Kaap Yerimo voor de Japanse kust. Na vele pogingen slaagt men er in om het schip vlot te krijgen en de reis naar Tsingtau te vervolgen met een behoorlijke slagzij. Na lossing in Tsingtau zal vervolgens naar Hongkong worden gevaren om aldaar te dokken in verband met de benodigde reparaties aan het schip.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 59 nr. 3 (2004)

 

15/06

Het zeilschip 'Albertine Beatrice', op weg van Nederlands-Indië naar Nederland met 3.875 balen tabak, onder kapitein E. Meuleman, wordt bij de ingang van het Kanaal door de Duitse onderzeeboot 'U 82' getorpedeerd en met kanonvuur tot zinken gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 59 nr. 3 (2004)

 

21/06

De stalen zeillogger 'Hendrika' (IJM 302) van Visscherij-Maatschappij 'Kennermerland' uit IJmuiden, op 19 juni 1917 vertrokken voor de kustvisserij op de Noordzee, wordt door een Duitse U-boot met kanonvuur tot zinken gebracht nabij Kamperduin (positie 52.46° N / 04.16° O). De bemanning kan worden gered door de 'Adelaar' (SCH 204).

Bron: 'De Zee' (1917)

 

24/06

Het vrachtschip ss. 'Telegraaf 18' van Braakman & Co. wordt ten westen van Hoek van Holland door een Duitse onderzeeboot tot zinken gebracht. De gehele bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

29/06

De sleepboot-trawler 'Lauwerszee' (SCH 165) van H.P. van den Boon uit Den Haag, vertrokken op 28 juli 1917 voor de kustvisserij op de Noordzee, vergaat met man en muis ter hoogte van de Nieuwe Waterweg.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

30/06

Het vrachtschip ss. 'Amstelland' van de Koninklijke Hollandsche Lloyd (KHL), op weg van Buenos Aires naar Belfast met een lading maïs, onder kapitein J. Hansen, wordt op de Atlantische Oceaan, 35 mijl ten zuiden van Galley Head getorpedeerd door - en met kanonvuur van de Duitse onderzeeboot 'U 31' tot zinken gebracht. De opvarenden kunnen worden gered door het Britse vissersvaartuig 'Swansea Castle' en te Swansea aan land worden gezet.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 59 nr. 3 (2004)

 

04/07

Het vrachtschip ss. 'Bestevaer' van de rederij Phs. van Ommeren uit Rotterdam, op weg van Londen naar Rotterdam met stukgoed, onder kapitein H. de Kok, wordt op de Noordzee voor de ingang van de Nieuwe Waterweg door de Duitse onderzeeboot 'UC 21'getorpedeerd en tot zinken gebracht. Acht van de 18 bemanningsleden komen hierbij om het leven, waaronder de kapitein, de stuurman en de tweede machinist.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

15/07

Het stoomvissersvaartuig 'Dolfijn' (IJM 112) van NV Scheepsexploitatie Maatschappij 'De Marezaten' te IJmuiden, vertrokken op 9 juli 1917 voor de visserij op de Noordzee, vergaat met man en muis nabij positie 55.20° N / 04.35° O.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

16/07

Indiening van een wetsvoorstel in de Tweede Kamer voor de bouw van een nieuwe schutsluis bij IJmuiden en de verruiming van het Noordzeekanaal.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

16/07

Het 'Bergen-incident': Op 14 en 15 juli 1917 verlaten 19 Duitse schepen, varend in twee konvooien, zonder bescherming van Duitse marine-eenheden, de Nieuwe Waterweg. Enkele vanuit Amsterdam in konvooi vertrokken Duitse koopvaardijschepen, varende in noordelijke richting voor de Nederlandse kust en binnen de territoriale wateren worden ter hoogte van Bergen aan Zee door enkele Britse jagers, behorende tot het Harwich Force Command, onder vuur genomen en buitgemaakt en vervolgens als prijs meegenomen c.q. op het strand gejaagd. Door een te late inzet van het pantserdekschip Hr.Ms. 'Kortenaer' en een viertal torpedoboten kan weinig meer worden uitgericht. De 'Magdalena Blumenthal', uit het eerste konvooi en vertrokken uit Rotterdam, strandt bij Zandvoort. De 'Blumenthal', geladen met cokes en bestemd voor Stockholm, kan op 19 juli door de sleepboten van de sleepbootrederij Zur Mühlen uit Amsterdam weer vlot worden gebracht. De bergingsfirma verdient tachtigduizend gulden met deze berging. In Bergen aan Zee moeten de nieuwsgierigen, die naar het strand waren gekomen, ijlings dekking zoeken toen Britse granaten over hun hoofden gierden en zelfs in het dorp insloegen.

Bron: 'Jaarboek van de Marine' (1952)

 

19/07

De motorschoener 'Sirra' van NV van Dongen's Vrachtvaart Mij. te Rotterdam, op weg van Stavanger naar New York, wordt 70 mijl ten noordoosten van de Shetland-eilanden door de Duitse onderzeeboot 'UC 71' met eigen geschutsvuur tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

21/07

Oprichting van de Curaçaosche Scheepvaart Maatschappij NV (CSM) met als thuishaven Willemstad (Curaçao) voor het transport van ruwe olie uit het ondiepe Meer van Maracaibo naar de Shell-rafinaderij op Curaçao. De eerste schepen bij de CSM zijn houten lichters zoals de 'Oranjestad' (1918 - 1922) en de 'Willemstad' (1918 - 1922).

Bron: www.voeks.nl/Stbv/Groep.htm

 

21/07

De Groninger koftjalk 'Lammechienna II' onder schipper Oosterhuis, op weg van Zweden naar Schoonhoven met een lading hout, strandt bij een stormachtige noordwester op Terschelling. De vier-koppige bemanning geeft aan de reeds toegesnelde reddingboot van Midsland te kennen niet van boord te willen gaan. Met laagwater, als de 'Lammechienna' droogvalt op het strand, kan met behulp van de bemanning de lading hout op het strand worden gelost. Vervolgens wordt met boerenkarren het hout naar de haven van Terschelling vervoerd. Op 25 juli kan de 'Lammachienna' weer worden vlotgebracht. In de haven van Terschelling komt de lading weer aan boord, waarna de tjalk de reis naar Schoonhoven weer kan vervolgen.

Bron: G. van Burgeler: 'De stranding van de 'Lammachienn' II' op Terschelling' in: 'DBW' jrg. 58 nr. 6 (2003)

 

22/07

De zeesleper 'Oostzee' van L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst, op weg van de rivier de Tyne naar Rotterdam met de drijvende kraan 'Montevideo' op sleeptouw, onder kapitein A.W. Teerlink, wordt door de Duitse onderzeeboot 'UB 18' getorpedeerd. De opvarenden kunnen worden gered door de sleepboot 'Rozenburg' en in Hoek van Holland aan de wal worden gezet.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 59 nr. 3 (2004)

 

22/07

Het ss. 'Breda' (1915) van de rederij Meel te Rotterdam, op weg van Rotterdam naar Engeland, onder kapitein W.K. de Wit, wordt op de Noordzee, 1 mijl van het lichtschip 'Noordhinder', door de Duitse onderzeeboot 'UB 18' aangehouden en vervolgens getorpedeerd. De bemanning slaagt er in om het lichtschip veilig te bereiken.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 59 nr. 3 (2004)

 

24/07

Het vrachtschip ss. 'Hilversum' (1883) van de Stoomvaart Maatschappij 'Oostzee' loopt ter hoogte van het eiland Lundy op een zeemijn en zinkt. Het schip zinkt dusdanig snel als gevolg waarvan zes opvarenden, waaronder de kapitein en de tweede stuurman, de reddingssloepen niet meer weten te bereiken en daarbij om het leven komen. De rest van de 19 koppige bemanning kan aan boord van de HMS 'Night Hawk' worden genomen en in Milford (Engeland) aan land worden gezet.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 59 nr. 3 (2004)

 

25/07

Het vrachtschip ss. 'Gelderland' van de Steenkolen Scheepvaart Maatschappij uit Rotterdam, op weg van de river Tyne naar Rotterdam, onder kapitein L. Leusjes, wordt op de Noordzee, 4 mijl ten westen van Hoek van Holland, door drie Duitse vliegtuigen gedwongen om naar Zeebrugge te varen. Het schip zal daar blijven liggen tot het einde van de Eerste Wereldoorlog en uiteindelijk weer aan Nederland worden teruggegeven. De schoener 'Janna' (1910), op 24 juli vanuit Maassluis naar Le Havre vertrokken, wordt door een Duitse onderzeeboot voor Hoek van Holland tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered door een loodsboot en worden terug gebracht naar Hoek van Holland.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 59 nr. 3 (2004)

 

27/07

De Scheveningse vissersschepen 'Dirk' (SCH 382) en 'Majoor Thomson' (SCH 23), resp. van Wed, J. van den Toorn Mzn. en de reders D. van der Zwan en J. den Dulk Wzn., worden nabij de onveilige 10 mijlszone uit de Nederlandse kust tot zinken gebracht door een Duitse onderzeeboot. De bemanningen blijven hierbij ongedeerd.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

27/07

Het door de Duitsers in Zeebrugge in beslag genomen passagiersschip 'Batavier II' van Wm. H. Muller wordt, varende in de Nederlandse territoriale wateren richting Hamburg, op de Noordzee nabij Texel door de Britse onderzeeboot 'E 55' onder vuur genomen en tot zinken gebracht. Het door de 'Batavier II' op sleeptouw genomen motorscheepje 'Zeemeeuw' (400 brt. en door de Duitse onderzeeboot 'UB 31' eveneens naar Zeebrugge opgebracht) wordt, bij het onder vuur nemen van de 'Batavier II', door de Duitse prijsbemanning de tros gekapt, waarna het schip verlaten wordt. Twee Nederlandse sleepboten zullen de 'Zeemeeuw' later naar Den Helder slepen.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 59 nr. 3 (2004)

 

27/07

De Scheveningse loggers 'Jan' (SCH 170) van M. van den Toorn, 'Dirk van Duijne' (SCH 254) van Jacob den Dulk & Zonen, en 'Sterna III' (SCH 136) van NV Zeevisscherij ' Sterna' worden, op circa 30 zeemijl uit de Nederlandse kust, kort na elkaar, door een Duitse U-boot met explosieven tot zinken gebracht. De bemanningen kunnen door andere vissersschepen worden gered.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

27/07

Het stoomvissersvaartuig 'Ernestine Pauline' (IJM 95) van de reders Baker en Dijksen te IJmuiden, vertrokken op 27 juli 1917 voor de visserij bij de Doggersbank, wordt sindsdien vermist Het schip moet vermoedelijk met man en muis zijn vergaan na een mijnexplosie.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

28/07

De Scheveningse stoomlogger 'Neptunus' (SCH 479) van de NV Rederij Neptunus wordt even buiten de onveilige 10 mijlszone uit de Nederlandse kust tot zinken gebracht door een Duitse onderzeeboot. De bemanning blijft hierbij ongedeerd.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

30/07

Het zeilschip 'Tyr' van J.J. Bökenkamp uit Amsterdam strandt in de monding van de Thames en gaat verloren, nadat het eerder op de Noordzee lek was geraakt. De bemanning kan worden gered door een Britse marinesleepboot.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

31/07

Het stoomvissersvaartuig 'De Eén' (IJM 7) van NV Stoomvisserscherij Maatschappij 'De Eén' te IJmuiden, vertrokken op 31 juli 1917 voor de visserij op de Noordzee, wordt sindsdien vermist. Het schip moet vermoedelijk met man en muis zijn vergaan na een mijnexplosie.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

03/08

Het passagiersschip ss. 'Noordam' (1902) van de Holland-Amerika Lijn (HAL), op weg van Halifex naar Rotterdam, loopt op de Noordzee ter hoogte van de Terschellingerbank op een mijn, maar kan drijvende worden gehouden. Door de zeeslepers 'Thames' en 'Simson' kunnen de 237 passagiers worden overgenomen en vervolgens naar Nieuwediep worden overgebracht. De 'Simson' escorteert de 'Noordam' naar Rotterdam. Direkt hierna wordt door de directie van de HAL, in verband met het oorlogsgevaar, besloten om zowel de 'Noordam' als het passagiersschip ss. 'Rotterdam' voorlopig uit de vaart te nemen en in de Rotterdamse haven tijdelijk op te leggen. De 'Noordam' werd op 7 oktober 1914 ook getroffen door een mijnexplosie, waarbij het achterschip ernstig werd beschadigd.

Bron: L.L. von Münching: 'De passagiersvaart van de HAL op New York in WO I' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 3 (1998)

 

06/08

Een Duits watervliegtuig van het type Friedrichshafen FF-33 landt bij Ameland en wordt door de Koninklijke Marine in beslag genomen. Op 21 augustus wordt het vliegtuig onder nummer 'V 1' in gebruik genomen door de (op 18 augustus 1917 opgerichte) Marine Luchtvaartdienst (MLD) en in november 1918 in Nederlands-Indië weer in gebruik genomen. Medio 1925 wordt het toestel afgeschreven. Op 7 augustus wordt hetzelfde type vliegtuig bij Texel in beslag genomen en op 1 oktober als 'V 2' in dienst genomen bij de MLD. Het toestel moet echter twee dagen later een noodlanding maken, waarna het weer uit dienst wordt gesteld.

Bron: www.luftfahrtmuseum.com

 

08/08

Bij Koninklijk Besluit vindt de instelling van het korps vliegtuigmakers plaats ten behoeve van de oprichting van de Marine Luchtvaartdienst, tien dagen later op 18 augustus 1917.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

08/08

Het vrachtschip ss. 'Thalia' van de KNSM, op weg van Bissao naar Rotterdam met een lading grondnoten, strandt tijdens dichte mist op Gran Canaria (Canarische Eilanden). Het schip weet op eigen kracht weer los te komen en met beperkte schade IJmuiden te bereiken.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

16/08

Officiële proefvaart van de coaster ss. 'Lilian Spliethoff', gebouwd op de werf van U. Zwolsman & Zn. te Workum, bestemd voor de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij (HAAS) te Rotterdam, waarvan Johan Frederik Spliethoff mede-directeur is. Vier jaar later (1921) zal hij overgaan tot de oprichting van een eigen bevrachtingskantoor in Rotterdam, dat in 1925 zal verhuizen naar Amsterdam en ondergebracht zal worden in een aan de Keizersgracht gelegen kantoorpand.

Bron: A. Boerema: 'Coasters, de laatste 50 jaar van de KHV' (1992)

 

16/08

De 'Longroominvasie': Vooruitlopende op een door de marineleiding genomen besluit om alle machinisten, vanaf de rang van leerling-machinist, collectief te bevorderen tot officier-machinist krijgt een grote groep marinepersoneel nu toegang tot dit officiersverblijf.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

18/08

Oprichting van de Marine Luchtvaartdienst (MLD). Al enkele jaren eerder, op 28 juli 1914, kreeg de marine haar eerste vliegtuig: een nieuwe Farman HF-22. Deze tweedekker met registratie MA-1 werd op Soesterberg gebruikt voor het trainen van marinevliegers. Een van de eerste marinevliegers is de luitenant-ter-zee der tweede klasse K.W.F.M. Doorman.

Bron: 'Marinenieuws' nr. 494 (2002)

 

21/08

Indienststelling van het marinevliegkamp 'de Mok' op Texel, drie dagen na de officiële oprichting van de Marine Luchtvaartdienst (MLD). Een jaar daarvoor werd reeds een klein watervliegkamp bij Schellingwoude in gebruik genomen met een zes-tal Glenn-Martin - watervliegtuigen.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

22/08

Het vanuit IJmuiden vertrokken Duitse vrachtschip 'Renate Leonhardt' loopt bij de Razende Bol aan de grond. Drie sleepboten weten het schip vlot te brengen, maar op weg naar de Haaksgronden wordt het schip door een Britse torpedo in het ketelruim getroffen en zinkt enkele uren later. De Duitse bemanning kan worden gered door de torpedoboot Hr.Ms. 'Z 7'. Het schip was eerder op 15 juli, varende in een Duits (onbeschermd) konvooi ter hoogte van Bergen aan Zee aan de grond gelopen en beschadigd door een aanval van enkele Britse jagers en vervolgens naar Amsterdam gesleept voor reparatie.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in WO I' in: 'DBW' jrg. 58 nr. 7 (2003)

 

23/08

Het (onder Britse vlag varende) vrachtschip ms. 'Vechtstroom' (1901) van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij ( HSM ) uit Amsterdam wordt door een Duitse onderzeeboot ter hoogte van de vuurtoren van Godrevy (Cornwall) tot zinken gebracht. Hierbij komen vijf opvarenden om het leven. In maart 1917 was het schip reeds door The Shipping Controller in beslag genomen en onder Britse vlag weer in de vaart gebracht.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

26/08

De aak 'Semper Spera' (1911) uit Veendam, op weg van Söndervig naar Ringkjobing met een lading van 117 ton cokes, strandt op de kust van Jutland. De bemanning kan hierbij worden gered. Later zal de lading kunnen worden gelost en het schip als wrak worden verkocht.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

16/09

Door de reddingsbrigades uit Amsterdam, Haarlem, Breda en 's-Hertogenbosch wordt een landelijke bond, de Nederlandsche Bond tot het redden van Drenkelingen (NBRD), later de KNBRD opgericht.

Bron: www.hvrb.org

 

16/09

De motorlogger 'Eendracht VII' (VL 214) van Visscherij-Maatschappij 'Eendracht' uit Vlaardingen, op 5 september 1917 vertrokken voor de visserij op de Noordzee, wordt door een Duitse U-boot met explosieven tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

04/10

Het zeilvissersvaartuig 'Susanna' (KW 57) van Visscherij-Maatschappij 'Willem Beukelszoon' uit Katwijk aan Zee, op 25 september 1917 vertrokken voor de visserij op de Noordzee, raakt uit koers en strandt op de Noorderhaaks en gaat daarbij verloren. De reddingvlet van station Nieuwediep (NZHRM), op sleep door de schoener voor politietoezicht op de visserij Hr.Ms. 'Dolfijn', weet de bemanning te redden. Eén opvarende komt hierbij om het leven.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

06/10

Het zeilvissersvaartuig 'Anna' (IJM 321) van Visscherij-Maatschappij 'Kennermerland' uit IJmuiden, op 29 september 1917 vertrokken voor de visserij op de Noordzee, strandt bij slecht weer op de Razende Bol en gaat verloren. De reddingvlet van station Nieuwediep (NZHRM) weet de bemanning te redden.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

09/10

De tjalk 'Urana I' (1900) van schipper/eigenaar J. de Jonge te Groningen, op weg van Stettin naar Nyborg (Denemarken) met een lading briketten, komt 's nachts op de Oostzee in aanvaring met een onverlichte Duitse torpedoboot en zinkt. De gehele bemanning, waaronder de schipper zijn vrouw en drie kinderen, kan worden gered.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

11/10

De zeillogger 'Zegen en Vlijt' (MA 169) van Stoom-Haring- en Beugvisscherij 'De Hoop' uit Maassluis, op 3 oktober 1917 vertrokken voor de visserij bij de Doggersbank en op thuisreis, strandt wegens een navigatiefout op de kust van Texel en gaat verloren. De bemanning weet zich zelf te redden en in veiligheid te brengen.

Bron: 'De Zee' (1917)

 

17/10

Vertrek van de schoener 'Schouwen II', onder kapitein-eigenaar B. de Vries, vanuit Sundsvall (Zweden) naar IJsselmonde met een lading gezaagd hout. Onderweg wordt de 'Schouwen II' aangehouden door een Duitse torpedoboot, waarbij de papieren van het schip overhandigd moeten worden en deze later weer zullen zoekraken. Op 21 november, vijf weken na het vertrek uit Sundsvall, wordt het schip opnieuw aangehouden door een Duitse torpedoboot en nu opgebracht naar Swinemünde. Op 23 november zal de 'Schouwen II' uit de Duitse haven vertrekken tijdens zwaar weer en sedert deze datum worden vermist. Enige tijd later zal het schip, met de kiel bovendrijvend, worden gevonden in de omgeving van Kiel. De drie opvarenden waren hierbij om het leven gekomen.

Bron: A Boerema: 'Coasters, de laatste 50 jaar van de KHV' (1992)

 

07/11

Met de bestorming door de Bolsjewieken van het Winterpaleis van de Tsaar in Sint-Petersburg begint officieel de Russische Revolutie. Het startschot voor deze actie wordt gegeven vanaf het Russische pantserschip 'Aurora'. [De datum van 7 november komt overeen met 25 oktober in de Juliaanse kalender, die in Rusland ten tijde van de revolutie in gebruik is.]

Bron: -

 

12/11

Het Scheveningse vissersschip 'Geertruida' (SCH 357) van schipper Leendert Rog wordt op 19 mijl ten zuidoosten van Scheveningen door een Duitse torpedoboot tot zinken gebracht. De bemanning wordt aan boord van het Duitse schip genomen, naar Bremen overgebracht en aldaar overgedragen aan de Nederlandse consul. Het vissersschip 'Huibertje' (SCH 242) van de NV v/h Frank Vrolijk wordt op 17/18 mijl van Scheveningen eveneens door een Duitse U-boot tot zinken gebracht. Daarbij raakt één opvarende gewond en komt later te overlijden. Door deze Duitse onderzeeboot wordt de bemanning aan z'n lot over gelaten, maar neemt daarentegen wel enige manden vis en een zak aardappelen mee.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

12/11

Het vrachtschip ss. 'Leda' (1898) van de KNSM, op weg van Methil in Schotland naar Amsterdam en geladen met steenkool, onder kapitein H. Grillis, wordt op de Noordzee door de Duitse onderzeeboot 'U 49' met een voltreffer getorpedeerd en tot zinken gebracht. Zeven bemanningsleden komen hierbij om het leven. Aanvankelijk werd aangenomen dat het schip op een zeemijn was gelopen. De 'Leda' werd eerder op 12 november 1916 in de Golf van Biscaje door de Duitse onderzeeboot 'U 49' aangehouden, waarbij met enkele waarschuwingsschoten de brugverschansing met kogels werd doorboord.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

12/11

Het IJmuider vissersschip 'Cornelis Bart' (IJM 173) van M.B. Ossendorp wordt door een Duitse torpedoboot tot zinken gebracht. De bemanning wordt aan boord van het Duitse schip genomen, naar Wilhelmshafen overgebracht en aldaar vervolgens overgedragen aan de Nederlandse consul te Bremen.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

15/11

De motorschoener 'De Dollart' (1917) van NV Stoomvaart Maatschappij 'Bestevaer' te Amsterdam (in beheer bij C. Goudriaan & Co., Rotterdam) wordt tijdens de eerste reis, op weg van Amsterdam naar Lissabon, nabij Vigo door de Duitse onderzeeboot 'UC 82' tot zinken gebracht. Drie bemanningsleden komen om het leven.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

17/11

Aan boord van het motorzeilschip 'Cornelia Clazina' van N. Parlevliet uit Katwijk, geladen met carbid, vindt in de haven van Rotterdam een explosie plaats. Drie bemanningsleden komen hierbij om het leven; drie opvarenden (waaronder een passagier) raken zwaar gewond.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

21/11

Het vrachtschip ss.'Megrez' van Van Nievelt, Goudriaan & Co wordt samen met het ss. 'Nederland' van de Nederlandsche Lloyd door de Duitse onderzeeboot 'U 53' op de Noordzee tot zinken gebracht. De bemanningsleden van beide schepen kunnen worden gered door het lichtschip 'Noord Hinder'.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1915' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 11 (1999)

 

22/11

Het vrachtschip ss.'Mercedes' (1917) van de firma Van der Erb en Dresselhuys, op weg van Rotterdam naar Stockholm, loopt op de Oostzee op een zeemijn en zinkt. Drie bemanningsleden komen om het leven. Op dezelfde dag loopt ook het ss. 'Johanna' van Jos de Poorter, op thuisreis van Hernösand naar Rotterdam, op een mijn. De 'Johanna' kan met zware schade Frederikshaven worden binnengebracht. Twee bemanningsleden komen bij deze mijnexplosie eveneens om het leven.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

23/11

De tweemastgaffelschoener 'Zwaluw' (1910) onder schipper J. Wester uit Groningen, op weg van Rotterdam naar Göthenburg met een lading vruchten, strandt tijdens slecht zicht bij Husby Klit nabij Rinkjöbin (Denemarken). Zowel de bemanning als de lading kunnen worden gered. Het schip schip zal uiteindelijk in Denemarken als wrak worden verkocht.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

29/11

Na van het eiland Borkum te zijn vertrokken loopt de Duitse onderzeeboot 'UB 61', in konvooi varende met de onderzeeboten 'UB 64', 'UB 75', de mijnenlegger 'UC 49' en de Duitse vorpostenboot 'Dirk von Minden', tijdens een zware storm, boven Terschelling op een mijn. De 'UB 61' vergaat daarbij met man en muis. De 'Dirk von Minden' probeert nog hulp te bieden maar loopt zelf ook op een mijn en gaat eveneens ten onder, waarbij van de in totaal 22 bemanningsleden nog zes man kunnen worden gered.

Bron: P. Claesen: 'Een Krupp kanon op Pampus' in: 'pampusjaar' 108 nr. 1 (2003)

 

05/12

Instelling van de commissie Idenburg door de Nederlandse regering, die een aanbeveling moet doen met betrekking tot de salarissen bij de Land- en Zeemacht. Dit naar aanleiding van het plan om tot herziening van de salarissen van rijksambtenaren in 1917 over te gaan. De soldijwet van 1913 zal echter, tot grote ontevredenheid van de bonden, niet worden herzien. Nadat de commissie haar eindrapport heeft ingediend zullen slechts kleine verbeteringen bij de marine worden doorgevoerd.

Bron: R. Blom: 'Niet voor God en niet voor het Vaderland' (2004)

 

05/12

Matrozen van de torpedoboot Hr.Ms. 'Z 8' organiseren, uit ontvredenheid over de slechte kwaliteit van het brood, een eigen voedselactie, waarbij door hen bij de aanleverende bakkerij het bedorven brood onder druk wordt omgeruild.

Bron: R. Blom: 'Niet voor God en niet voor het Vaderland' (2004)

 

06/12

In de haven van Halifax komt het Franse ss.'Mont Blanc' in aanvaring met het Noorse ss.'Ino'. Het ene schip is geladen met munitie, het andere met het explosieve TNT ( trotyl ). Het passagiersschip ss.'Nieuw Amsterdam' van de Holland-Amerila Lijn ligt in de haven van Halifex voor anker met aan boord 1.000 gestrande Nederlandse passagiers. De 'Mont Blanc' vliegt direct hierna met een daverende klap in de lucht. Tijdens deze enorme explosie wordt eenderde gedeelte van Halifax volledig in puin gelegd en zullen er meer dan 2.000 doden worden geregistreerd.

Bron: L.L. von Münching: 'De passagiersvaart van de HAL op New York in WO I' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 3 (1998).