maritieme kalender

Welkom bij de maritieme kalender van Het Scheepvaartmuseum. Zoek op datum of jaar en ontdek wat er door de eeuwen heen op en rond zee gebeurde.

 
 
 
 
 

maritieme gebeurtenis - 1918

 

01/01

Oprichting van de Nederlandsche Federatie van Transport Arbeiders, onder gelijktijdige ontbinding van de Algemene Nederlandsche Zeemansbond.

Bron: P. Schurman: 'Tussen vlag en voorschip' (1995)

 

03/01

De Stoomvaart Maatschappij 'Zeeland' (SMZ) wordt voor het eerst ingezet voor de uitwisseling van krijgsgevangenen via de haven van Boston aan de Wash (Engeland) en de haven van Rotterdam.

Bron: www.zeeuwsarchief.nl

 

08/01

De motorreddingboot 'C.A. den Tex' van het station Rottemeroog (NZHRM) weet onder schipper MeesToxopeus, onder zeer zware weersomstandigheden, slechts één man te redden van het het Duitse patrouillevaartuig 'Bürgemeister Pauli', dat tesamen met twee andere Duitse schepen in nood verkeert. Meer dan 40 personen vinden bij deze ramp de dood in de golven. Het Borkumerrif is Duits gebied en mag, in verband met de oorlogstoestand, niet benaderd worden. Eerst nadat Duitse reddingboten tevergeefs hebben getracht de gestrande patrouillevaartuigen te benaderen werd de hulp van Rottumeroog ingeroepen.

Bron: http://www.futurum.nl/genealogie/biograaf/meestox.html

 

11/01

Het vrachtschip ss. 'Sinkep' (1902) van de Sinkep Tin Maatschappij uit Den Haag vergaat tijdens stormweer in de Straat Pangelap (Nederlands Indië), op weg van Singapore naar Sinkep. Twee bemanningsleden komen om het leven.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

11/01

In een week tijd spoelen diverse zeemijnen aan op de Nederlandse kust. Op 11 januari explodeert een mijn bij Harlingen, als gevolg waarvan ruiten en dakpannen sneuvelen. Op 17 januari explodeert een zeemijn aan de dijk, waardoor een gat in de dijk wordt geslagen en een woning deels wordt vernield. Ook zijn er diverse meldingen van ronddrijvende torpedo's en mijnen in de kustwateren. (In Nederland zijn gedurende de periode sinds het begin van de Eerste Wereldoorlog t/m november 1918 5.211 zeemijnen op de Nederlandse kust aangetroffen.)

Bron: 'De Zee' (1918)

 

11/01

Het vrachtschip ss. 'Atlas' (1906) van de KNSM, op weg van Bissau naar Rotterdam met een lading grondnoten voor Calvé, wordt op de Atlantsche Oceaan door een Duitse onderzeeboot tot zinken gebracht. De bemanning weet zich met behulp van twee reddingboten in veiligheid te brengen.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

12/01

Oprichting van de Vereeniging 'Cornelis Douwes' op initiatief door P. Tjebbes van de Zeevaartschool in Amsterdam met het doel 'het vormen van goed onderlegde leraren in de theoretische en praktische zeevaartkunde'. De vereniging is genoemd naar Cornelis Douwes, de vroegere Amsterdamse leermeester in de navigatie.

Bron: 'De Zee' (1967)

 

15/01

Het vrachtschip ss. 'Westpolder' (1917) van NV. Scheepvaart Mij. 'Westpolder' uit Rotterdam, op weg van Rotterdam naar Methil, loopt op een zeemijn 60 zeemijl ten west-noord-westen van Hoek van Holland en zinkt hierna. Zes opvarenden komen hierbij om het leven.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

25/01

Het vrachtschip ss. 'Folimina' (1915) van de Holland - Gulf Stoomvaartvaart Maatschappij, op weg van Rotterdam naar Leith, wordt getorpedeerd door een Duitse onderzeeboot op een afstand van twee zeemijl van Sunderland. Acht opvarenden komen om het leven.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

01/02

Een gehouden expositie van maritiem historische aanwinsten (tot 1 maart 1918), georganiseerd door de heer A.W.M. Mensing en gehouden in het gebouw van Frederik Müller (Doelenstraat te Amsterdam). Het uiteindelijke doel van deze tentoonstelling- zo schreef de heer Vattier Kraane (bestuurslid) - was het maken van propaganda voor het nieuw op te richten Nederlands Historisch Scheepvaart Museum: 'is het dus wenschelijk zooveel mogelijk alle voorwerpen, welke ons worden toegezegd, bijeen te brengen'.

Bron: H. Hazelhoff Roelfzema: 'Roeien met de riemen...' (1991)

 

12/02

Instelling bij Koninklijk Besluit van het Korps Officieren-vlieger van de Marine Luchtvaartdienst (MLD). De behoefde aan vliegers bij de MLD neemt zodanig toe, dat dit ten koste zou kunnen gaan van de officieren bij de Zeedienst.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

12/02

De zeillogger 'Julia' (IJM 63) van NV Exploitatie en Administratie-Maatschappij 'Shamrock I' te IJmuiden, vertrokken op 12 februari 1918 voor de visserij op de Noordzee, wordt sindsdien vermist. Vermoedelijk moet het schip met man en muis zijn vergaan door het lopen op een zeemijn. De acht bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

13/02

De motorzeilschoener 'Hendrika' (1902) van P.M. Diederik uit Amsterdam, geladen met erts, wordt na vertrek uit Gothenborg vermist. Naderhand zal blijken, dat het schip met man en muis is vergaan.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

13/02

De zeillogger 'Anna' (IJM 253) van Zeevisscherij Maatschappij 'De Spurn' te IJmuiden, vertrokken op 13 februari 1918 voor de visserij op de Noordzee, wordt sindsdien vermist. Vermoedelijk moet het schip met man en muis zijn vergaan door het lopen op een zeemijn. De zeven bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

14/02

De zeillogger 'Luctor et Emergo' (SCH 238) van reder F. Haack te Den Haag, vertrokken op 14 februari 1918 voor de visserij op de Noordzee, wordt sindsdien vermist. Vermoedelijk is het schip met man en muis vergaan door het lopen op een zeemijn. De acht bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

15/02

Het stoomloodsvaartuig '14' loopt in de aanloop van het Oostgat op een mijn, waarbij acht opvarenden om het leven komen. Gelijktijdig explodeert (door dezelfde mijn) ook het vissersvaartuig 'Arnemuiden 16', waarbij drie vissers omkomen.

Bron: L.L. von Münching: 'De verliezen van de Nederlandse koopvaardij in WO I'.

 

15/02

De motorschoener 'Thalatta I' (1917) van NV Vrachtvaart-Maatschappij 'Thalatta I' uit Amsterdam, op weg van Göthenburg naar Amsterdam en geladen met stukgoederen met Duitse vrijwaringspapieren, wordt op positie 56.38° N / 05.17° O door een Duitse onderzeeboot beschoten en raakt zwaar beschadigd. Het schip weet hierrna de Noorse kust te bereiken voor de nodige noodreparaties. Het schip was voor de aanvang van deze reis net hersteld nadat het op 21 november 1917 zware schade had opgelopen toen het op weg naar Göthenburg op een zeemijn was gelopen, waarbij één passagier om het leven was gekomen.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

16/02

De zeiltrawler 'Wilhelmina VII' (KW 140) van M. den Dulk te Katwijk aan Zee, op 16 februari vertrokken uit IJmuiden, vergaat met man en muis, vermoedelijk als gevolg van een aanvaring met een zeemijn.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

16/02

Vertrek vanuit Den Helder van het pantserdekschip Hr.Ms. 'Hertog Hendrik' om als konvooischip samen met het ss. 'Noordam' van de Holland-Amerika Lijn, gecharterd door het departement van Koloniën, via het Panama-kanaal naar Nederlands-Indië te varen. Op 29 maart zal de 'Hertog Hendrik' echter weer in Nieuwediep terugkeren, omdat het benoorden van Schotland door een zware storm wordt overvallen. Hierbij zal zoveel averij worden opgelopen, dat noodzakelijkerwijs moet worden teruggekeerd.

Bron: L.L. von Münching: 'De passagiersvaart van de HAL op New York in WO I' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 3 (1998)

 

18/02

Oprichting van de Algemene Vereeniging van Marineofficieren te Den Helder. Doel van de Vereeniging is de bevordering van zedelijke en maatschappelijke belangen van de leden.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

23/02

Het kofschip 'Bellande' (1903) onder schipper Jan Salomons, op weg van Hommelvik (Noorwegen) naar Rotterdam met een lading cellulose, wordt met slecht weer bij het eiland Aralden voor de Noorse kust op de klippen gedreven en vervolgens tot wrak geslagen. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

23/02

De Scheveningse zeillogger 'Visscherswoning' (SCH 161) van Bart Pronk te Scheveningen, op 23 februari vertrokken uit IJmuiden, vergaat spoedig na vertrek met man en muis, vermoedelijk als gevolg van een aanvaring met een zeemijn. Op dezelfde dag vergaat ook de zeilllogger 'President Commissaris van den Berg' (SCH 134) van Maatschappij 'Scheveningen (W. den Dulk Jacz.) bij de Doggersbank met man en muis, nadat het schip eveneens op een zeemijn is gelopen.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

28/02

Het vrachtschip ss. 'Heenvliet' (1917) van de Nationale Stoomvaart Maatschappij wordt op 15 zeemijl ten zuidwesten van het lichtschip 'Swartebank' onderschept door een Duitse onderzeeboot en met geschutsvuur tot zinken gebracht. Zeven opvarenden komen hierbij om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De verliezen van de Nederlandse koopvaardij in WO I'.

 

08/03

Duitse watervliegtuigen beschieten met machinegeweren de zeillogger 'Holland IX' (KW 89) van A. Ouwehand te Katwijk aan Zee, op weg naar de thuishaven Scheveningen en varende in een onveilige zône op positie 52.23° N / 03°48 O. Drie opvarenden, waaronder de stuurman, raken gewond.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

20/03

Besluit van de Amerikaanse president Wilson om de Nederlandse schepen, liggende in VS-havens, te vorderen tegen betaling van een vergoeding. Hierbij baseert hij zich op het recht van angarie, waarbij een land alle transportmiddelen, ongeacht hun nationaliteit, kan vorderen indien de oorlogsomstandigheden zulks vereisen. Op deze wijze worden daarop 90 Nederlandse schepen gevorderd, waarna in Engeland nog eens 48 schepen zullen volgen. Zo worden door de geallieerden in totaal 138 Nederlandse schepen in beslag genomen, hetgeen tot aan het einde van de Eerste Wereldoorlog een volledige stilstand van de vaart op Nederland zou veroorzaken.

Bron: W.M. Zappey: 'Dirk Hudig L Jzn. levensschets van een Amsterdamse reder'.

 

20/03

Op het vrachtschip ss. 'Noord Brabant' (1916) van de NV Mij. Stoomschip 'Noord Brabant' uit Rotterdam wordt door de Amerikaanse douane beslag gelegd. Op 2 april wordt het schip onder Amerikaanse vlag gebracht bij de Naval Overseas Transportation Service (NOTS) , maar spoedig daarop en voordat het actieve dienst heeft gedaan op 22 april weer overgedragen aan de United States Shipping Board. In 1919 zal het schip weer worden teruggegeven aan de Nederlandse eigenaar.

Bron: www.history.navy.mil

 

20/03

Het passagiersschip ss. 'Rijndam' van de Holland-Amerika Lijn wordt door de Amerikaanse autoriteiten ingevolge het Angarierecht in beslag genomen en gedurende de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog nog ingezet als troepentransportschip.

Bron: L.L. von Münching: 'De Rotterdamse passagiersvloot 1900 - 1946' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 11 (2002)

 

21/03

Het vrachtschip ss. 'Rondo' (1914) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) wordt te New York door de Amerikaanse autoriteiten ingevolge het Angarierecht in beslag genomen en in beheer gegeven aan de Naval Overseas Transport Service. Op 17 juni 1919 zal het schip weer onder het beheer van de SMN in Amsterdam worden teruggegeven.

Bron: A.J.J. Mulder: 'De eeuw van de 'Nederland' (2003)

 

21/03

Het vrachtschip ss. 'Roepat' (1914) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) wordt te San Francisco door de Amerikaanse autoriteiten ingevolge het Angarierecht in beslag genomen en in beheer gegeven aan de Naval Overseas Transport Service. Op 17 mei 1918 wordt de 'Roepat' in dienst gesteld voor het vervoer van legervoorraden naar St.Nazaire (Frankrijk). Na een reis van Portland (Maine) naar Amsterdam in juni 1919 volgt teruggave aan de SMN.

Bron: A.J.J. Mulder: 'De eeuw van de 'Nederland' (2003)

 

21/03

Het vrachtschip ss. 'Batjan' (1913) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) wordt door de Amerikaanse autoriteiten ingevolge het Angarierecht in beslag genomen en in beheer gegeven aan de Naval Overseas Transport Service. Op 28 maart 1918 wordt de 'Batjan' weer in dienst gesteld voor het vervoer van legervoorraden naar Europa en Zuid-Amerika. In juni 1919 zal het schip weer worden teruggegeven aan de SMN. Nog diezelfde dag worden, ingevolge het Angarierecht, van de SMN in totaal 2 passagiersschepen en 12 vrachtschepen in diverse havens door de Amerikaanse en Britse autoriteiten in beslag genomen. Deze schepen zullen eerst in de loop van 1919 weer terugkeren in het beheer van de SMN.

Bron: A.J.J. Mulder: 'De eeuw van de 'Nederland' (2003)

 

21/03

Het passagiersschip ss. 'Zeelandia' van de Koninklijke Hollandsche Lloyd wordt in New York, ingevolge het angarierecht, door de Amerikaanse regering in beslag genomen. Onder Amerikaanse vlag maakt het als troepentransportschip, tijdens het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog, nog twaalf rondreizen tussen de Verenigde Staten en west Franse havens met militairen naar en van het westelijk front.

Bron: K. de Haas: '90 jaar geleden: de KHL' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 6 (1998)

 

22/03

Het IJmuider vissersschip 'Prosper' (IJM 250) van de NV Exploitatie en Administratie Mij. 'Shamrock I' te IJmuiden, op 14 maart uit IJmuiden vertrokken, loopt bij de Doggersbank op een zeemijn en zinkt. Vier bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

23/03

Het vrachtschip ss. 'Kambangan' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) wordt in Hongkong door de Britse autoriteiten in beslag genomen en onder Britse vlag bij Jardine Matheson & Co ondergebracht. In januari 1919 zal het schip te Cardiff weer aan de SMN worden teruggeven.

Bron: A.J.J. Mulder: 'De eeuw van de 'Nederland' (2003)

 

23/03

Het vrachtschip ss. 'Boeroe' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) wordt in Hongkong door de Britse autoriteiten in beslag genomen en onder Britse vlag bij Jardine Matheson & Co en later bij de British Steam Navigation Co. ondergebracht. In januari 1919 zal het schip in Brisbane (Australië) weer worden teruggegeven aan de SMN.

Bron: A.J.J. Mulder: 'De eeuw van de 'Nederland' (2003)

 

23/03

Het vrachtschip ss. 'Sumatra' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) wordt in Bombay door de Britse autoriteiten in beslag genomen en onder Britse vlag bij P&O ondergebracht. In september zal het schip weer aan de SMN met zware bodemschade worden teruggegeven.

Bron: A.J.J. Mulder: 'De eeuw van de 'Nederland' (2003)

 

23/03

Het mailschip ss. 'Prinses Juliana' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) wordt in Hongkong door de Britse autoriteiten in beslag genomen en onder Britse vlag bij P&O ondergebracht. In mei 1918 zal het schip naar San Francisco vertrekken en aldaar worden verbouwd tot troepentransportschip voor de Cruiser & Transport Service. Het schip zal daarna nog 9 reizen maken en in totaal 17.622 man aan troepen vervoeren. In september 1918 zal het schip weer worden teruggegeven aan de SMN.

Bron: A.J.J. Mulder: 'De eeuw van de 'Nederland' (2003)

 

28/03

De zeillogger 'Michiel Adriaansz de Ruyter' (KW 73) van H.G. Lammens te Katwijk aan Zee, op 23 februari vertrokken uit IJmuiden, vergaat tijdens het vissen bij de Doggersbank met man en muis, vermoedelijk als gevolg van een aanvaring met zeemijn.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

28/03

De schoener 'Catrina' van de Zeevrachtvaart Maatschappij 'Zuid-Holland', op weg van Rotterdam naar Ekersund met een lading dakpannen, wordt getorpedeerd door een Duitse onderzeeboot en zinkt. De kapitein komt om het leven.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

28/03

Vertrek van het passagiersschip ss. 'Nieuw Amsterdam' van de Holland-Amerika Lijn onder kapitein W. Krol uit New York naar Rotterdam. Aan boord bevinden zich 1.857 passagiers, waaronder 58 kapiteins, 534 stuurlieden en machinisten en 1.047 bemanningsleden. Een en ander is het gevolg van de op 20 maart, door de Amerikaanse en Britse regering genomen beslissing om de (neutrale) Nederlandse schepen in beslag te nemen. In de Verenigde Staten liggen om dat moment een tiental HAL-schepen, waarvan het vrijwel voltallige Nederlandse koopvaardijpersoneel weigert om voor de Amerikanen te varen.

Bron: L.L. von Münching: 'De passagiersvaart van de HAL op New York in WO I' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 3 (1998)

 

30/03

De torpedoboot Hr.Ms. 'G 11' loopt even buiten het Stortemelk op een mijn en zinkt. Eén opvarende komt hierbij om het leven. Het schip zal later in gedeelten worden gelicht en naderhand worden gesloopt.

Bron: L.L. von Münching: 'De verliezen van de Nederlandse koopvaardij in WO I'

 

02/04

Het door de Amerikaanse regering, ingevolge het angarierecht op 20 maart 1918 in beslag genomen vrachtschip ss. 'Winterswijk' (1914) van de Wijklijn (rederij Erhardt & Dekkers) wordt onder Amerikaanse vlag gebracht en overgedragen aan de Naval Overseas Transportation Service (NOTS). De 'Winterswijk' krijgt als thuishaven Key West en staat onder commando van Lt. Francis R. Nichols, USNRF. Het schip maakt daarna een reis naar Cuba en wordt op 27 april 1918 in Boston in afwachting van teruggave aan rederij Erhardt & Dekkers aan de United States Shipping Board in beheer gegeven.

Bron: www.history.navy.mil

 

04/04

De passagiersschepen ss. 'Vondel', 'Kawi', 'Rindjani' en 'Grotius' worden door de pantserschepen Hr.Ms. 'De Zeven Provinciën' en Hr.Ms. 'Koningin Regentes' in het oostelijk deel van de Indische archipel opgevangen en naar Tandjong Priok geëscorteerd. Een en ander houdt direkt verband met de inbeslagnemening van Nederlandse koopvaardijschepen door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië volgens het door beide landen toegepaste angarierecht.

Bron: 'Jaarboek van de Marine' (1918)

 

07/04

Het zeilschip 'Catriena' van de NV Maatschappij 'Zuid Holland' , op weg van Rotterdam naar Egersund en Christiana, wordt nabij Egersund door een Duitse onderzeeboot beschoten en tot zinken gebracht. Bij de beschieting komen de kapitein en stuurman om het leven. De overige bemanningsleden wordt vervolgens in een open reddingboot aan hun lot overgelaten.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

09/04

De tot vrachtschip verbouwde zeillogger 'Lichtstraal II' van de NV Visscherij- en Vrachtvaart Maatschappij 'Onderneming' te Vlaardingen, vertrokken op 9 april 1918 uit Rotterdam naar Göthenburg met een lading hoepels en gedroogde groenten, vergaat met man en muis door het lopen op een zeemijn. De vijf bemanningsleden komen om. Vijf dagen later wordt wrakhout en een reddingbooi voor de kust van Scheveningen opgevist.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

12/04

De motorzeilschoener 'Ambulant' (1909) van C. Tammes & P. Eppinga (in 1909 gebouwd bij de Gebr. Barkmeijer) vertrekt uit Rotterdam op weg naar Kristiansand. Sindsdien is het schip vermist, waarbij later moet worden aangenomen, dat alle opvarenden om het leven moeten zijn gekomen.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

13/04

Het vissersvaartuig 'Wl 19' uit Wierum loopt, varende vlak onder de Nederlandse kust, op een mijn en zinkt. Twee vissers komen als gevolg van de explosie om het leven.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

20/04

Het driemastmotorzeilschip 'Bertha' (1917) van de Vrachtvaart Maatschappij 'Neerlandia' uit Rotterdam, op weg van Sarpsborg (Noorwegen) naar Rotterdam, wordt op de Noordzee door twee Duitse watervliegtuigen beschoten en beschadigd.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

21/04

De motorkotter 'Meeuw' van Zeeuw & Co. uit Rotterdam, op weg van Londen naar Rotterdam, wordt door een Duits vliegtuig tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered en in Great Yarmouth aan land worden gezet.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

01/05

Het door de Amerikaanse regering ingevolge het angarierecht op 20 maart 1918 in beslag genomen passagiersschip ss. 'Rijndam' van de Holland-Amerika Lijn wordt onder Amerikaanse vlag gebracht.Tot 22 oktober 1919 zal het schip, onder beheer van de Naval Overseas Transport Service, worden ingezet als troepentransportschip onder bevel van capt. J.J. Handagan USN. Tot 22 oktober 1919 zal de 'Rijndam', heen en weer tussen Amerika en aan de westkust gelegen Franse havens, in totaal 39.329 Amerikaanse militairen en burgers vervoeren. Het schip wordt hievoor onderscheiden met de 'Victory Medal'.

Bron: L.L. von Münching: 'De passagiersvaart van de HAL op New York in WO I' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 3 (1998)

 

02/05

De hulpmijnenveger Hr.Ms. 'Frans Naerebout' (1902; ex-stoomloodstransportvaartuig) loopt tijdens het zoeken naar mijnen even buiten het Stortemelk nabij Terschelling op een mijn en zinkt. 10 van de 19 bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: H. de Bles e.a.: 'Vloot vereeuwigd, honderd jaar Koninklijke Marine in foto' (2001)

 

12/05

Het vrachtschip ss. 'Zaanland' (1900) van de Koninklijke Hollandsche Lloyd (KHL), in maart 1918 gerequireerd door de Verenigde Staten, zinkt na een aanvaring met het Amerikaanse ss. 'Hiko' op 45.29 NB 31.44 WL.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

13/05

Aan boord van de hulpmijnenveger Hr.Ms. 'Hellevoetsluis' explodeert een afvuurkoker, waarbij twee bemanningsleden om het leven komen en drie zwaar gewond raken.

Bron: C. Mark: 'Ontstaan en ontwikkeling van de mijnendienst' in: 'Vast Werken' (2003)

 

28/05

De houten zeillogger 'VL 27' onder schipper J. Hoogerwerf, loopt 19 mijl ten noorden van het lichtschip 'Doggersbank-Zuid' op een mijn, waarbij een opvarende om het leven komt. De opvarenden worden daags hierna gered door de Britse onderzeeboot HMS 'E 34'.

Bron: A. Kelder: 'Na 80 jaar teruggevonden bij Texel' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

08/06

Het IJmuider vissersschip 'Helene' (IJM 312) van de NV Vissers Mij Helene wordt door een (vermoedelijk) Duitse onderzeeboot tot zinken gebracht op positie 55.40° N / 04.30° O. Bij het verlaten van het schip wordt een sloep door geschutsvuur getroffen, waarbij enkele bemanningsleden om het leven komen.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

10/06

Het vrachtschip ss. 'Louise' (1901) van NV Maatschappij 'ss. Louise' te Rotterdam (P.W. Louwman), op weg van Rouen naar Barry en varende in ballast, wordt op 5 zeemijl ten oosten van Berry Head door de Duitse onderzeeboot 'UC 80' getorpeteerd en tot zinken gebracht.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 
 

17/06

De door de Amerikaanse regering, ingevolge het angarierecht op 4 april 1918 in beslag genomen tanker ss. 'Wieldrecht' (1913) van de rederij Phs. van Ommeren uit Rotterdam wordt onder Amerikaanse vlag gebracht en overgedragen aan de Naval Overseas Transportation Service (NOTS). Het schip staat onder commando van commander William B. Wells en zal, geladen met brandstof, drie reizen maken voor de bevoorrading van de Amerikaanse troepen in Frankrijk. Na een reis naar Rotterdam zal het schip op 9 april 1919 in New York, in afwachting van teruggave aan rederij Phs. van Ommeren, bij de United States Shipping Board in beheer worden gegeven.

Bron: www.history.navy.mil

 

21/06

Het vrachtschip ss. 'Otis Tarda' van de rederij Hudig en Pieters loopt op de Noordzee op 11' ten zuiden van het lichtschip 'Newark' op een door de Duitse onderzeeboot 'UC 6' gelegde mijn en gaat daarbij verloren. Alle opvarenden kunnen worden gered door het ss.'Gelderland' en in Yarmouth aan land worden gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in de oorlogsmaanden van 1916' in: 'DBW' jrg.56 nr. 10 (2001).

 

21/06

Door de minister van Marine J.J. Rambonnet wordt het verbod op de activiteiten van de Bond van Minder Marine Personeel (BVMMP) opgeheven. Eerder op 17 juni mag het blad 'Het Anker' weer verschijnen aan boord van de schepen. Alleen voor de (revolutionair-socialistische) Indische BVMMP zal een verbod van kracht blijven.

Bron: R. Blom: 'Niet voor God en niet voor het Vaderland' (2004)

 

22/06

De zeillogger 'Huberta Petronella' (KW 108) van rederij P. van Duyvenbode te Katwijk aan Zee vergaat met man en muis op de Noordzee tijdens het vissen als gevolg van een mijnexplosie op positie 53.45° N / 04.18° O. De zes opvarenden komen hierbij om het leven.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

22/06

Het vrachtschip ss. 'Rhea' (1917) van de KNSM, in maart 1918 door de Britse regering in Gibraltar in beslag genomen, loopt varende in Britse dienst bij de Franse Kanaalkust op een zeemijn en zinkt.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

26/06

Het kabinet Cort van der Linden besluit tot het uitzenden van enkele Nederlandse koopvaardijschepen met goederen naar Nederlands-Indië, welke geëscorteerd zullen worden door enkele Nederlandse oorlogsschepen. Het desbetreffende besluit is genomen onder aanvaarding van de Britse eisen waaraan dit konvooi zou moeten voldoen. Ter voorkoming van de mogelijkheid van een geweldadig conflict wordt door de ministerraad dan ook besloten zich te gedragen conform de verlangens van de Britse regering. Oneens zijnde met deze gang van zaken neemt de minister van Marine J.J. Rambonnet ontslag, dat hem op 28 juni wordt verleend door HM. koningin Wilhelmina.

Bron: B. Udink: 'Wilhelmina, een portret in herinneringen' (1998)

 

02/07

Het nieuwe vrachtschip ss. 'Zeeburg' (1918) van de Nederlandsche Scheepvaart-Maatschappij 'Transatlanta' te Rotterdam onder kapitein M.K. Bennik, op weg van Göthenburg naar Amsterdam met erts en hout, wordt kort na vertrek uit Göthenburg vermist. Vermoedelijk moet het schip met man en muis zijn vergaan als gevolg van het lopen op een zeemijn. De twaalf bemanningsleden komen hierbij om hert leven.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

05/07

Vertrek vanuit Hoek van Holland van een konvooi naar Nederlands-Indië onder commando van de kapitein-ter-zee Jonckheere, bestaande uit het pantserdekschip Hr.Ms. 'Hertog Hendrik', het passagiersschip ss. 'Tabanan' van de Rotterdamsche Lloyd (per 1 juni door de Koninklijke Marine gecharterd om dienst te doen als hulpkruiser), het passagiersschip ss. 'Noordam' van de Holland-Amerika Lijn en het ss. 'Bengkalis' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (als bijbehorend kolen-bunkerschip). Doel van de reis is om rond Schotland en Kaap de Goede Hoop de door oorlogshandelingen verbroken verbinding met Nederlands-Indië weer te kunnen herstellen. Eerst op 27 september 1918 zal het konvooi Tandjong Priok bereiken.

Bron: L.L. von Münching: 'De passagiersvaart van de HAL op New York in WO I' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 3 (1998)

 

08/07

Van de zeillogger 'Centrum' (IJM 251) van de Visscherij Maatschappij Centrum te IJmuiden, onder schipper J. van Es, vertrokken op 28 juli 1918 uit IJmuiden met 7 bemanningsleden ter visserij op de Noordzee, wordt kort na nog te zijn gepraaid door de zeillogger 'Stern' (IJM 233) in het geheel niets meer vernomen. Korte tijd later wordt de sloep van de 'Centrum' drijvend aangetroffen door een Vlaardinger logger. In een uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart van 4 september 1918 is de Raad van oordeel dat de 'Centrum' op of na 8 juli 1918 op de Noordzee met man en muis moet zijn vergaan, waarschijnlijk verband houdende met de oorlogsomstandigheden.

Bron: A. den Rooyen: 'moord aan boord' in: 'DBW' jrg. 61 nr. 2 (2006)

 

10/07

Het vrachtschip ss. 'Oosterdyk' (1913) van de Holland-Amerika Lijn (HAL), in maart 1918 te Baltimore nog gevorderd door de regering van de Verenigde Staten en varende onder Amerikaanse vlag, zinkt na een aanvaring met het Amerikaanse ss. 'San Jacinto' op de Atlantische Oceaan op positie 40.10 NB 47.30 WL.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

16/07

De Scheveningse zeillogger 'Jeanne Engeline' (SCH 442) van NV Rederij-Maatschappij 'Scheveningen', vertrokken op 5 juli 1918 ter uitoefening van de beugvisserij op de Noordzee, wordt sinds 16 juli vermist. Vermoedelijk moet het schip met man en muis zijn vergaan door het lopen op een zeemijn. De dertien bemanningsleden komen hierbij om het leven. Op 16 augustus zal op de westkust van Jutland een sloep van de 'SCH 442' aanspoelen met daarin een overleden visser.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

19/07

Het passagiersschip ss. 'Justica', de door de Britse autoriteiten in 1917 in beslag genomen, nog op de werf van Harland & Wolf te Belfast in aanbouw zijnde 'Statendam II' van de Holland-Amerika Lijn (HAL), en vervolgens onder beheer van de White Star Line ingezet als troepentransportschip, wordt varende in konvooi OLX 39 van Liverpool naar New York, op 20 mijl van Skerryvore (westkust van Schotland), ondanks een escorte van 9 topedobootjagers, door de drie Duitse onderzeeboten 'UB 64', 'UB 54'en de 'UB 124' getorpedeerd en tot zinken gebracht. Als vergoeding voor dit verlies zal de HAL, na afloop van de Eerste Wereldoorlog, van de Britse autoriteiten 60.000 ton scheepsbouwstaal verkrijgen.

Bron: L.L. von Münching: 'De passagiersvaart van de HAL op New York in WO I' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 3 (1998)

 

31/07

Het vrachtschip ss. 'Poseidon' van de KNSM, in maart 1918 gerequireerd door de Verenigde Staten, zinkt na een aanvaring met het Britse ss. 'Somerset' bij Kaap Delaware.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

20/08

Vertrek vanuit Rotterdam van de motorschoener 'Martha' (1917) van de Vrachtvaart Mij. 'Neerlandia' met bestemming Helsinfors. Sindsdien wordt het schip vermist. Slechts twee reddingssloepen zullen later aanspoelen. De tien bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

26/08

Door een aantal verenigingen van zeevarenden wordt aan de regering verzocht om, mede in verband met de oorlogsomstandigheden, een wettelijke regeling tegen de geldelijke gevolgen van ongevallen op zee voor alle zeelieden tot stand te brengen. Uiteindelijk zal dit verzoek leiden tot de Zee-ongevallenwet, die eerst in 1919 tot stand zal komen en tot 1940 van kracht zal blijven.

Bron: P. Schurman: 'Tussen vlag en voorschip' (1995)

 

16/09

Het passagiersschip ss.'Tasman' II (1913) van de Java-Australië Lijn van de KPM, in maart 1918 door de Britse overheid te Brisbane gevorderd, wordt op de Atlantische Oceaan, 220 mijl van Kaap Vilano door de Duitse onderzeeboot 'U 46' getorpedeerd. 14 opvarenden komen hierbij om het leven.Ter vervanging zal in 1922 een nieuw schip onder dezelfde naam gebouwd worden.

Bron: L.L. von Münching: 'De geschiedenis van de Java-Australië Lijn (KPM)' in: 'DBW' jrg. 55 nr. 1 (2000)

 

24/09

Het vrachtschip ss. 'Dirksland' (1915) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederlandsche Lloyd', op weg van Rotterdam naar Londen met een lading stukgoederen, loopt op de Noordzee op een zeemijn en zinkt op positie 52.33° N / 02°12 O. Eén bemanningslid komt hierbij om het leven. De andere opvarenden kunnen worden gered door de logger 'Françoise Henriette' (SCH 387) en door het Britse patrouillevaartuig HMS 'Kingfisher'.

Bron: 'De Zee' (1919)

 

01/10

Indienststelling van het eerste als mijnenveger ingerichte vaartuig Hr.Ms. '1'. Deze was aanvankelijk als zeesleepboot 'Marie I' op stapel gezet en later als '1' omgedoopt tot Hr.Ms 'M 1'.

Bron: C. Mark: 'Ontstaan en ontwikkeling van de mijnendienst' in: 'Vast werken' (2003)

 

07/10

Indienststelling van het Marinevliegkamp De Kooy bij Den Helder, bestemd als vliegveld voor de Marine Luchtvaartdienst (MLD). Op het vliegveld is de technische dienst van de MLD ondergebracht voor het uitvoeren van onderhoud en reparaties. Ook is de jachtvliegschool voor de Koninklijke Marine er gevestigd voor de opleiding van de toekomstige marinevliegers. In de beginjaren wordt er gevlogen met o.a. Farmans, Thulins en enkele Spijkers V2.

Bron: '85 Jaar Marineluchtvaartdienst in Beeld' in: 'Van Boord' jrg.5 nr.17 (2002)

 

08/10

Het vrachtschip ss. 'Thalia' (1917) van de KNSM, in maart 1918 door de Britse regering in Gibraltar in beslag genomen en varende in Britse dienst, wordt op 4 mijl ten oostzuidoosten van Filey Brig door de Duitse onderzeeboot 'UC 17' getorpedeerd en tot zinken gebracht. Drie bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

12/10

Oprichting van het Marine Sanatorium Fonds (MSF) ter bestrijding van de tuberculose onder het marinepersoneel en hun gezinnen. De oprichting van het fonds vindt plaats in het Algemeen Militair Tehuis aan de Spoorstraat in Den Helder en was in feite een geesteskind van de bonden van onderofficieren bij de Koninklijke Marine.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

28/10

Het passagiersschip ss. 'Frisia' van de Koninklijke Hollandsche Lloyd (KHL) komt op 8 zeemijl van Fire Island (New York) in aanvaring met het Amerikaanse patrouillevaartuig USS 'Tarantula' (SP 124), waarbij het marineschip zinkt.

Bron: K. de Haas: '90 jaar geleden: de KHL' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 6 (1998)

 

03/11

Het ss.'Energie' (1918) van de Stoomvaart Maatschappij 'Ruwaard' uit Rotterdam, geladen met haring, wordt na vertrek vanuit Hagesund naar Nederland vermist. 17 opvarenden moeten hierbij om het leven zijn gekomen.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

05/11

De motorschoener 'Anna' (1917) van de Vrachtvaart Mij. 'Neerlandia', op weg van Amsterdam naar Haugesund met een lading dakpannen, strandt tijdens zwaar weer op de Noorse kust ten zuiden van Bergen en gaat verloren. Hierbij komen vier bemanningsleden om het leven.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

06/11

Het vrachtschip ss.'Bernisse' (1915) van rederij P.A. van Es & Co. uit Rotterdam loopt in de Oostzee op een zeemijn en zinkt vervolgens.

Bron: 'De Zee' (1918)

 

08/11

Het vrachtschip ss.'Sidney' (1918) van de Hollandsche Vrachtvaart Maatschappij, op weg van Bergen naar Rotterdam, vergaat bij Oberstadt (Noorwegen). Zes bemanningsleden komen om het leven als ze niet in de reddingssloep durven te springen.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

09/11

De motorschoener 'Jacob' (1918) van de Vrachtvaart Maatschappij 'Neerlandia', op weg van Amsterdam naar Sarpsborg, strandt tijdens stormweer bij Store Rano op de Noorse kust en wordt vervolgens tot wrak geslagen. Eén bemanningslid komt hierbij om het leven. Het schip had vanwege de oorlogsomstandigheden te weinig olie aan boord en voer zonder loods.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

11/11

Einde van de Eerste Wereldoorlog, waarbij Duitsland zonder voorwaarden vooraf capituleert. In diverse Europese landen wordt deze dag herdacht bij het graf van de onbekende soldaat, zoals in België (Wapenstilstandsdag), Groot-Brittannië (Remembrance Day) en USA (Veterans Day).

Bron: C. Fasseur: 'Wilhelmina. de jonge Koningin' (1998)

 

11/11

Het mailschip 'Ophir' van de Rotterdamsche Lloyd is, in verband met brand in de lading als gevolg van een explosie, genoodzaakt de haven van Gibraltar binnen te lopen. De 'Ophir' werd tijdens de Eerste Wereldoorlog in beslag genomen door de Amerikaanse autoriteiten en ingezet als troepentransportschip.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. koopvaardij in de eerste oorlogsmaanden van 1914' in: 'DBW' jrg. 54 nr. 3 (1999)

 

13/11

Het driemastmotorzeilschip 'Bertha' (1917) van de Vrachtvaart Maatschappij 'Neerlandia' vertrekt uit Flekkefjord (Noorwegen) naar Rotterdam. Sindsdien wordt het schip vermist, waarbij de tien bemanningsleden moeten zijn omgekomen.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

13/11

Aan boord van de hulpmijnenveger Hr.Ms. 'Hellevoetsluis' (ex- stoomloodsvaartuig 4), varende in het Oostgat van Vlissingen, vindt een explosie plaats. Twee opvarenden komen om het leven en drie man raken gewond.

Bron: L.L. von Münching: 'De verliezen van de Nederlandse koopvaardij in WO I'.

 

15/11

Vier dagen na de wapenstilstand ter beëindiging van de Eerste Wereldoorlog wordt in opdracht van de Commandant der Marine te Willemsoord, de schout-bij-nacht J. Alberda, de in Den Helder liggende vloot ontwapend. Hierbij wordt het geschut aan boord onklaar gemaakt en alle aanwezige handvuurwapens achter slot en grendel geborgen. Aanleiding is de gerezen angst voor een revolutie onder onderofficieren en schepelingen, de aanhoudende economische malaise en sociale onrust in Nederland. Voor de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) onder P.J. Troelstra zou het nu de tijd moeten zijn voor het uitbreken van een revolutie in Nederland. Het gerucht doet zelfs de ronde, dat Russische schepen onderweg zouden zijn naar Den Helder. Twee dagen later zou de dreiging van een revolutie weer geweken zijn, waarna schout-bij-nacht Alberda van zijn functie zal worden ontheven.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

18/11

De door de Amerikaanse regering, ingevolge het angarierecht, op 4 april 1918 in beslag genomen vrachtschip ss.'Biesbosch' (1916) van NV. Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Mij. (HAAS) uit Amsterdam, wordt onder Amerikaanse vlag gebracht en overgedragen aan de US Navy en komt daarmee in dienst als USS 'Biesbosch'. Ondanks het feit, dat de Eerste Wereldoorlog net een week daarvoorbij was beeindigd, wordt het schip vanuit Key West (Florida) ingezet als bergingsvaartuig, onder meer bij het vlotbrengen van de marinetanker 'W.L. Steed' op de Bahama's en het ss. 'Novian' op de Mississippi. De USS 'Biesbosch' zal in mei 1919 uit dienst worden gesteld en weer onder Nederlandse vlag worden gebracht.

Bron: www.history.navy.mil

 

20/11

Vertrek vanuit Tandjong Priok van het pantserdekschip Hr.Ms. 'De Zeven Provinciën' voor de terugreis naar Den Helder, na een verblijf van acht jaar in Nederlands-Indië. De terugreis loopt via het Panama-kanaal en een bezoek aan New York. Na aankomst in Den Helder op 1 april 1919 zal de 'De Zeven Provinciën' uit dienst worden gesteld in verband met onderhoud op de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij (NSM) en bij Werkspoor te Amsterdam.

Bron: L.L. von Münching: 'Maritieme contacten met Zuid Afrika dateert van na WO I' in: 'Maritiem Nederland' jrg. 92 nr. 5 (2003)

 

21/11

Na de Wapenstilstand van 11 november vindt de overgave plaats van de Duitse Keizerlijke Marine aan de gezamenlijke Britse en Amerikaanse vloot te Rosyth, liggende in de Firth of Forth (Schotland).

Bron: 'De Zee' (1918)

 

14/12

De ijsbreker 'Christiaan Brunings' die vanaf 2 aug. 1914 tijdens de gehele Eerste Wereldoorlog als bevoorradingsschip voor de Bewakings- en Communicatiedienst van de Koninklijke Marine heeft gevaren wordt buiten dienst gesteld. Het schip komt als Rijksvaartuig weer terug bij het departement van Rijkswaterstaat.

Bron: E.K. Spits: 'ss. Christiaan Brunings' (2000)

 

20/12

Vertrek vanuit Tandjong Priok van het passagiersschip ss. 'Noordam' (1902) van de Holland-Amerika Lijn naar Nederland met een lading Indische producten. De 'Noordam' heeft vanaf juli 1917, in verband met de oorlogsomstandigheden, deel uitgemaakt van het konvooi naar Nederlands-Indië met het pantserdekschip Hr.Ms. 'Hertog Hendrik' en het ss. 'Benkalis' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN), die tijdens deze reis als meevarende bunkerboot fungeerde.

Bron: L.L. von Münching: 'De Rotterdamse passagiersvloot 1900 - 1946' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 11 (2002)

 

21/12

Het eerste naoorlogse vertrek van het passagiersschip ss. 'Nieuw Amsterdam' van de Holland-Amerika Lijn (HAL) vanuit Rotterdam. Via Le Havre en Brest, waar repatrieerende Amerikaanse troepen aan boord worden genomen, wordt naar New York gevaren. Het passagiersschip 'Rotterdam' van de HAL zal op 24 januari 1919 volgen.

Bron: L.L. von Münching: 'De passagiersvaart van de HAL op New York in WO I' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 3 (1998)

 

22/12

Vertrek vanuit IJmuiden van de motorschoener 'Cato' (1918) van de Scheepvaart Mij. 'Caland' richting Christania, waarna het schip wordt vermist en waarbij acht bemanningsleden om het leven moeten zijn gekomen.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

24/12

De stoomdrifter 'Pax' (IJM 416) van Visscherij Maatschappij 'Batavia' te IJmuiden, vissende nabij de Terschellingerbank, vergaat tijdens een storm met man en muis. Hierbij komen de 11 bemanningsleden om het leven.

Bron: 'De Zee' (1919)