maritieme kalender

Welkom bij de maritieme kalender van Het Scheepvaartmuseum. Zoek op datum of jaar en ontdek wat er door de eeuwen heen op en rond zee gebeurde.

 
 
 
 
 

maritieme gebeurtenis - 1942

 

01/01

Dr. H.J. van Mook wordt door de Nederlandse regering te Londen benoemd tot luitenant-gouverneur-generaal van Nederlands-Indië (van Mook blijft in deze functie tot 21 mei 1942, wanneer zijn benoeming volgt tot minister van Koloniën in Londen ).

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

01/01

Oprichting van de Verenigde Naties in Washington door 26 landen. Het 'Atlantic Charter' biedt in een achttal punten een samenvatting van de oorlogsdoeleinden van de geallieerden. De belangrijkste hiervan zijn (de Vier Vrijheden): 'territoriale wijzigingen alleen op grond van het zelfbeschikkingsrecht; ieder volk mag zijn eigen regeringsvorm kiezen; vrije en gelijke toegang tot de grondstoffen van de aarde en de naleving van een duurzame vrede'.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

01/01

De coaster ms. 'Fredanja' (1936) van J. Hartman uit Groningen, op weg van Maryport naar Donaghadee met een lading steenkool, loopt ten zuiden van Donaghadee aan de grond en gaat verloren. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

02/01

Het vrachtschip ss. 'Langkoeas' (1930) in beheer bij de Nederlands-Indische Maatschappij voor Zeevaart (het op 10 mei 1940 te Tjilatjap in beslag genomen Duitse ss. 'Stassfurt' van de HAPAG Lloyd), op weg van Soerabaja naar Egypte, onder kapitein J. Kreumer, wordt in de Javazee ten westen van Bawean door de Japanse onderzeeboot 'I 58' getorpedeerd en tot zinken gebracht. De complete bemanning slaagt er in om zich in de twee sloepen te redden. De onderzeeboot ramt echter een sloep en mitrailleert de andere. Van de in totaal 94 opvarenden overleven slecht drie man deze ramp.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

03/01

Oprichting van het American British Dutch Australian (ABDA) Command in Nederlands-Indië. Een week later arriveert de Britse generaal Wavell met zijn staf om dit nieuwe commando op zich te nemen.

Bron: A. Hakkert: 'Wel vergeven, niet vergeten' (2003)

 

03/01

Het vrachtschip ms. 'Lematang' (1915; ex- 'Willem van der Driel sr.') van de KPM, liggend aan de kade te Belawan Deli op reis van Tafelbaai (Zuid-Afrika) naar Sabang met lading cement, wordt bij een Japanse luchtaanval door een bomtreffer getroffen, brandt geheel uit en zinkt. In november 1947 wordt een begin gemaakt met het opruimen van het wrak, waarna het verkocht wordt voor de sloop.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

05/01

Het Deense vrachtschip 'Cornelia Maersk' (1925) wordt varende voor Hoek van Holland door Britse vliegtuigen tot zinken gebracht op positie 51.57° N / 03.59° O. Iedereen overleeft de aanval, de reddingssloep wordt door een Duitse patrouille uit zee gevist.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

07/01

De tanker ss. 'Djirak' (1928) van de Nederlandsche Koloniale Tankvaart Mij. te Den Haag, varende als hulp-marinetanker op weg van Balipapan naar Soerabaja, onder kapitein L. Kruithof, wordt in de Balizee ten zuidoosten van Kangean door de Japanse onderzeeboot 'I 57' met geschutsvuur tot zinken gebracht op positie 07.15° Z / 116.23° O. Hierbij zijn geen slachtoffers te betreuren Het schip deed tussen 1939 en januari 1942 als 'Tan 3' regelmatig dienst voor de Koninklijke Marine in Nederlands-Indië.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

08/01

Het vrachtschip ss. 'Van Riebeeck' (1902) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), op weg van Pasoeroean naar Singapore, wordt ten zuidwesten van Tjilatjap door de Japanse onderzeeboot 'I 56' met geschutsvuur tot zinken gebracht. Hierbij komen 13 opvarenden om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Ned. scheepsbouwindustrie en de eerste kwarteeuw KPM' in: 'DBW' jrg. 52 nr. 12 (1997)

 

09/01

Het vrachtschip ss. 'Benkoelen' (1921) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) wordt in de Javazee door een Japanse onderzeeboot getorpedeerd en tot zinken gebracht. De Amerikaanse destroyer USS 'Paul Jones', op onderzeebootjacht in de Java Zee, slaagt er niet in om de onderzeeboot op te sporen, maar slaagt er wel in om de opvarenden te redden. Samen met Hr.Ms. ' Van Ghent' lukt het verder om het reeds verlaten Amerikaanse vrachtschip 'Liberty' van de US Army op 12 januari Soerabaja binnen te slepen. Op 9 januari wordt ook het vrachtschip ss. 'Camphuijs' (1903) van de KPM, op weg van Samarang naar Singapore, door een Japanse onderzeeboot getorpedeerd en tot zinken gebracht.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

10/01

De patrouilleboot Hr.Ms. 'Masdijn', het bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geconfisceerde Japanse vissersschip 'Borneo Maru', wordt aangevallen door Japanse marinevliegtuigen. Aan boord zijn 50 KNIL soldaten op weg naar Tarakan (N.O. kust van Borneo), waarbij doden en gewonden vallen. Een deel van de bemanning kan worden gered en naar Balikpapan worden overgebracht.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

10/01

De onderzeeboot Hr.Ms. 'O 19' onder commando van de luitenant-ter-zee (KMR) H.F. Bach Kolling brengt de twee Japanse transportschepen 'Akita Maru' en 'Tariyu Maru' in de Golf van Siam tot zinken.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

10/01

De kruiser Hr.Ms. 'Tromp' maakt een rendez-vous met het Singapore-konvooi 'DM 1' in de Straat Soenda en escorteert dit naar Singapore. Het konvooi bestaat uit vijf vrachtschepen, w.o. het vrachtschip 'Abbekerk' van de Vereenigde Schaapvaart Maatschappij ( VNS ) en wordt verder begeleid door de kruisers HMS 'Emerald', 'Exeter' en 'Durban'.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

10/01

De Catalina’s 'Y 58', 'Y 59' en 'Y 60' van GVT 17 van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) doen samen met Amerikaanse Catalina’s een bomaanval op de Japanse landingsvloot voor Kema (Minahasa). Na het bombardement ontstond een luchtgevecht met Japanse drijvervliegtuigen, waarbij aan boord van de Catalina 'Y 60' een bemanningslid om het leven komt, terwijl de 'Y 58' als vermist moet worden beschouwd.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

10/01

De Dornier 'X 19' van GVT 3 van de Marine Luchtvaartdienst (MLD), naar Groot Masalembo, een eiland in de oostelijke Javazee, wordt uitgezonden om Amerikanen op te pikken die afkomstig waren van een Flying Fortress, die een noodlanding had gemaakt. Zij werden niet teruggevonden. Op de terugvlucht komt de vliegboot in een zware regenbui terecht. De vlieger ziet de onder water staande sawah’s bij Fort Menarie aan voor het Westervaarwater en landt daarop. Het toestel vliegt tegen de sawahdijkjes. De brandstof in de tanks vat onmiddelijk vlam, waardoor het toestel explodeert. Drie inzittenden komen hierbij om, drie anderen raken gewond.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

11/01

Oprichting van het Korps Insulinde, gevormd uit manschappen van de Prinses Irenebrigade in Engeland voor de dienst in Nederlands-Indië.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

11/01

Begin operatie 'Paukenslach', codenaam voor Duitse operaties langs de Oostkust van de Verenigde Staten om Amerikaanse koopvaardijschepen tot zinken te brengen. De Duitse onderzeboten 'U 66', 'U 109', 'U 123', 'U 125' en 'U 130' brengen de komende maanden 26 geallieerde schepen tot zinken. Het eerste schip wat slachtoffer wordt van de operatie is het Britse vrachtschip ss 'Cyclops', die door de 'U 123'op 300 zeemijl oost van Cape Cod (Massachusetts) tot zinken wordt gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardijvloot in WO II' (1978)

 

11/01

De slag om Ambon: USN Patrol Squadron Twenty Two (VP-22), uitgerust met PBY-5 Catalina-vliegboten, wordt bij Patrol Wing Ten (PatWing-10) van de US Navy op Ambon (Nederlands-Indië) gevoegd om de Japanse opmars richting Indië tot staan te brengen. PatWing-10 was gestationeerd op Filipijnen. Bijna direct na aankomst worden een aantal voor de kust liggende VP-22 vliegboten door de Japanners verwoest.

Bron: Seawaves Publishing Inc

 

12/01

De mijnenlegger Hr.Ms. 'Prins van Oranje' (1931) wordt tijdens een uitbraakpoging, onder dekking van de duisternis, na het leggen van zeemijnen bij de haven van Tarakan (N.O. kust van Borneo) ontdekt door een Japanse torpedobootjager en een Japanse patrouilleboot en vervolgens tot zinken gebracht. Slechts 16 opvarenden kunnen zich redden. Nog op diezelfde dag landen Japanse troepen op Celebes na bezetting van achtereenvolgens Menado en van Kema te zijn overgegaan. Ook valt Tarakan op Borneo in Japanse handen.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

15/01

Vertrek vanuit Soerabaja van de kruiser Hr.Ms. 'Java' naar Tandjong Priok, waarbij met hoge vaart zigzaggend ten noorden van de Karimoen Djawa en de Boompjes-eilanden wordt gevaren onder bescherming van enkele jachtvliegtuigen. Aankomst op 16 januari in Tandjong Priok, waarna de 'Java' onder bevel wordt gesteld van de Commandant Eastern Forces.

Bron: J. Anten e.a: 'Hr.Ms. kruisers Java en Sumatra' (2001)

 

15/01

De tanker 'Gadila' van de Petroleum Maatschappij 'La Corona' (Shell), onder kapitein J. Sperwer, loopt nabij Singapore op een mijn. Het schip blijft in drijvende toestand en weet nog Singapore te bereiken. Na provisorisch te zijn hersteld arriveert het schip op 5 februari te Tandjong Priok met aan boord geevacueerd personeel van de Bataafse Petroleum Maatschappij ( BPM ). Nog diezelfde dag wordt door de 'Gadila' de reis voortgezet naar Melbourn.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

16/01

Het vrachtschip ss. 'Senang' (1914) van Loen Tjoen & Co loopt nabij Singapore in de Zuid-Chinese Zee op een Britse mijn en gaat verloren. 54 opvarenden komen om het leven.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

17/01

De torpedobootjager Hr.Ms. 'Isaac Sweers', konvooi MW 8B escorterend naar Malta, weet de bemanning van de getorpedeerde Britse jager HMS 'Gurkha' te redden. Zo lukt het de 'Isaac Sweers' om de 'Gurkha' uit de brandende olie te slepen en alle 240 overlevenden aan boord te nemen. De 'Isaac Sweers' zet hierna de Britse bemanning aan land bij Tobruk en keert weer terug bij het konvooi op 18 januari, dat veilig in Valetta (Malta) weet aan te komen.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

18/01

De Amerikaanse destroyers USS 'Paul Jones', 'Parrot', 'Pope' en 'John D. Ford' van de 59th USN Destroyer Division vallen 's avonds een Japans konvooi aan met landingstroepen met bestemming Balikpapan (Borneo). Eerder op de dag hebben Nederlandse bommenwerpers reeds aanvallen op dit konvooi uitgevoerd. Toch kan de Japanse aanval worden doorgezet en Balikpapan op 25 januari worden bezet, na de terugtrekking van de Nederlandse KNIL-troepen. Op de 18de worden alle olieinstallaties bij Balikpapan door de Nederlandse troepen vernield. De demolitieteams worden daarna geevacueerd via het vliegveld Samarinda II, terwijl een ander deel met vliegboten van de Marine Luchtvaartdienst weet te ontkomen naar Java.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

18/01

Vertrek vanuit Tandjong Priok van de kruiser Hr.Ms. 'Java' naar de Indische Oceaan, richting Straat Soenda voor een rendez vous met het Britse konvooi MS 2 op weg van Melbourne naar Singapore. Dit konvooi bestaat uit o.m. het passagiersschip 'Aquitania' van de Cunard Line, geëscorteerd door de Australische kruiser HMAS 'Canberra' en enkele Britse schepen.

Bron: J. Anten e.a: 'Hr.Ms. kruisers Java en Sumatra' (2001)

 

19/01

Een Dornier Do 24 vliegboot van de Marine Luchtvaartdienst spot een klein vaartuig op weg naar Balikpapan (Borneo). Als de vliegboot de opvarenden oppikt blijken het drie krijgsgevangenen Nederlandse officieren met militaire Japanse tolken te zijn afkomstig van Tarakan. Zij hebben een brief bij zich van de Japanse commandant aan de Nederlandse commandant op Balikpapan, waarin zij vragen om de onbeschadigde overdracht van de olieinstallaties bij Balikpapan.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

19/01

Het vrachtschip ss. 'Van Imhoff' van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) wordt door Japanse vliegtuigen tot zinken gebracht. Aan boord bevinden zich 473 in Nederlands-Indië geinterneerde Duitsers op weg naar hun gevangenschap in Brits Indië. Slechts 65 Duitse gevangenen weten deze ramp te overleven.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

19/01

Vlak voor de Japanse invasie vindt bij het invallen van de duisternis vanuit Soerabaja het vertrek plaats van het passagiersschip 'Tasman' van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM). De 'Tasman' wordt in konvooi varende samen met de 'Sinkep' beschermd door de mijnenvegers Hr.Ms. 'Jan van Amstel', 'Pieter de Bitter' en twee motortorpedoboten. Aan boord van de 'Tasman' bevinden zich 100 vrouwen en kinderen, zijnde Britse evacuées uit Malakka met bestemming Australië. Na drie dagen bereikt de 'Tasman' de haven van Perth en de 'Sinkep' Sydney.

Bron: K. de Haas: 'Januari 1900; slecht begin voor de SMN' in: 'DBW' jrg. 55 nr 1 (2000)

 

20/01

De coaster ms. 'Karanan' (1939) van W. in 't Veld uit Groningen, op weg van Liverpool naar Belfast, zinkt na een aanvaring met de Britse tanker 'British Engineer' in de Ierse Zee. Drie bemanningsleden komen om het leven.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

23/01

Oprichting van de Stichting 'Week- en Maandbrieven' door de Nederlandse consul-generaal te Londen. De nieuwe stichting krijgt Willemstad op Curacao als officiele vestigingsplaats. In het stichtingsbestuur hebben vertegenwoordigers van de Nederlandse regering in Londen, werkgevers en werknemers van de koopvaardij zitting. Met terugwerkende kracht tot 17 april 1941, de dag waarop de Nederlandse regering via Radio Oranje de garantie gaf, zullen de ingehouden bedragen op de gages van alle koopvaardij-bemanningen worden gestort in het fonds van deze stichting. Na de oorlog zal via dit fonds de verrekening plaats vinden met de rederijen en andere instanties, die aan familieleden in bezet gebied uitkeringen 'tot onderstand' hadden gedaan.

Bron: B. van Lange & B. Kruidhof: 'Van deur tot deur over zee' (2000)

 

23/01

De torpedobootjager Hr.Ms. 'Isaac Sweers' wordt naar Nederlands-Indië gezonden vanwege een aldaar dreigende aanval door Japan. Het schip komt op 8 februari in Colombo (Ceijlon) aan en ondergaat daar klein onderhoud. Op 28 februari vertrekt het schip vanuit Colombo maar wordt al spoedig teruggeroepen als blijkt, dat Nederlands-Indië zal moeten capituleren. De 'Isaac Sweers' zal hierna worden ondergebracht (op 15 maart) bij de Britse Eastern Fleet.

Bron: H. van Kuilenburg: 'Hr.Ms. Isaac Sweers' (1994)

 

24/01

'Battle of Makassar Strait': Amerikaande destoyers vallen een Japans konvooi aan bij Makassar (Celebes, Nederlands-Indië). Het is de eerste actie van de Amerikaanse vloot in de Pacific na de aanval op Pearl Harbour op 7 december 1941.

Bron: www.history.navy.mil

 

24/01

De onderzeeboot Hr.Ms. 'K XVIII', onder commando van de luitenant-ter-zee der eerste klasse C. A.J. van Well Groeneveld, wordt tijdens een actie tegen de Japanse torpedobootjager 'No 12' bij Balikpapan (Nederlands-Indië) door dieptebommen ernstig beschadigd. Met veel moeite weet de onderzeeboot op 27 februari Soerabaja te bereiken. Korte tijd later sneuvelt van Well Groeneveld alsnog en zal later postuum worden benoemd tot Ridder in de Militaire Willemsorde.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

24/01

Japanse troepen bezetten het vliegveld Kendari op Zuidoost-Celebes, van waaruit de vijand met bommenwerpers en jachtvliegtuigen ten aanval kan gaan op doelen op Java.

Bron: J.J.A. Wijn: 'Tot in de verste uithoeken' (1998)

 

24/01

De Dornier Do 24 K vliegboot 'X 14' (GVT 4) van de Marine Luchtvaartdienst stort neer in zee bij Palikpapan (Borneo), waarbij de piloot om het leven komt. De oorzaak is vermoedelijk dat de piloot oververmoeid was.

Bron: Ph.M. Bosscher: 'de Koninklijke Marine in WOII' (1986)

 

25/01

Vertrek vanuit Singapore van de kruiser Hr.Ms. 'Java' met bestemming Tandjong Priok, waarbij onderweg de opdracht wordt gewijzigd en samen met de kruiser 'Tromp' en de torpedobootjagers 'Piet Hein' en 'Banckert' naar een positie ten noordwesten van de Karimata-eilanden zal worden gevaren. Deze opdracht wordt op 27 augustus weer door de Commandant Zeemacht Nederlands-Indie, vice-admiraal C.E.L. Helfrich, ingetrokken. Hierna zal vervolgens weer naar Tandjong Priok worden gevaren.

Bron: J. Anten e.a: 'Hr.Ms. kruisers Java en Sumatra' (2001)

 

26/01

In de nacht van 26 op 27 januari 1943 worden vier Lockheed Hudson bommenwerpers van Squadron 320 van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) (VSQ 320), afkomstig van Bircham Newton, uitgezonden om een Duits konvooi aan te vallen. De Hudson 'EW 919' wordt bij Terschellingerbank waarschijnlijk het slachtoffer van Duits afweervuur (FLAK). Van het toestel en de vier bemanningsleden wordt niets meer vernomen.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

26/01

Het gouvernementsstoomschip 'Wega', met als thuisbasis Sabang, wordt tijdens een patrouille tussen de noordwest- en noordoostkust van Sumatra door Japanse vliegtuigen aangevallen en tot zinken gebracht.

Bron: J.J.A. Wijn: 'Tot in de verste uithoeken' (1998)

 

27/01

De hulpmijnenveger Hr.Ms. 'Eveline', ten anker liggend in de baai van Milford Haven (Wales), wordt aangevaren door de Britse mijnenveger HMS 'Shera' en zinkt, waarbij een bemanningslid om het leven komt.

Bron: C. Mark: 'Ontstaan en ontwikkeling van de mijnendienst' in: 'Vast Werken' (2003)

 

27/01

De vrachtschepen 'Poelau Tello' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) en de 'Buyskes', 'Elout', en de 'Boelongan' van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) worden door Japanse luchtaanvallen in de haven van Padang (Emmahaven, Nederlands-Indië) uitgebrand en tot zinken gebracht. Alle nog aan boord zijnde bemanningsleden kunnen nog net op tijd het vege lijf redden. De materiële schade daarentegen was zeer groot.

Bron: A. Kelder: 'Zo maar een foto' in: 'DBW' jrg.55 nr. 1 (2000)

 

29/01

De luitenant-ter-zee der tweede klasse R.J. Hordijk en de officier der Marine Stoomvaartdienst der tweede klasse A.M. Idema, beiden officieren van de onderzeeboot Hr.Ms. 'O 20', weten samen met de Canadees Proulx uit een krijgsgevangenkamp in Hongkong te ontsnappen. Na een tocht vol ontberingen door China en India weten de drie mannen uiteindelijk op 18 april Colombo (Ceijlon) te bereiken.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

29/01

De Dornier 'X 29' van GVT 6 van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) voert tussen Tandjong Api en Kuching op West-Borneo een aanval uit op een vaartuig van omstreeks 300 ton, volgepakt met Japanse soldaten. Het schip raakt midscheeps in brand. Door vuur van het anti-luchtdoelgeschut van het Japanse vaartuig wordt aan boord van de vliegboot de korporaal-vliegtuigmaker T. Veldman gedood.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

30/01

De slag om Ambon: de Japanners landen in het zuiden van het eiland, nabij Hitu-Iama en het zuidelijke deel van het schiereiland Laitimor, en bij Hutumori. Hoewel zij numeriek niet veel sterker zijn dan de geallieerden, beschikken de Japanners over een groot overwicht in luchtsteun, marineondersteuning (scheepsgeschut), tanks en veldartillerie. In de veronderstelling dat het terrein aan de zuidzijde van het eiland te wild en ontoegankelijk was voor een landing, zijn de geallieerde troepen in het noorden geconcentreerd. De baai van Ambon werd met een mijnenveld deels geblokkeerd. De troepen zijn gecentreerd rondom de baai, bij Paso, de stad Ambon en het Laitimor schiereiland. Een in beton opgestelde artillerie-eenheid bestrijkt daarbij de baai van Ambon.

Bron: www.nieuwsdossier.nl

 

31/01

De slag om Ambon: Japanse troepen verrichten een aanval op de Nederlandse marinebasis op Ambon.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

02/02

De tanker ms. 'Corilla' (1939) van Petroleum Maatschappij 'La Corona' (Shell) onder gezag van kapitein J.C. Anker, varende in konvooi HX 173 uit Halifax en geladen met vliegtuigbenzine, wordt getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot 'U 751', nadat een eerdere poging het schip te beschieten mislukte. Onder begeleiding van een korvet wordt koers gezet terug naar Halifax. Na een langdurige dokbeurt van ruim acht maanden, de schade was aanmerkelijk groter dan in eerste instantie verwacht, wordt het schip weer in de vaart gebracht en zal de oorlog overleven. De 'U 751' zal een half jaar later op 17 juli 1942 door twee Britse vliegtuigen tot zinken kunnen worden gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

02/02

Indienststelling van de Combat Striking Force onder bevel van de schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman in de Indische wateren, bestaande uit Amerikaanse, Britse, Australische en Nederlandse oorlogsschepen. Het besluit tot deze formatie werd genomen op het hoofdkwartier van het American British Dutch Australian Command (ABDA) te Lembang.

Bron: M.J. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

03/02

De slag om Ambon: De 1.100 man sterke Australische Gull Force weet op Ambon stand te houden tot dat de situatie er hopeloos uit zal komen te zien en deze eenheid uiteindelijk gedwongen zal worden zich over te geven aan het Japanse leger. Hoewel de Australische troepen tijdens de gevechten zelf slechts 15 man verloren, worden 300 Nederlandse en Australische gevangenen op het Laha vliegveld geëxecuteerd. De resterende Nederlanders en Australiërs worden hierna naar het eiland Hainan overgebracht. Met ingang van 19 februari zullen door de Japanners, vanaf Ambon, luchtaanvallen op Darwin in Australië worden uitgevoerd.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

03/02

Japanse vliegtuigen bombarderen het Nederlandse marine-etablissement te Soerabaja en de vliegvelden bij Malang en Madiun (Java). Nog diezelfde dag wordt de commandant van het Nederlands-Indisch eskader, schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman benoemd tot tactisch bevelhebber van het Combined Strike Force-eskader van het American British Dutch Australian (ABDA) Command. Bij een nieuwe aanval op Soerabja op 5 februari worden o.a. vijf vliegtuigen van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) vernietigd of onherstelbaar beschadigd,

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

04/02

De torpedobootjager Hr.Ms. 'Van Ghent' doet mee aan de actie bij Kangean tegen Japanse bommenwerpers, waarna het schip het bevel krijgt op te stomen voor een aanval op een Japanse aanvalsvloot op weg naar Palembang.

Bron: Herdenking 'De Slag in de Javazee' in: 'Van Boord' jrg. 5 nr.16 (maart 2002)

 

04/02

Het vrachtschip ss. 'Van Overstraten' (1912) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), op weg van Bombay naar Oosthaven, onder kapitein D. de Roos, wordt in de Indische Oceaan op 500 mijl ten westen van Padang door de Japanse onderzeeboot ' I 64' met geschutsvuur beschadigd en vervolgens met een torpedo tot zinken gebracht op positie 01.40° N / 90.13°O. Vier opvarenden komen hierbij om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

04/02

Het vrachtschip ss. 'Van Lansberge' (1913) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), op weg van Soerabaja naar Makassar, onder kapitein J. van Oudenaarde, wordt in de Javazee bij de Brilbank bij een Japanse luchtaanval beschadigd en in brand gezet, waarna de Japanse onderzeeboot 'I 55' het schip torpedeert. Hierbij komen 20 opvarende om het leven. Het verlaten maar nog drijvende schip wordt later door Hr.Ms. 'Jan van Amstel' en Hr.Ms. 'Pieter de Bitter' met geschutvuur tot zinken gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

04/02

Japanse aanval op de American, Britsh, Dutch, Australian ( ABDA) Float Striking Force nabij de Kangean Eilanden (Bali), waarbij de Amerikaanse kruisers USS 'Houston' (CA 30) en 'Marblehead' zwaar beschadigd raken. De kruiser Hr.Ms. 'De Ruyter' (vlaggenschip) en de flottieljeleider Hr.Ms. 'Tromp' worden daarbij licht beschadigd.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

04/02

Het passagiersschip ss. 'Op ten Noort' (1927) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) wordt door het Nederlands-Indische Gouvernement bij het Internationale Rode Kruis te Genève officieel geregistreerd als hospitaalschip, na hiertoe in december 1941 reeds te zijn verbouwd.

Bron: D.J. Smit: 'Nederlandse koopvaardij-zeelieden 1940 - 1945' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 12 (2002)

 

04/02

Het gouvernementsstoomschip Hr.Ms. 'Deneb' (1915), dienstdoende als vliegbootmoederschip voor de Marine Luchtvaartdienst (MLD) en als commando-vaartuig van de Commandant Maritieme Middelen te Tandjong Pinang wordt in Straat Doerian in de Riouw archipel, nabij het eiland Broeder, door Japanse vliegtuigen onderschept, aangevallen en vervolgens tot zinken gebracht. Eén opvarende komt hierbij om het leven en enkele tientallen bemanningsleden raken gewond.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

05/02

De Amerikaanse destroyer USS 'Paul Jones' maakt een rendez-vous met het vrachtschip ss. 'Tidore' (1930) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij bij het eiland Soembawa om dit schip te begeleiden naar Soerabaja. Op weg naar de haven worden de schepen diverse keren aangevallen door Japanse bommenwerpers. Het vrachtschip wordt geraakt en bij het ontwijken van de aanvallen loopt de 'Tidore' op de rotsen. 26 bemanningsleden kunnen hierbij worden gered. De USS 'Paul Jones' keert daarop terug naar Java. Op 14 februari 1942 wordt de 'Tidore' met geschutsvuur van de torpedobootjager Hr.Ms. 'Evertsen' vernietigd.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

07/02

Een groep van drie Dornier-vliegboten (GVT 7) van de Marine Luchtvaartdienst wordt bij het eiland Roti ( ten westen van Timor) door Japanse vliegtuigen vernietigd. Drie telegrafisten komen hierbij om het leven.

Bron: Ph.M. Bosscher: 'de Koninklijke Marine in WOII' (1986)

 

08/02

Het vrachtschip ms. 'Poigar' (1940) van de Celebes Kustvaart Mij. uit Menado (Nederlands Indië), op weg van Ambon naar Soerabaja, zinkt na een aanvaring met de Nederlandse tanker 'Juno'in de Java Zee op 80 mijl ten zuidwesten van Ambon. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

09/02

Door Japanse troepen wordt een landing op Celebes uitgevoerd. Tijdens de landing wordt de Japanse destroyer 'Natsushio' tot zinken gebracht door de USN onderzeeboot 'S 37' in de Straat van Makassar. Tijdens deze Japanse aanval staan 8.000 man Japanse troepen tegenover ongeveer 1.000 militairen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). Tijdens de gevechtsacties maken de Japanse troepen zich schuldig aan oorlogsmisdaden.

Bron: www.geocities.com/dutcheastindies/makassar

 

09/02

De Catalina 'Y 38' van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) landt in de monding van de Soengai Pawan bij Ketapang (West Borneo), teneinde Europeanen op te pikken om hen naar Java te brengen. Opeens werd de vliegboot beschoten door laag overvliegende Japanse vliegtuigen. De inzittenden springen daarop buiten boord. Leerling-onderofficier-vlieger J.G. Persijn werd daarbij door een kaaiman aangevallen en bloedt dood. Nadat de Japanners verdwenen zijn weet de bemanning met de beschadigde Catalina op te stijgen naar Soerabaja. Dit doel wordt niet bereikt. In het Westervaarwater moet de 'Y 38' een noodlanding maken.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

09/02

Het vrachtschip ss. 'Van Rees' (1913) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), op weg van Tjilatjap naar Emmahaven (Padang), onder kapitein J.J. Kooper, wordt door de Japanse onderzeeboot 'I 56' getorpedeerd en zinkt op positie 07.53° N / 106.11° O. Zes opvarenden komen hierbij om. Een dag eerder bracht dezelfde onderzeeboot ook het ss. 'Van Riebeeck' tot zinken.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardijvloot in WO II' (1978)

 

10/02

Het Fokker C-XI boordvliegtuig van de kruiser Hr.Ms. 'De Ruyter' 'W 12', op het Marinevliegkamp Morokrembangan gestationeert, wordt boven Tjepoe, ten westen van Bodjonegoro op Oost-Java, door de Japanners neergeschoten. De vlieger kan zich met zijn parachute redden, doch de waarnemer, luitenant ter zee G.J. van der Boom, die zich zonder parachute vastklemde aan de vlieger, moet loslaten en valt te pletter.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

11/02

Indienststelling van Hr.Ms. 'Jacob van Heemskerck' als luchtverdedigingskruiser in Engeland. Tijdens de mei-dagen van 1940 wist dit nog niet voltooide schip (tewaterlating op 16 sept. 1939) naar Engeland uit te wijken en aldaar verder werd afgebouwd.

Bron: H. de Bles e.a: 'Vloot vereeuwigd, honderd jaar Koninklijke Marine in foto' (2002)

 

11/02

De Dornier-vliegboot 'X 29' (vlieggroep GVT 6) van de Marine Luchtvaartdienst maakt vanuit Soerabaja een evacuatievlucht naar Bandjermasin. De Japanners zijn daar een dag tevoren binnengetrokken, waardoor de vliegboot hevig wordt beschoten. Als gevolg van de schade zinkt het vliegtuig op het Westervaarwater bij terugkeer in Soerabaja, waarbij twee benanningsleden om het leven komen. Later op de dag overlijdt de zwaargewonde commandant.

Bron: Ph.M. Bosscher: 'de Koninklijke Marine in WOII' (1986)

 

11/02

Uitbraak van twee Duitse slagschepen, de 'Scharnhorst', de 'Gneisenau' en de zware kruiser 'Prinz Eugen', uit de haven van Brest met bestemming Duitsland (operatie 'Cerberus'). Ondanks verwoede aanvallen van de Britse luchtmacht en - marine weten deze oorlogsbodems tussen 11 en 13 februari toch veilig Duitsland te bereiken. Tactisch gezien is deze vooral door Hitlers toedoen doorgezette operatie een succes, strategisch bezien betekent het dat men de inzet van deze twee zware schepen op zee in feite heeft opgegeven. Goebbels zal deze geslaagde doorbraak met zijn propaganda op grootse wijze weten uit te buiten.

Bron: A. Hakkert: 'Wel vergeven, niet vergeten' (2003)

 

13/02

De olietanker ms. 'Manvantara' (1931) van de Petroleum Maatschappij 'La Corona' (Shell), in konvooi varende van Palembang naar Tandjoeng Priok, onder kapitein W.L. Happee wordt in de Javazee op circa 100 mijl ten noorden van Batavia door een Japanse luchtaanval tot zinken gebracht. Vier opvarenden komen om het leven. Het schip is met zes andere tankers eind januari 1942 uit Australië vertrokken om nog zoveel mogelijk olie bij Palembang in te nemen. Het zelfde lot treft de tanker 'Merula' (1932) onder gezag van kapitein G.J.Tapperwijn. De 44 opvarenden in de sloepen kunnen worden opgepikt door de Australische korvet HMAS 'Toowoomba'.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

13/02

De ltz 2 W.A. de Looze krijgt te Portmouth van de Britse marineleiding het unieke verzoek om uit te varen met een volledig bemande Britse motortorpedoboot, waarvan de commandant op dat moment ontbreekt. De opdracht was om in het Kanaal de jacht te openen op de Duitse slagkruisers 'Scharnhorst' en 'Gneisenau'. De MTB wordt echter weer teruggeroepen, omdat beide Duitse schepen al gepasseerd zouden zijn. Na de oorlog wordt de Looze bij Koninklijk Besluit van 20 augustus 1948 benoemd tot Ridder der vierde klasse der Militaire Willemsorde, wegens zijn grote koelbloedigheid en vastberadenheid als aanvoerder van diverse Brits-Nederlandse MTB-flottieljes motortorpedoboten, met ca. 170 patrouilles in het Kanaal tegen vijandelijke schepen, vaak onder hevig vijandelijk vuur.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

14/02

Vice-admiraal C.E.L. Helfrich, Commandant der Zeemacht in Nederlands Indië, wordt belast met het opperbevel over het American British Dutch Australian Command (ABDA) in Azië.

Bron: 'Jaarboek van de Marine' (1952)

 

14/02

De tanker 'Angelina' van de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij ontsnapt aan een aanval van acht Japanse bommenwerpers toen ze in een konvooi van 20 schepen op weg was van Pladjoe, via de Straat Banka, naar Tandjong Priok. Op 2 maart 1942 zal het schip door de eigen bemanning tot zinken worden gebracht. Later zal het schip door de Japanners worden gelicht en weer in de vaart worden gebracht als 'Anjoi Maru'. Op 28 september 1944 zal het schip worden getorpedeerd door de USS 'Bonefish'.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

14/02

De torpedobootjager Hr.Ms. 'Van Ghent' loopt op het rif van het koraaleiland Bamidjo op positie 03.05° Z / 107.21 O, bij een poging van de Combined Striking Force onder commando van de schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman om tussen Banka en Billiton een doorgang te forceren en zodoende een aanval op Palembang te kunnen voorkomen. Het schip wordt door de eigen bemanning achter gelaten nadat het in brand is gestoken. De bemanning kan aan boord worden genomen van Hr.Ms. 'Banckert'. Japanse troepen slagen er desondanks in de olieinstallaties bij Palembang te veroveren.

Bron: Herdenking 'De Slag in de Javazee' in: 'Van Boord' jrg. 5 nr.16 (2002)

 

15/02

Het vrachtschip ss. 'Majang' (1928) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) onder kapitein A. van der Palm, op weg van Palembang naar Tandjong Priok, wordt door Japanse oorlogsschepen onderschept en tot krijgsbuit verklaard. Later zal het schip onder Japanse vlag worden gebracht, eerst als transportschip 'Niko Mauro'en later als weerschip/kabellegger 'No 4 Tenkai'. Eind 1944 zal het schip bij een Amerikaanse luchtaanval in de buurt van de Filipijnen tot zinken worden gebracht.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

15/02

De tanker 'Iris' (1918) van de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij wordt als hulp-depotschip van de Koninklijke Marine te Pladjoe (Nederlands-Indië) door de eigen bemanning tot zinken gebracht. In 1942 wordt het schip door de Japanners gelicht, hersteld en vervolgens weer in de vaart gebracht als 'Kikusui Maru'. Op 24 oktober 1944 zal het schip ten noordwesten van Luzon door de Amerikaanse onderzeeboot USS 'Snook' worden getorpedeerd. Op dezelfde datum ondergaat de 'Semiramis' (1921) ook ingericht als bunkerschip hetzelfde lot. Ook dit oude schip werd door de Japanners gelicht en weer als 'Kyoko Maru' in de vaart gebracht. Op 27 december 1943 zal het schip worden getorpedeerd door de USS 'Ray' en verloren gaan.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardijvloot in WO II' (1978)

 

15/02

Verovering door Japanse troepen - en de capitulatie van Singapore. Nog diezelfde dag landen Japanse troepen op de kust van Sumatra bij de monding van de Moesirivier, oostelijk van Palembang. Zowel de stad Palembang als enkele olieraffinaderijen en het vliegveld worden door Japanse paratroepen veroverd. De mijnenlegger Hr.Ms. 'Pro Patria' (1922), die ter verdediging van de haven van Palembang een versperring had gelegd, wordt op de Moesirivier, nadat het schip verschillende luchtaanvallen van Japanse vliegtuigen had moeten trotseren, door de eigen bemanning tot zinken gebracht. Het merendeel van de bemanning weet nog uit te wijken naar Java.

Bron: Herdenking 'De Slag in de Javazee' in: 'Van Boord' jrg. 5 nr.16 (2002)

 

16/02

Duitse onderzeeboten brengen bij Aruba drie olietankers tot zinken en beschieten met hun boordkanon de raffinaderij van Standard Oil aldaar. De aktie is onderdeel van de operatie 'Paukenschlag', een verrassingsaanval van Duitse onderzeeboten bij de Amerikaanse oostkust en in het Caribische gebied, die op 15 februari van start ging. De tankers 'Pedernales' en 'Oranjestad', voor anker liggend op de rede van Sint-Nicolaas (Aruba), worden door de Duitse onderzeeboot 'U 156' getorpedeerd. Een hierna gepleegde aanval op de raffinaderij van Aruba mislukt, doordat het (niet ontstopte) kanon van de 'U 156' explodeert.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

17/02

Luitenant-ter-zee der eerste klasse-vlieger G.F. Rijnders van de Marine Luchtvaartdienst slaagt er in nabij Anak Awoer (Tambalan) een Japanse motorschoener tot zinken te brengen. Later in februari 1942 slaagt hij er na een gevecht met een vijandelijk jachtvliegtuig in om met zijn bemanning naar Australië uit te wijken met een door de Amerikaanse Marine als onbruikbaar achtergelaten en gedeeltelijk gedemonteerde vliegboot. Ondermeer vanwege dit optreden zal Rijnders later worden benoemd tot Ridder der 4e klasse der Militaire Willemsorde.

Bron: Onderscheidingen aan Nederlanders voor de Tweede Wereldoorlog

 

17/02

Door de commandant van de Marine (CRM) in Soerabaja, schout bij nacht P. Koenraad, wordt de geheime order KPX uitgevaardigd, o.a. aan de commandanten van de tot de 2e divisie mijnenvegers behorende schepen Hr.Ms. 'Van Amstel', 'Pieter de Bitter', 'Eland Dubois' en 'Abraham Crijnsen' , alsmede aan de commandanten van de mijnenleggers Hr.Ms. 'Gouden Leeuw' en 'Krakatau'. De order behelst de opdracht om de betreffende schepen onmiddelijk na ontvangst van het sein KPX in veiligheid stellen door uit te wijken naar een andere haven.

Bron: J.J.A. Wijn: 'Tot in de verste uithoeken' (1998)

 

17/02

Palembang valt in handen van de Japanse strijdkrachten, waarna hun opmars zal beginnen naar het zuidelijk gelegen Telok Betoeng (Oosthaven). Om te voorkomen dat de strategisch gelegen Straat Soenda in handen van de Japanners valt, wordt direct de 'Soenda Straits Auxiliary Patrol' opgericht, een onder Brits commando vallende eenheid bestaande uit vijf hulp- patrouillevaartuigen. Het zijn oude kolenstokers, waarvan de bevoorrading veel problemen met zich mee brengt.

Bron: J.J.A. Wijn: 'Tot in de verste uithoeken' (1998)

 

17/02

Het troepentransportschip 'Sloet van Beele' (1914) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, onder kapitein C.L. van Dierendonck en de torpedobootjager Hr.Ms 'Van Nes' worden ten zuiden van het eiland Bangka door vliegtuigen van het Japanse vliegkampschip 'Ryujo' aangevallen en beiden tot zinken gebracht op positie 03.27° Z / 106.38° O. Enkele vliegboten van de Marine Luchtvaartdienst kunnen vele overlevenden van beide schepen nog weten te redden. De Catalina 'Y 62' levert daarbij de ongeëvenaarde prestatie om 87 drenkelingen in een enkele vlucht te redden en aan boord te nemen. De Dornier 'X 18' weet ook nog 55 overlevenden op te pikken. In totaal kunnen ongeveer 225 opvarenden worden gered totaal gered.

Bron: A.W. Gerretsen, 'Actie Reddingboot Javazee' in: 'Marineblad' jrg. 112 nr.5 (2002)

 

18/02

Japanse luchtaanval op Soerabaja (Java), waarbij direct nabij het Marine Etablissement het oude pantserdekschip Hr.Ms. 'Soerabaja' (ex- 'De Zeven Provinciën') en de onderzeeboot Hr.Ms. 'K VII' tot zinken worden gebracht. Hierbij komen alle opvarenden van de 'K VII' om het leven. Later zal door de Japanners de 'Soerabaja' weer worden gelicht, waarbij het zal worden verbouwd tot batterijschip. Nog diezelfde dag vinden Japanse landingen op het eiland Bali plaats. Boven Oost-Java wordt het boordvliegtuig van de kruiser Hr.Ms.'Java' neergeschoten.

Bron: R. Boekholt: 'De geest overwint' (1990)

 

19/02

De gouvernementsschepen Hr.Ms. 'Bellatrix', 'Fazant', 'Merel', 'Poolster', 'Reiger' en 'Sirius' worden ingezet voor de op deze datum opgerichte Bewakingsdienst 'West-Java'.

Bron: J.J.A. Wijn: 'Tot in de verste uithoeken' (1998)

 

19/02

De torpedobootjager Hr.Ms. 'Piet Hein', onder commando van de luitenant-ter-zee der eerste klasse J.M.L.I. Chompff, raakt in de Straat Lombok in vuurgevecht met enkele Japanse zware kruisers en de Japanse torpedojagers 'Oshio' en 'Asashio', met als uiteindelijk resultaat, dat aan deze Japanse schepen zware verliezen worden toegebracht en waarbij de 'Piet Hein' met het grootste deel der bemanning ten onder gaat. Postuum wordt op 16 april 1942 J.M.L.I. Chömpff tot Ridder der 4e klasse der Militaire Willemsorde benoemd. Later zullen de officier van de Marine Stoomvaart Dienst der 2de klasse W.M. van Moppes (postuum) en matroos der 1e klasse N.F.B. Vet, voor hun dapper optreden aan boord van het schip, eveneens dezelfde dapperheidsonderscheiding krijgen.

Bron: Onderscheidingen aan Nederlanders voor de Tweede Wereldoorlog

 

20/02

Het vrachtschip ss. 'Berouw' (1919) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), op weg van Batavia naar Soerabaja, loopt bij Semarang aan de grond en wordt tot wrak geslagen. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

20/02

Het vrachtschip ms. 'Java' (1938) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) weet vanuit Nederlands-Indië met een deel van de goudvoorraad van De Javasche Bank via Straat Soenda naar Australië uit te wijken, waar het schip uiteindelijk veilig zal aankomen.

Bron: A.J.J. Mulder: 'De eeuw van de Nederland' (2003)

 

21/02

Het in Tandjong Priok tot hospitaalschip verbouwde en op 18 februari gereedgekomen mailschip ss. 'Op ten Noort' (1927) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) wordt varende in het Westervaarwater nabij Soerabaja door Japanse vliegtuigen aangevallen, waarbij drie doden en 20 gewonden te betreuren zijn. Nog diezelfde dag wordt bij Barito (zuid-oost Borneo) de vliegboot 'Y 51' (GVT 16) van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) door Japanse vliegtuigen in brandgeschoten.

Bron: L.L. von Münching: 'De zwarte maanden voor de Nederlands-Indische koopvaardij in WO II' in: 'DBW' jrg. 56 nr. 3 (2001)

 

21/02

Vertrek vanuit Tjiliatjap van het vracht/passagiersschip 'Tjitjalengka' (1939) van de Java-China-Japan Lijn met twee andere schepen naar Australië, geëscorteerd door de Hr.Ms. 'Willem van der Zaan' met aan boord een deel van de goudvoorraad van de Javasche Bank.

Bron: K. de Haas & K. de Weele: De 'Tjitjalengka' kreeg watervrees.....' in: 'DBW' jrg.54 nr. 5 (1999)

 

22/02

Het vrachtschip ss. 'Pynacker Hordijk' (1914) van de KPM, op weg van Tjilatjap naar Oosthaven (Padang), onder kapitein G. Bottema, wordt op positie 08.00° Z / 107.10° O door de Japanse onderzeeboot 'I 58' getorpedeerd en met geschutsvuiur tot zinken gebracht. Alle opvarenden kunnen hierbij worden gered.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

24/02

Het passagiers/vrachtschip ms. 'Kota Radja' van de Rotterdamsche Lloyd, onder kapitein G.Ch.A. Bromelow wordt te Soerabaja tijdens een Japanse luchtaanval in brand geschoten en vervolgens in het Westervaarwater voor de kust van het eiland Madoera, tegenover Soerabaja, door geschutsvuur van de mijnenlegger Hr.Ms. 'Krakatau' tot zinken gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

24/02

In de nacht van 24 op 25 februari 1942 wordt door de Dornier vliegboten 'X 17' en 'X 18' van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) (GVT 8) een bomaanval uitgevoerd op Japanse schepen ter rede van Muntok op het eiland Banka. Op de terugvlucht naar de basis worden beide Dorniers bij het eiland Noordwachter, benoorden Straat Soenda, door Japanse jachtvliegtuigen neergeschoten. De bemanning van de 'X 18' kan zwemmend de wal bereiken. Zij wordt opgepikt door de mijnenveger Hr.Ms. 'Djombang'. Van de zes inzittenden van de 'X 17' wordt niets meer vernomen. Op 6 oktober 1960 is een ondiepwatermijnenveger naar de vermiste sergeant-vlieger P. Mahu vernoemd.

Bron: Ph.M. Bosscher: 'De Koninklijke Marine in WOII' (1986)

 

24/02

De kruiser Hr.Ms. 'Java' krijgt opdracht om samen met de torpedobootjager Hr.Ms. 'Witte de With' en de onderzeeboot Hr.Ms. 'K X' het vliegveld Den Passar op Bali te beschieten. Drie dagen later, op 27 februari wordt de 'Java' tijdens de Slag in de Javazee tot zinken gebracht, waarbij 500 opvarenden omkomen; slechts 50 opvarenden weten zich te redden.

Bron: J. Anten e.a: 'Hr.Ms. kruisers Java en Sumatra' (2001)

 

24/02

De tanker ss. 'Pendopo' (1930) van de Nederlandsche Koloniale Tankvaart Mij. te Den Haag, in gebruik als hulpmarinetanker door de Koninklijke Marine, wordt door de eigen bemanning tot zinken gebracht op de rede van Soerabaja (Nederlands-Indië). Eind januari 1943 wordt het schip door de Japanners gelicht en weer in de vaart gebracht als 'Eisho Maru'. Op 12 januari 1945 zal het schip door een Amerikaanse luchtaanval bij Kaap Bataran tot zinken worden gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

25/02

Door de Britse bevelhebber Sir Archibald Wavell wordt de verdediging van Java overgedragen aan de Nederlandse legercommandant, de generaal ter Poorten, direct waarna hij naar Colombo vliegt. Ook het hoofdkwartier van het ABDA-Command (American, British, Dutch, Australian Forces in South East Asia) te Lembang (Bandoeng) wordt opgeheven. Nog diezelfde dag wordt bericht dat een groot Japans konvooi door de Straat van Makassar in de richting van Java koerst. Door de Commandant Zeemacht in Nederlands-Indie, de vice-admiraal C.E.L. Helfrich, wordt daarop besloten om een deel van de Westelijke Striking Force, welke in Tandjong Priok is gestationeerd, naar het Oosten te zenden om zich bij het eskader van de schout-bij-nacht Doorman te voegen.

Bron: 'Van Boord' jrg. 5 nr.16 (2002)

 

25/02

Nadat het op Zuid-Sumatra gelegen Oosthaven (Telok Batoeng) door Japanse troepen is veroverd, wordt de kanonneerboot Hr.Ms. 'Soemba' met zijn 15 cm geschut, na Oosthaven te hebben gebombardeerd, toegevoegd aan de Bewakingsdienst West-Java.

Bron: J.J.A. Wijn: 'Tot in de verste uithoeken' (1998)

 

25/02

Het vrachtschip ms. 'Boero' (1914), het voormalige Franse ms. 'Dupleix', op 3 augustus 1941 door Hr.Ms. 'Bellatrix' opgebracht naar Tandjong Priok en daarna eigendom van de Nederlandse Staat, op weg van Tandjong Priok naar Perth via Tjilatjap, onder kapitein A. Kokke, wordt op de Indische Oceaan ten zuiden van Straat Soenda door de Japanse onderzeeboot 'I 58' getorpedeerd en tot zinken gebracht. Hierbij zijn geen slachtoffers te betreuren.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

26/02

Schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman krijgt van de commandant van het ABDA-Command, vice-admiraal C.E.L. Helfrich de opdracht om met het Combined Striking Fleet- eskader de Japanse vloot in de Javazee op te zoeken en in het bijzonder de Japanse troepentransportschepen te vernietigen, teneinde daarmee een Japanse invasie op Java te kunnen voorkomen. Nog diezelfde dag vertrekt vanuit Soerabaja het eskader van Doorman.

Bron: W. Geneste: 'Herdenking Slag in de Javazee' in; 'Maritiem Nederland' jrg. 91 nr. 1 (2002)

 

26/02

De tanker 'Mamura' (1932) van de Petroleum Maatschappij 'La Corona' (Shell) onder gezag van kapitein P. Dobbenga, op weg van Houston via New York naar Halifax om daar in een konvooi te worden opgenomen, wordt op de Atlantische Oceaan door de Duitse onderzeeboot 'U 504' tot zinken gebracht op circa 200 zeemijl van Cape Canaveral op positie 29.00° N / 76.00° W. De 'U 504' behoorde tot een groep van 20 Duitse onderzeeboten die zich op dat moment op de Atlantische Oceaan bevinden. De 'Mamura' zinkt binnen 10 minuten, waarbij alle 49 opvarenden om het leven komen.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

27/02

Slag in de Javazee: Het eskader onder bevel van de schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman, aan boord van het vlaggenschip 'De Ruyter', raakt ter hoogte van het eiland Bawean in gevecht met een Japans eskader, dat een invasievloot moet afdekken. De Britse zware kruiser HMS 'Exeter' wordt zo waar beschadigd, dat het schip onder begeleiding van Hr.Ms. 'Witte de With' naar Soerabaja moet terugkeren. De torpedobootjager Hr.Ms. 'Kortenaer' wordt dezelfde middag getroffen door een torpedo en zinkt, evenals de Britse jager HMS 'Electra'. Doorman stuurt vier Amerikaanse jagers terug naar Soerabaja omdat hun brandstof opraakt en de torpedo's zijn verschoten. De Britse jager HMS 'Jupiter' loopt op een (Nederlandse) zeemijn. Aan het eind van de avond worden de gevechten in alle hevigheid hervat. Zowel de kruiser Hr.Ms. 'De Ruyter' als de kruiser 'Java' worden kort na middernacht door Japanse torpedo's getroffen en tot zinken gebracht. Doorman gaat hierbij samen met zijn schip ten onder. De zeeslag kost meer dan duizend marinemensen het leven.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

27/02

Het Gouvernements-stoomschip Hr.Ms. 'Zuiderkruis' slaagt er in om vanuit Tjilatjap (Nederlands-Indië) de haven van Colombo (Ceijlon) te bereiken. Tot het einde van de Tweede Wereldoorlog zal het als onderzeeboot-moederschip en als bevoorradingsschip dienst doen voor de Britse Eastern Fleet te Ceijlon. Nog diezelfde dag ontvangt de kanonneerboot Hr.Ms.'Soemba' eveneens instructies om uit te wijken naar Colombo, onder escorte van de olietanker 'TAN-8'.

Bron: J.J.A. Wijn: 'Tot in de verste uithoeken' (1998)

 

27/02

Spoed-vertrek vanuit Tjilatjap van het ms. 'Tawali' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' om uit te wijken naar Fremantle in Australië. Onderweg naar Fremantle wordt het schip weer teruggeroepen naar Tjilatjap om als evacuatieschip dienst te doen. Onderweg worden alle 65 opvarenden van het op 1 maart tijdens een Japanse luchtaanval gezonken ss. 'Enggano' (eveneens van de SMN) opgepikt en in veiligheid gebracht. Op 3 maart wordt in Tjilatjap afgemeerd en nog dezelfde dag met 700 evacuees wederom met bestemming Fremantle uitgevaren. Op weg zijnde naar Fremantle wordt ingevolge nader verkregen instructies, de koers weer verlegd naar Colombo, waar het schip uiteindelijk op 14 maart zal arriveren. Onderweg naar Colombo worden nog eens 57 opvarenden opgepikt van de reeds verloren gegane HMS. 'Anking'.

Bron: L.L. von Münching: Het epos van het ms. 'Tawali' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 8 (1998)

 

27/02

De Catalina 'Y 63' van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) (GVT 2) wordt op een verkenningsvlucht vanuit Tandjong Pandan naar Straat Banka door zes Japanse Nakajima Ki-27A jachtvliegtuigen aangevallen. Twee jachtvliegtuigen worden neergeschoten, voordat de 'Y 63' zo zwaar beschadigd werd dat zij op het water een noodlanding moet maken. De zevenkoppige bemanning weet na een avontuurlijke tocht, grotendeels per prauw, die via de zuidkust van Sumatra voerde, de kustplaats Anjer Kidoel in de West-Javaanse residentie Bantam te bereiken. Daar gaan zij uiteen. De gewonde sergeant-monteur wordt al spoedig door de Japanners gevangengenomen. Twee groepen van ieder drie man trachten langs verschillende routes Tjilatjap te bereiken. Drie worden vermoedelijk op 8 maart in het Bantamse door de bevolking gedood. De andere groep is een dag eerder door Bantammers gevangen genomen en aan de Japanners te Tjilegon overgeleverd.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

27/02

De commandant van de kruiser Hr.Ms. 'De Ruyter', E.E.B. Lacomblé sneuvelt in de nacht van 27 op 28 Februari 1942 tijdens de slag in de Javazee, nadat het schip door een torpedo midscheeps werd getroffen. In de namiddag van 27 Februari had de kruiser twee Japanse torpedojagers in de grond weten te boren. Lacomblé zal in 1949 postuum worden onderscheiden als Ridder der 4e klasse der Militaire Willemsorde vanwege zijn verdiensten en optreden tijdens de Slan in de Javazee en als 'een bezielend voorbeeld voor de bemanning door haar op te dragen het zinkende schip met de gewonden te verlaten'. Zelf bleef hij, samen met de eskadercommandant, de schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman, aan boord en met zijn schip uiteindelijk ten onder ging.

Bron: Onderscheidingen aan Nederlanders voor de Tweede Wereldoorlog

 

27/02

De Dornier Do 24 K vliegboot 'X 16' van de Marine Luchtvaartdienst (behorende tot vliegtuiggroep GVT 8) wordt door Japanse jachtvliegtuigen aangevallen en neergeschoten. De bemanning weet zich te redden en kan worden opgepikt door de mijnenveger Hr.Ms. 'Djombang' en in Tandjong Priok aan wal worden gebracht.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

28/02

Begin van de Japanse landingen op Java bij Merak, in de baai van Bantam, op midden-Java en op oost-Java bij Rembang. Nog op diezelfde dag vertrekken vier Amerikaanse torpedobootjagers uit Soerabaja en weten al vechtend door de Straat Bali uit te wijken en de Indische Oceaan te bereiken.

Bron: R. Boekholt: 'De geest overwint' (1990)

 

28/02

Het benzinetransportschip 'Moesi' (1930) van Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), onder kapitein H.A. Goslinga, wordt buiten Straat Bali, op 25 zeemijl van Banjoewangi, als munitietransportschip 'Ben 2' van de Koninklijke Marine, door de Japanse onderzeeboot 'I 53' getorpedeerd en tot zinken gebracht bij een poging naar Australië uit te wijken.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

28/02

Het hospitaalschip ss. 'Op ten Noort' (1927), onder kapitein G. Tuizinga, vanuit Soerabaja onderweg om drenkelingen van de schepen betrokken bij de Slag in de Javazee op te pikken en de gewonden te verzorgen, wordt door de Japanse torpedobootjager 'Amatsukade' in de Javazee aangehouden. Met een Japanse enterploeg aan boord wordt het schip via Banjermasin, hier worden nog overlevenden van de kruisers Hr.Ms. 'De Ruyter' en Hr.Ms. 'Java' aan boord gebracht, naar Makassar opgebracht waar het schip op 10 maart arriveert. Het schip zal op de rede aldaar blijven liggen, ook nog na de capitulatie op 8 maart 1942, als hospitaalschip onder Nederlandse vlag. Het scheeps- en medisch personeel worden aan boord van hun eigen schip door de Japanners geinterneerd.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

28/02

De Catalina-vliegboot 'Y 63' (vliegtuiggroep GVT 2) van de Marine Luchtvaartdienst (MLD), op de terugweg van een nachtelijke verkenningsvlucht bij Straat Banka, wordt door zes Japanse jachtvliegtuigen aangevallen en neergeschoten. De bemanning weet na een noodlanding op zee zich echter te redden, maar wordt deels, waarschijnlijk door de inheemse bevolking vermoord en als gevolg van verraad uitgeleverd aan de Japanners.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

28/02

In de nacht van 28 februari op 1 maart worden de kruisers HMS 'Perth' en de USS 'Houston' (CA 30) door Japanse kruisers ('Mogami' en 'Mikuma') en jagers in Straat Soenda onderschept en vervolgens tot zinken gebracht (op positie 05.45° Z / 106.15° O), als de schepen na de Slag in de Javazee vanuit Tandjong Priok de Indische Oceaan willen bereiken.

Bron: http://www.wlb-stuttgart.de/seekrieg/42-03.htm

 

01/03

De Britse kruiser HMS 'Exeter' en torpedobootjager HMS 'Encounter' worden door Japanse kruisers ('Mogami' en 'Mikuma') en jagers bij Straat Soenda tot zinken gebracht (op positie 04.30° Z / 111.00° O) , als de schepen na de Slag in de Javazee vanuit Soerabaja de Indische Oceaan willen bereiken. Eerder zijn door deze Japanse vloot al de kruiser HMAS 'Perth' en USS 'Houston' tot zinken gebracht.

Bron: http://www.wlb-stuttgart.de/seekrieg/42-03.htm

 

01/03

Het vrachtschip 'Siaoe' (1921) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) onder kapitein J. Belger, op weg van Tandjong Priok om uit te wijken naar Australië, wordt voor de noordkust van Java ter hoogte van Bodjonegoro door Japanse oppervlakteschepen in brand geschoten. 29 opvarenden komen om. Nog diezelfde dag wordt de 'Tomohon', eveneens van de KPM, op weg van Tjilatjap om uit te wijken naar Australië of Colombo, in de Indische Oceaan op circa 230 mijl ten zuiden van Tjilatjap, door de Japanse torpedobootbootjagers 'Arasihio' en 'Nowake' onderschept en in brand geschoten. Hierbij komt één opvarende om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

01/03

Indienstelling van de onderzeeboot 'UD 3' door de Duitse Kriegsmarine. De onderzeeboot is de ex- 'O 25' (aanvankelijk 'K XXV') gebouwd voor de Koninklijke Marine, die op 1 mei 1940 bij Wilton Fijenoord te water was gelaten. In de meidagen van '40 was gepoogd de boot naar Engeland te slepen, maar er was op dat moment geen sleepboot voor handen. Op 14 mei 1940 werd de 'O 25' op de werf door het eigen marinepersoneel tot zinken gebracht en later weer door de Duitsers gelicht en afgebouwd als 'UD 3'. Aanvankelijk wordt de 'UD 3' als test- en trainingsschip te Kiel ingezet. Op 3 oktober 1942 zal de onderzeeboot voor zijn eerste oorlogspatrouille vanuit Kiel onder commando van Hermann Rigele richting Lorient (Frankrijk) vertrekken.

Bron: http://ubootwaffe.net

 

01/03

Het vrachtschip ss. 'Rooseboom' (1926) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), onder kapitein M.A.C. Boon, op 26 februari vanuit Batavia vertrokken, om via Padang met 500 evacuées w.o. 250 Britse soldaten naar Colombo (Ceijlon) uit te wijken, wordt door de Japanse onderzeeboot 'I 59' tot zinken gebracht op 600 zeemijl van het eiland Siberoet. Hierbij komen in totaal circa 500 opvarenden om het leven. Slechts vier overlevenden kunnen door het ss. 'Palopo' worden opgepikt, de enige twee andere overlevenden stranden 26 dagen later met een reddingssloep op het eiland Sipora. Het ss. 'Parigi' (1922) van de KPM, op weg van Tjilatjap naar Colombo, onder kapitein P.A. Rentema, wordt nog diezelfde dag op de Indische Oceaan op 300 mijl ten zuiden van Tjilatjap, met geschutsvuur en een torpedo tot zinken gebracht door de Japanse onderzeeboot 'I 2'. Hierbij komen 9 opvarenden om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

01/03

De tanker 'Augustina' (1927) van de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij onder kapitein A.J. Moerman, wordt tijdens een poging te ontsnappen uit Tandjong Priok en uit te wijken naar Australië onderschept door een Japanse torpedobootjager. De jager tracht met schoten voor de boeg het schip tot stoppen te dwingen. De bemanning brengt direct hierna het schip zelf tot zinken en krijgt vervolgens de opdracht om met twee sloepen langszij de Japanse jager komen. Nadat de sloepen waren leeg geroofd worden deze op sleeptouw genomen, waarna ze later (uit wraak dat de tanker tot zinken was gebracht) onder vuur worden genomen. Hierbij komen 39 opvarenden om het leven. De 3e machinist weet echter te ontsnappen en belandt in Makassar in de strafgevangenis. Later zal hij in kamp Fukuoka No.2 worden ondergebracht en eerst op 12 september 1945 worden bevrijdt. Later zou blijken dat nog twee Chinese opvarenden deze slachting eveneens hebben overleefd.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

01/03

Het vrachtschip ss. 'Enggano' (1920) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN), komende van Tjilatjap en wachtend op orders, wordt in de Indische Oceaan 270 mijl ten zuiden van Tjilatjap in brand gebombardeerd door een boordvliegtuig van de Japanse kruiser 'Takao'. Vervolgens wordt het schip een dag later door de Japanse kruiser 'Chikuma' en de torpedobootjager 'Urakaze' tot zinken gebracht. Alle 65 opvarenden kunnen op 2 maart worden gered door de 'Tawali' van de SMN en in Tjilatjap weer aan land worden gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

01/03

Het op 27 februari 1942 vanuit Tjilatjap naar Australië uitgeweken vrachtschip ms. 'Modjokerto' (1922) van de Rotterdamsche Lloyd, onder kapitein J. Verhagen, wordt in de Indische Oceaan ten zuiden van Tjilatjap door de Japanse onderzeeboot 'I 54' getorpedeerd en met geschutsvuur tot zinken gebracht. Alle 42 opvarenden komen hierbij om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

01/03

De mijnenlegger Hr.Ms. 'Endeh' tracht te ontsnappen uit Tandjong Priok maar wordt tijdens de nacht door Japanse schepen ontdekt en met geschutsvuur tot zinken gebracht. Van de 24 opvarenden komen 7 man direct om het leven, 4 man overlijden later door ontberingen en de overige 13 man worden na vele omzwervingen van enkele dagen door de Japanners krijgsgevangen gemaakt.

Bron: C. Mark: 'Ontstaan en ontwikkeling van de mijnendienst' in: 'Vast Werken' (2003)

 

01/03

Vice-admiraal C.E.L. Helfrich legt na de verloren slag in de Javazee het bevel over de ABDA Fleet neer en vertrekt met een gedeelte van zijn staf, in opdracht van de gouverneur-generaal, de volgende dag per Catalina-vliegboot om uit te wijken naar Colombo (Ceijlon), teneinde aldaar de geallieerde strijd tegen Japan te kunnen voortzetten. Helfrich zal in Colombo worden benoemd tot Bevelhebber der Strijdkrachten in het Oosten. Voor zijn vertrek vaardigt hij zijn 'uitwijkorder' uit, waarin opdracht wordt gegeven om het strijdtoneel in de Indische archipel, zo goed en zo kwaad als dat zou gaan, te verlaten. Diverse schepen van de Gouvernements Marine, die niet meer kunnen uitwijken worden door het eigen personeel tot zinken gebracht. Nog diezelfde dag landen op diverse plaatsen op Java Japanse troepeneenheden.

Bron: 'Jaarboek van de Marine' (1952)

 

02/03

Vertrek vanuit Tjilatjap van de 'Kota Baroe' van de Rotterdamsche Lloyd, met aan boord uitgeweken marinepersoneel, waaronder een aantal adelborsten, met een uitwijkpoging naar Colombo (Ceijlon).

Bron: 'Mijn adelborstenopleiding was enerverend' in: 'Van Boord' jrg. 7 nr. 25 (2004)

 

02/03

Het vrachtschip ss. 'Mijer' (1915) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) onder kapitein J.W. Zuyderhoudt wordt te Tandjong Priok door de bemanning tot zinken gebracht, nadat het op 27 januari 1942 te Emmahaven (op weg van Belawan naar Tandjong Priok) door een Japanse luchtaanval zeer zwaar was beschadigd. Op 30 november 1942 wordt het schip, door de Japanners gelicht en weer in de vaart gebracht als 'Hasshu Maru'. Later zal het schip in de Flores Zee door de Amerikaanse onderzeeboot USS 'Tautog' worden getorpedeerd.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

02/03

Het Station voor Onderzeeboten in Soerabaja, met overdekte dokken, een motorenwerkplaats, een acculaadstation, magazijnen en een nieuw gebouwd torpedoatelier met bijbehorende kantoorgebouwen en torpedomagazijnen wordt door het eigen marinepersoneel vernietigd. Nog diezelfde dag wordt ook het ss. 'Sidajoe' van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij eveneens in Soerabaja door de eigen bemanning tot zinken gebracht.

Bron: C. Mark: 'De geschiedenis van de Torpedo- en de Onderzeedienst' in: 'Vast Werken' (2003)

 

02/03

Het vrachtschip ss. 'Sinabang' (1927) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), op weg van Colombo naar de Java Zee, onder kapitein B.D. Schipper, wordt door vliegtuigen van de Japanse carrier 'Ryuyo' (dat de landingen op Noord-Bantam dekt) in de Javazee tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

02/03

De tankers 'Milo' (1920), 'Anastasia' en 'Paula' (1927) van de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij (NIT) worden in de haven van Tandjong Priok door de eigen bemanning tot zinken gebracht, teneinde inbeslagname door de Japanners te voorkomen. Hetzelfde gebeurt met de 'Aldegonda', 'Angelina', 'Josefina' en 'Juno' van de NIT te Soerabaja. Alle schepen zullen door de Japanners worden gelicht en weer in de vaart worden gebracht. De tankers 'Tembusu' (1939) van de NIT en 'Kasuaris' en de 'Moeara Boelian' van de Nederlands Nieuw-Guinea Petroleum Maatschappij in Soerabja worden eveneens tot zinken gebracht, maar niet gelicht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

02/03

Een vliegboot Dornier DO 24 K , onder commando van de luitenant-ter-zee der eerste klasse-vlieger R.J. Idzerda weet met zijn bemanning vanuit Nederlands-Indië naar Broome (Australië) uit te wijken. Als enig navigatiemiddel bevindt zich slechts een kompas en een Bosatlas aan boord.

Bron: W. Geneste: 'Marineskoop' in: 'Maritiem Nederland' jrg. 91 nr. 6 (2002)

 

02/03

De onderzeeboot Hr.Ms. 'K XVIII' wordt te Soerabaja door de eigen bemanning tot zinken gebracht. Deze onderzeeboot maakte van 14 november 1934 tot 11 juli 1935 zijn bekende wereldreis. Nog diezelfde dag weet de onderzeeboot Hr.Ms. 'K IX' vanuit Soerabaja nog te ontsnappen en op 13 maart 1942 Fremantle binnen te lopen. Op 27 augustus 1942 zal de 'K IX' aan de Australische marine in bruikleen worden afgestaan en daarna nog, tiidens de Tweede Wereldoorlog, geruime tijd dienst doen.

Bron: Ph. M. Bosscher: 'Prins Hendrik de Zeevaarder' (1975)

 

02/03

Het vrachtschip ms. 'Siantar' (1921) van de Rotterdamsche Lloyd wordt op 250 zeemijl uit de West-Australische kust door een Japanse onderzeeboot getorpedeerd en tot zinken gebracht . Hierbij komen 21 van de in totaal 61 opvarenden om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

03/03

Een Japanse formatie van twaalf zero-jachtvliegtuigen valt bij Broome (West-Australië) vernietigt vele vliegtuigen, waaronder twee B-17 Flying Fortresses, twee B-24 Liberators, twee RAAF Hudsons en negen vanuit Java uitgeweken Dorniers DO-24k en Catalina vliegboten van de MLD. Aan boord van deze Nederlandse toestellen bevinden zich naast het MLD-personeel ook vanuit Nederlands-Indië geëvacueerde vrouwen en kinderen. Bij de Japanse aanval komen 48 mannen, vrouwen en kinderen om het leven. De overgebleven gezinnen kunnen met hulp van overig marinepersoneel door een brandende vuurzee veilig het strand van Broome bereiken.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

03/03

De olie- en haveninstallaties in Soerabaja (Java) worden na de Japanse landingen op Java door Nederlandse troepen vernield.

Bron: R. Boekholt: 'De geest overwint' (1990)

 

03/03

Het vrachtschip ms. 'Janssens' van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) kan nog voor de Japanse inval vanuit Tjilatjap (Java) naar Australië uitwijken. Aan boord van het overvolle schip bevinden zich ook negen gewonden van de Amerikaanse kruiser USS 'Marblehead'. De kanonneerboot USS 'Asheville' wordt op 335 zeemijl van Tjilatjap tot zinken gebracht door de Japanse destoyers 'Arashi' en 'Nowaki'. De enige Amerikaanse overlevende overlijdt in een krijggevangenkamp in 1945.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

04/03

Het passagiersschip ss. 'Duymaer van Twist' (1926) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), met o.a. 350 man MLD-personeel aan boord, trachtend om vanuit Tjilatjap naar Australië uit te wijken, wordt in de Indische Oceaan ten zuiden van Java door de Japanse kruiser 'Atago' aangehouden en tot prijs verklaard. Samen met het eveneens aangehouden en uitgeweken ss. 'Tjisaroea' (1926) van de Java-China-Japan Lijn worden beide schepen opgebracht naar Makassar. Tal van andere KPM-schepen gaan verloren, waaronder het ss. 'Rokan' (1929). Het schip wordt op 4 maart te Tjilatjap met een Japanse luchtaanval zo zwaar beschadigd dat het de volgende dag zinkt. Het vrachtschip 'Merkus' (1937) op weg van Tjilatjap naar Bombay, onder kapitein B.J.A. le Duc, wordt in de Indische Oceaan getorpedeerd door de Japanse onderzeeboot 'I 62'. Hierbij zijn geen slachtoffers te betreuren.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

04/03

Het vrachtschip ms.'Tjisaroea' (1926) van de Java-China-Japan Lijn, op weg van Tjilatjap naar Australië, wordt in de Indische Oceaan ten zuiden van Java door de Japanse torpedobootjager 'Arishio' onderschept en buitgemaakt. Het schip wordt vervolgens als 'Chihaya Maru' in Japanse dienst gesteld en op 2 november 1943 in de Oost-Chinese Zee in Straat Bingo door de Amerikaanse onderzeeboot 'Seahorse' getorpedeerd.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

05/03

Inval van Japanse troepen in Batavia (Nederlands-Indië). Alle vanuit de verschillende havens van Indië uitgeweken Nederlandse koopvaardijschepen worden nog diezelfde dag door de Nederlandse regering in Londen gevorderd.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

06/03

Vertrek vanuit Soerabaja van de mijnenvegers Hr.Ms. 'Jan van Amstel' en 'Eland Dubois' om uit te wijken naar Australië. De 'Eland Dubois' wordt echter op 8 maart voor het eiland Gili Radja, door de eigen bemanning, in verband met problemen in de machinekamer, tot zinken gebracht. Nog diezelfde dag wordt de 'Jan van Amstel' door de Japanse torpedobootjager 'Arashio' onderschept en met een korte beschieting tot zinken gebracht. Bij deze aanval komen 21 marinemannen om het leven. De mijnenveger Hr.Ms. 'Pieter de Bitter' werd eerder in de haven van Soerabaja tot zinken gebracht.

Bron: G. van Burgeler: 'De geschiedenis van acht mijnenvegers' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 4 (1998)

 

06/03

Het torpedowerkschip en voormalig flottieljevaartuig Hr.Ms. 'Serdang' wordt door de eigen bemanning samen met de bijbehorende torpedovolgboten in de haven van Soerabaja tot zinken gebracht.

Bron: P. Vermeulen: 'Schepen van de Koninklijke Marine en die der GM' (1962)

 

06/03

Vanuit Tjilatjap krijgen de nog overgebleven MLD-bemanningsleden opdracht om met de nog uit de strijd tegen de Japanners resterende Catalina-vliegboten naar Broom in Australië uit te wijken.

Bron: 'De roemruchte historie van de vliegtuigsquadrons 320 en 321' in: 'Van Boord' jrg. 8 nr. 28 (2005)

 

06/03

Het vracht/passagiersschip ss. 'Astrea' (1921) van de KNSM, op weg van Trinidad naar New York, onder kapitein W. v.d. Heuvel, wordt op de Atlantische Oceaan (op positie 29.12° N / 64.29° W) door de Italiaanse onderzeeboot 'Enrico Tazzoli' met geschutsvuur tot zinken gebracht. Alle opvarenden kunnen hierbij worden gered.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

06/03

De tanker ss. 'Poseidon' (1914) van de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij wordt liggende in de haven van Tjilatjap door de eigen bemanning in brand gestoken. Op 8 augustus 1943 zal de tanker door de Japanners worden gelicht en als 'Hosei Maru' in dienst worden gesteld. In 1945 zal het schip worden getorpedeerd door de onderzeeboot Hr.Ms. 'O 19'. De 'O 19' zal echter zelf op 8 juli 1945 verloren gaan doordat ze als gevolg van een navigatiefout op het Ladd rif loopt. Twee dagen later zal de onderzeeboot door de eigen bemanning worden vernield omdat ze niet meer vlot gebracht kan worden.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

06/03

De mijnenlegger Hr.Ms. 'Abraham Crijnssen', onder commando van de ltz 1 A. van Mierts verlaat nog diezelfde avond de marinebasis Soerabaja, met het doel om naar Australië uit te wijken. Na een geslaagde ontsnappingstocht, volledig als langzaam drijvend met takkenbossen gecamoufleerd eiland weet de 'Abraham Crijnssen' op 15 maart 1942 de Australische haven Geraldton te bereiken.

Bron: J.R. Maas: 'De ondergang van Hr. Ms. 'Pieter de Bitter' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 4 (2002)

 

07/03

De mijnenlegger Hr Ms. 'De Gouden Leeuw' wordt tijdens de Japanse overval in de haven van Soerabaja (Soerabaja) door eigen marinepersoneel tot zinken gebracht.

Bron: J.R. Maas: 'De ondergang van Hr. Ms. Pieter de Bitter' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 4 (2002)

 

07/03

Het passagiersschip ms. 'Poelau Bras' (1929) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN), op weg van de Wijnkoopsbaai op Java naar Colombo, onder kapitein P.G. Crietee, met aan boord 100 man van de Koninklijke Marine en functionarissen van de B.P.M. en bemanningen van Shell- en andere SMN schepen wordt in de Indische Oceaan op 180 mijl ten zuidwesten van de Wijnkoopsbaai door vliegtuigen van het Japanse vliegkampschip 'Hiryu' tot zinken gebracht. 144 opvarenden komen hierbij om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

08/03

Het Nederlands-Indisch gouvernement onder gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer capituleert voor het Japanse leger op het vliegveld Kalidjati. Vanaf 7 december 1941 tot aan de capitulatie hadden 120.000 man van het KNIL en ruim 10.000 man van de Koninklijke Marine deelgenomen aan de strijd tegen Japan. Hiervan sneuvelden in totaal 2.383 man aan KNIL- en marinepersoneel. Circa 5.000 man van de Koninklijke Marine en het KNIL weten hun krijgsgevangenschap te ontlopen door uit te wijken naar Nieuw-Guinea, Australië en Ceijlon.

Bron: A. Kelder: 'Allies in a Bind' in: 'DBW' jrg. 52 nr. 12 (1997)

 

08/03

Het op 4 oktober 1941 tewatergelaten zeiljacht 'Urania' van het Koninklijk Instituut voor de Marine te Soerabaja wordt direct na de capitulatie van Nederlands-Indië, tijdens een uitwijkpoging met marinepersoneel naar Australië, in Straat Madoera door een Japanse torpedobootjager aangehouden en weer naar Soerabaja teruggebracht. Hierna zal niets meer van het jacht worden vernomen.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

11/03

De motorlogger 'Aafje' (KW 26), vertrokken op 10 maart 1942 voor de visserij op de Noordzee, loopt op een zeemijn en vergaat nabij positie 52.49° N / 04.10° O. Vijf van de zeven bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: 'De Zee' (1943)

 

11/03

Het vracht/passagiersschip ss. 'Tjibadak' (1929) van de Java-China-Japan Lijn (JCJL) wordt in Colombo (Ceijlon) in dienst gesteld als logementsschip voor de Koninklijke Marine (tot 31 mei 1942). Op 2 juni 1942 zal het schip worden vercharterd aan het Britse Ministery of War Transport (BMWT). In juni 1947 zal het schip uiteindelijk weer terugkeren bij de JCJL.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

12/03

De Nederlander A. Millenaar van het Zweedse gezantschap in Berlijn brengt een bezoek aan het Milag-Nord krijgsgevangenenkamp in Duitsland. In zijn rapportage (ontvangen door de Nederlandse regering in Londen op 2 april 1942) meldt hij o.m., dat het aantal koopvaardij-zeelieden van diverse (geallieerde) nationaliteiten thans 2.901 man bedraagt (waaronder 35 Nederlandrs). De Chinese bemanningsleden van de 'Kota Nopan', de 'Mangkai' en de 'Rantaupandjang' waren inmiddels in vrijheid gesteld. De 53 Javaanse bemanningsleden van deze schepen zullen echter geinterneerd blijven.

Bron: D.J. Smit: 'Nederlandse koopvaardij-zeelieden 1940 - 1945' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 12 (2002)

 

16/03

Het vrachtschip ms. 'Alcyone' (1921) van Van Nievelt, Goudriaan & Co, op weg van Hull naar Bombay en varende in konvooi OS 19, onder kapitein J. Lucas, zinkt voor de kust van Kaapstad (Zuid-Afrika) nadat het schip op een zeemijn is gelopen, welke werd gelegd door de Duitse hulpmijnenlegger 'Doggersbank' (ex- Britse ss. 'Speybank'). Hierbij vallen geen slachtoffers. De 'Doggersbank' is een voormalig vrachtschip, dat door de Duitsers gebruikt wordt om mijnen te leggen en zich telkenmale zal voordoen als een Brits schip.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

18/03

Door de regering van de Verenigde Staten wordt de 'War Relocation Authority' ingesteld. Deze regeling houdt in dat 120.000 Amerikanen van Japanse afkomst worden gevangengezet. Na het bombardement op Pearl Harbour op 8 februari 1941 bestaat in de VS de vrees dat Japanse-Amerikanen zouden spioneren voor Japan. In 1943 zal aan Japans-Amerikanen, die nog niet waren gedetineerd, worden toegestaan om dienst te nemen bij de Amerikaanse strijdkrachten. Meer dan 17.000 man zullen deelnemen in de strijd aan Amerikaanse zijde. Het geheel uit Japans-Amerikanen bestaande All-Nisei 442nd Regiment, dat vocht in Italië, zal na afloop van de Tweede Wereldoorlog de meest onderscheiden eenheid in de Amerikaanse krijgsgeschiedenis blijken te zijn.

Bron: www.historychannel.com

 

19/03

Koninklijk Besluit waarbij, door de Nederlandse regering te Londen voor opvarenden van de Nederlandse koopvaardij, een wettelijke vaarplicht voor iedere Nederlandse zeeman, jonger dan 60 jaar, wordt gesteld (ter aanvulling op het KB tot wettelijke vaarplicht van juni 1940).

Bron: D.J. Smit: 'Nederlandse koopvaardij-zeelieden 1940 - 1945' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 12 (2002)

 

22/03

Vanuit het aanwezige bestand van de Koninklijke Brigade 'Prinses Irene' vindt in Groot-Brittannië de oprichting van Nr.2 Troop Inter Allied Commando Nr.10. plaats.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

24/03

De tanker ms. 'Ocana' (1938) van de Petroleum Maatschappij 'La Corona' (Shell), op weg van Curaçao naar Halifax, onder kapitein J. Besier, wordt op de Atlantische Oceaan op positie 42.36° N / 65.30° W door de Duitse onderzeeboot 'U 522' getorpedeerd. 53 opvarenden komen hierbij om het leven; vier man overleven het verblijf in het koude water. De vier overlevenden kunnen worden opgepikt door de USS 'Mayo' (DD 422). Op 15 april wordt het nog drijvende wrak door de Canadese mijnenveger HMCS 'Burlington' met geschutsvuur tot zinken gebracht. De 'U 552' had reeds meerdere malen gepoogd de 'Ocana' te torpederen. Zelf was de onderzeeboot bijna tot drie keer toe door de 'Ocana' overvaren.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

28/03

De torpedobootjager Hr.Ms. 'Evertsen' wordt door Japanse vliegtuigen in brand geschoten en nabij Sumatra op een rif gezet.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

04/04

Het vrachtschip ss. 'Alphacca' (1928) van de Rotterdam - Zuid-Amerika Lijn (Van Nievelt, Goudriaan & Co) uit Rotterdam, op weg van Kaapstad naar Freetown, onder kapitein R.J. v.d. Laan, wordt op 150 mijl ten zuiden van Kaap Palmas (West-Afrika) door de Duitse onderzeeboot 'U 505' getorpedeerd en tot zinken gebracht op positie 01.50° N / 07.40° W. 15 bemanningsleden komen hierbij om het leven. De 'U 505' had op 11 februari Lorient verlaten (Frankrijk) onder commando van Axel-Olaf Loewe en zal daar eerst op 7 mei 1942 na een oorlogspatrouille van twaalf weken weer terugkeren.

Bron: A. Lagendijk: 'Scheepvaart van de lage landen. Passagiersschepen op Afrika en Latijns Amerika' (1978)

 

05/04

'Force B' van de Britse Eastern Fleet, met o.a. de torpedobootjager Hr.Ms. 'Isaac Sweers', verlaat Addu Atol op zoek naar de Japanse (carrier)vloot, die actief is op de Indische Oceaan. De Japanse aanvallen op Colombo, Trincomalee en diverse schepen in het gebied zijn succesvol, maar 'Force B' weet de Japanse carriers echter niet te lokaliseren, waarna uiteindelijk op 14 april Bombay weer wordt binnengelopen. Het eskader vaart daarna door naar de Seychellen en Mombasa, waarbij door de 'Isaac Sweers' koers wordt gezet naar Engeland in verband met een reeds geplande uitgebreidde verbouwing aan het schip.

Bron: H. van Kuilenburg: 'Hr.Ms. Isaac Sweers' (1994)

 

06/04

Het vrachtschip ss. 'Batavia' (1938) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), op weg van Calcutta naar Karachi, onder kapitein H. Reinders, wordt op 14 zeemijl ten oosten van Calingapatan door eenheden een Japans eskader aangehouden en met geschutsvuur tot zinken gebracht. Hierbij komen 4 opvarenden om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

09/04

Bij Koninklijk Besluit wordt aan de Marine Luchtvaartdienst (MLD) het ordeteken van Ridder der vierde klasse der Militaire Willemsorde toegekend. De uitreiking vindt plaats op 15 augustus 1942.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

11/04

De Duitse tanker 'Eurosee' (1941) van de Europäische Tankreederei uit Hamburg loopt bij Terschelling op een zeemijn en breekt doormidden. Het voorschip kan worden geborgen en worden overgebracht naar Wilhelmshaven (Duitsland) waar het deel alsnog bij een Geallieerd bombardement in maart 1943 zal zinken.

Bron: http://www.wlb-stuttgart.de/seekrieg/42-04.htm

 

11/04

Het vrachtschip ss. 'Hebe' (1916) van de KNSM, op weg van New York naar Curaçao, zinkt na een aanvaring met de trawler 'St. Cathan' bij Kaap Hatteras op 33.10° N / 78.17° W. De bemanningkan hierbij worden gered.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

11/04

Oprichting van op de vliegbasis Jackson de 'Royal Netherlands Military Flying School' te Jackson (Mississippi, USA). Van de 460 leerlingen, voor het grootste deel afkomstig uit Nederlands-Indië, worden er 126 aangewezen voor dienst bij de Marine Luchtvaartdienst en 334 voor dienst bij de Militaire Luchtvaart van het KNIL.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

12/04

Op het moment dat een Japanse invasievloot de baai van Manokwari ( Nederlands Nieuw- Guinea) binnen stoomt, brengt de bevelvoerend officier van de Gouvernements Marine der tweede klasse H.H.M. Fuhri zijn gouvernementssschip 'Anna' tot zinken, alvorens het schip in brand te hebben gestoken. Hierbij worden door de Japanners, als afschrikwekkende straf, drie bemanningsleden opgehangen, waarna Fuhri op 26 april zal worden onthoofd.

Bron: J.J.A. Wijn: 'Tot in de verste uithoeken' (1998)

 

13/04

De luitenant-ter-zee (KMR) G.A. Dogger, lid van een belangrijke verzetsgroep in Nederland, lukt het uiteindelijk na herhaalde pogingen om via Zwitserland, Spanje en Potugal naar Engeland uit te wijken. De Nederlandse regering in ballingschap te Londen kan zodoende, op basis van door hem verkregen inlichtingen, adequate maatregelen treffen ter stimulering van het verzet. Op 16 mei 1953 zal Dogger hiervoor bij Koninklijk Besluit worden benoemd tot Ridder der vierde klasse der Militaire Willemsorde.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

13/04

Bij een geallieerd bombardement op de stad Den Helder raakt de erezuil van het marinemonument ('Voor hen die vielen 1914 - 1919') op het Havenplein ernstig beschadigd.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

16/04

De tanker ss. 'Amsterdam' (1922) van Petroleum Industrie Maatschappij (PIM), op weg van Beaumont (Texas) naar Freetown met 9.500 ton olie, onder kapitein H. Schol, wordt onder de Venezolaanse kust door de Duitse onderzeeboot 'U 66' getorpedeerd en tot zinken gebracht op 100 zeemijl ten zuidwesten van Port of Spain (op positie 12.00° N / 62.45° W). Vijf bemanningsleden komen hierbij om het leven. De Amerikaanse tanker 'Meton', varende in konvooi TAG 18 naar Cuba, wordt op dezelfde dag tot zinken gebracht door de Duitse onderzeeboot 'U 129' op positie 12.25° N / 69.20° W. Eén bemanningslid komt hierbij om het leven, de 39 andere opvarenden kunnen worden gered door de Nederlandse TB 23 (MTB) en naar Curaçao worden overgebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

18/04

Operatie 'Neuland': De Duitse onderzeeboot 'U 130' slaagt er in om met het eigen boordkanon de olieterminal nabij de Bullenbaai te beschieten, op het geheel verduisterde Curaçao.

Bron: A. Kelder: 'Operation Neuland' in: 'DBW' jrg. 51 nr. 9 (1996)

 

25/04

Het passagiers/vrachtschip ss. 'Tjinegara' (1931) van de Java-China-Japan Lijn, varende in charter voor de British Ministery of War Transport (BMWT), wordt verbouwd tot troepentransportschip en gaat dienst doen voor de US War Shipping Administration.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

28/04

Het vrachtschip ss. 'Arundo' (1930) van de NV Maatschappij Zeevaart, op weg van New York naar Alexandrië, onder kapitein A.C. Troeleman, wordt kort na vertrek ter hoogte van het Amrose lichtschip door de Duitse onderzeeboot 'U 136' getorpedeerd op positie 40.10° N / 73.44° W en tot zinken gebracht. Zes van de 43 bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

03/05

Het vrachtschip ss. 'Laertes' (1919) van de Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij 'Oceaan', op weg van New York, via Kaap de Goede hoop naar Bombay, onder kapitein C.J. van Heel. wordt op de Atlantische Oceaan voor de kust van Florida getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot 'U 109' en tot zinken gebracht. Hierbij komen 18 opvarenden om het leven.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

04/05

Zeeslag in de Koraalzee, ten zuidwesten van de Salomon's Eilanden en ten oosten van Nieuw Guinea (tot 8 mei 1942). Het is de eerste zeeslag, waarbij vliegdekschepen van de US Navy (USS 'Yorktown' en 'Lexington') en de Japanse marine met elkaar in gevecht raken. De geallieerden weten daarbij een grote Japanse landingsvloot te onderscheppen, die op weg was naar Nieuw Guinea. Tijdens deze slag wordt o.a. de Japanse carrier 'Shoho' getorpedeerd door de vliegtuigen van de US Navy. De zeeslag betekent het einde van de Japanse mogelijkheden in het zuidelijke deel van de Pacific verder offensief op te treden en door te dringen.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

05/05

De coaster ms. 'Wilja' slaagt erin om tijdens een Duits nachtbombardement op de haven van Cowes (UK), geladen met explosieven en aan dek blikken met benzine, onder een regen van bommen uit de haven te ontsnappen. Bij een treffer zou niet alleen het schip in de lucht vliegen, maar ook zou door de explosie een groot deel van Cowes worden verwoest. De stuurman van de 'Wilja' raakt hierbij gewond. Aan kapitein W. Slobben zal later het Kruis van Verdienste worden toegekend.

Bron: S.J. Graaf van Limburg Stirum: 'Varen in oorlogstijd.'

 

06/05

Het vrachtschip ss. 'Amazone' (1922) van de KNSM, op weg van Curaçao naar New York, onder kapitein J.P. Giltay, wordt op de Atlantische Oceaan ten noordoosten van Miami door de Duitse onderzeeboot 'U 333' getorpedeerd op positie 27.21° N / 80.04° W en tot zinken gebracht. Negen man weten zich op een omgeslagen sloep te redden. Doordat de SB sloep vol water is gelopen moeten de anderen zich op de vlotten weten te redden. Nadat appel is gehouden blijken 20 opvarenden in leven te zijn. Deze kunnen later worden opgepikt door de Amerikaanse destroyer 'PC 404'. 14 bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

08/05

De Lockheed-Hudson bommenwerper (V 8981) 'Soerabaja' van squadron 320 van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) (VSQ 320) , die met vijf andere Hudsons is vertrokken voor een patrouillevlucht benoorden de Waddenzee, wordt vermist en keert niet meer terug op het vliegveld Bircham Newton.

Bron: N. Geldhof: 'Varen naar de vrijheid' in: 'Maritiem Nederland' jrg. 90 nr. 2 (2001)

 

08/05

De Lockheed-Hudson bommenwerper (AE 525) 'Malang' van Squadron 320 van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) (VSQ 320) , samen met vijf andere Hudsons op verkenningsvlucht in de buurt van de Friese waddeneilanden, stort tijdens de terugvlucht naar Engeland bij Terschelling in zee.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

09/05

De tanker 'Genota' van de Petroleum Maatschappij 'La Corona' (Shell), op weg van Geraldton naar Abadan, wordt in de Indische Oceaan door de Japanse hulpkruisers 'Aikoku Maru' en de 'Hokoku Maru' aangehouden en door een prijsbemanning opgebracht naar Singapore. Op 15 augustus 1942 wordt het schip door het prijzenhof te Yokosuka tot krijgsbuit verklaard; vervolgens herdoopt in 'Ose' en als marinetanker aan de Japanse oorlogsvloot toegevoegd. Op 30 maart 1944 zal het schip bij Palau (Carolinen) met een Amerikaanse luchtaanval tot zinken worden gebracht. De Europese Shell-bemanning werd overgebracht naar een interneringskamp in Taiwan en later naar het Fukuoka-kamp in Japan. Van de Chinese opvarenden zal nooit meer iets is vernomen worden.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

09/05

Nederlandse (aspirant) beroepsofficieren worden door de Duitse bezetter opgeroepen voor een 'verplichte' bijeenkomst. Aan deze oproep geven meer dan 2.000 man (onder wie 61 adelborsten) gehoor. Deze militairen worden op 15 mei 1942 weggevoerd naar Duitse krijgsgevangenkampen als represaille voor de door Nederlandse militairen gepleegde verzets- en sabotagedaden. Kort daarop zal nog een grote groep reserve-officieren dezelfde weg moeten volgen en tenslotte nog een kleine 1.000 beroepsmilitairen beneden de rang van officier.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der zeemacht' (2003)

 

13/05

Het vrachtschip 'Koenjit' (1929) van de Rotterdamsche Lloyd, het op 10 mei 1940 te Soerabaja in beslag genomen Deense ms.'Stjerneborg', met aan boord de motorboot 'Letitia Porter' (15 ton), op weg van Halifax naar Alexandrië, onder kapitein R.M. Rosenhof, wordt op 300 mijl van Barbados door de Duitse onderzeeboot 'U 156' getorpedeerd en tot zinken gebracht op positie 15.30° N / 52.40° W. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

18/05

Het vrachtschip ss. 'Fauna' (1912) van de KNSM, op weg van New York naar de Bahama's, onder kapitein J. den Heyer, wordt op de Atlatische Oceaan in de Caicos Passage, op positie 22.20° N / 72.20° W, getorpedeerd en tot zinken gebracht door de Duitse onderzeeboot 'U 558'. De onderzeeboot identificeerde het schip aanvankelijk als de 'Towa'. Twee bemanningsleden komen hierbij om het leven. De 27 overlevenden komen nog op dezelfde dag aan op Providence Island.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

21/05

De naar Australië uitgeweken dr. H.J. van Mook treedt af als luitenant gouverneur-generaal van Nederlands-Indië (hij was dit van 1 januari 1942 tot 21 mei 1942). Van Mook wordt vervolgens benoemd tot minister van Koloniën in het kabinet van de Nederlandse regering te Londen. Hij was eerder op 20 november 1941 benoemd, maar die benoeming werd later weer ingetrokken.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

24/05

Het vrachtschip ms. 'Hector' (1939) van de KNSM uit Amsterdam, op weg van New York naar Curaçao, onder kapitein J. Lodewijk, wordt in de Caraibische Zee op 60 mijl ten noordwesten van de Grand Caymaneilanden (op positie 19.40° N / 81.53° W) door de Duitse onderzeeboot 'U 103' getorpedeerd en tot zinken gebracht. Twee opvarenden komen hierbij om het leven. Het is het tweede Nederlandse schip dat door deze onderzeeboot tot zinken wordt gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

26/05

Het vrachtschip ss. 'Maria Amelia' pikt de schipbreukelingen van het vrachtschip ss. 'Polyphemus' (1930) van de Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij 'Oceaan' op, nadat het schip op weg van Sydney naar Engeland (via het Panama-kanaal), onder kapitein C. Koningstein, op 468 mijl van New York werd getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot 'U 578'. Hierbij kwamen 15 opvarenden om het leven.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

29/05

Twee Lockheed Hudson bommenwerpers van Squadron 320 van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) (VSQ 320), afkomstig van de basis Bircham Newton, gaan nabij Ameland verloren. Door de (AM 929) 'Cheribon' wordt een noodlanding op zee gemaakt, waarbij de bemanning kan worden gered. De (V 9122) 'Wageningen' explodeert door nog onbekende oorzaak hoog in de lucht. Hierbij komen de vier bemanningsleden om het leven.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

31/05

Behouden aankomst in de Kola Baai nabij Archangelsk van het ss. 'Pieter de Hoogh' (1941), onder kapitein H. Stuy, op 21 mei 1942 in konvooi PQ 16 vertrokken vanuit Loch Ewe (Schotland) met 35 geallieerde schepen, allen beladen met oorlogsmaterieel voor het Russische leger. Tijdens dit konvooi gingen maar liefst negen schepen verloren. Op 26 juni 1942 zal de 'Pieter de Hoogh' weer vertrekken vanuit de Kola-baai in het retour-konvooi PQ 13 met 36 schepen. Tijdens dit konvooi zullen vijf schepen verloren gaan.

Bron: A.R. Kelder: Nederlands aandeel in 'The Road to Russia' in: 'DBW' jrg. 59 nr. 1 (2004)

 

01/06

Het vrachtschip ss. 'Triton' (1928) van de KNSM, op weg van Port of Spain naar New York, onder kapitein B. van Dijk, wordt op de Atlantische Oceaan door de Duitse onderzeeboot 'U 558' ten zuidoosten van de Bermuda's in brand geschoten en tot zinken gebracht. Hierbij komen zes opvarenden om het leven. Het is het tweede Nederlandse schip dat door deze onderzeeboot tot zinken wordt gebracht tijdens een tien-weekse oorlogspatrouille.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

01/06

Invoering van het Zeeschepenbesluit 1942 door de Nederlandse regering te Londen. Met de invoering van dit besluit wordt de regering gemachtigd, zolang de oorlogstoestand voortduurt tot en met de de periode van zes maanden na beeindiging daarvan, 'in het belang van de oorlogsvoering of van de volkshuishouding van het Rijk', tot het onbeperkt vorderen, in bezit of in gebruik nemen van alle onder Nederlandse vlag varende schepen. Deze bezitsvordering zal uiteindelijk tot 1 januari 1946 duren.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

02/06

Het zendstation van 'Scheveningen Radio' in Scheveningen wordt door Britse jagers aangevallen, waarbij het zendgebouw en de antenne licht beschadigd raken. In september 1943 zal het station door een bom worden getroffen, als gevolg waarvan dan wel aanzienlijke schade zal ontstaan. Het station zal daarbij de dienst onder de Deutsche Dienstpost für die Niederlände (Reichspost) wel kunnen blijven voortzetten. In juni en augustus 1945 zal 'Radio Scheveningen' weer in de ether zijn.

Bron: 'De geschiedenis van de Radio- en Verbindingsdienst', in: 'Vast Werken', jrg. 18 nr. 2 (2003)

 

05/06

Het vrachtschip ss. 'Poseidon' (1921) van de KNSM, op weg van Trinidad naar New York, onder kapitein W. Klijn, wordt op de Atlantische Oceaan, op positie 36.00° N / 71.00° W, door de Duitse onderzeeboot 'U 502'getorpedeerd en tot zinken gebracht. De gehele bemanning van 32 koppen komt hierbij om het leven.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

05/06

Bij Koninklijk Besluit wordt de op 27 februari 1942 tijdens de Slag in de Javazee gesneuvelde schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman, commandant van het Combined Striking Force-eskader, postuum benoemd tot Ridder der 3e klasse der Militaire Willemsorde.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

06/06

Inwerkingtreding van het Zeeschepenbesluit van 5 maart 1942 door de Nederlandse regering te Londen, waarbij de regering niet slechts het gebruik - (in het kader van de Zeeschepenvorderingswet van 1939) - maar ook het bezit en zelfs het eigendom van Nederlandse schepen kan vorderen. De exploitatie van de schepen voor rekening van de staat blijft in handen van de Nederlandse Scheepvaart en Handels Commissie (NSHC) te Londen, optredende als regeringsbewindvoerder.

Bron: W.M. Zappey: 'Dirk Hudig L. Jzn. levensschets van een Amsterdamse reder'.

 

07/06

De Zeeslag bij Midway, waarbij door de US Navy vier Japanse vliegdekschepen kunnen worden vernietigd. Binnen 4 dagen verslaan de Amerikanen de Japanse vloot. Alleen de carrier USS 'Yorktown' wordt echter door Japanse vliegtuigen tot zinken gebracht. Het betekent het keerpunt van de oorlog in de Stille Oceaan.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

10/06

Het vrachtschip ms.'Alioth' (1937) van Van Nievelt, Goudriaan & Co's Scheepvaart Maatschappij, op weg van Birkenhead naar Kaapstad met oorlogsmaterieel, onder kapitein K.E. Dik, wordt, in een verspreid konvooi O.S. 29, op de Atlantische Oceaan op 850 zeemijl van Freetown door de Italiaanse onderzeeboot 'Leonardo da Vinci' getorpedeerd en beschoten door het boordkanon, waarna het schip tot zinken wordt gebracht. De bemanning weet zich te redden in twee reddingboten en hierin na 10 dagen de haven van Freetown te bereiken.

Bron: K.W.L. Bezemer De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog (1981)

 

14/06

De tanker 'Olivia' van Petroleum Maatschappij 'La Corona' (Shell), onder kapitein M.K.F. van Hemert, op weg van Abadan naar Fremantle (Australië), wordt op de Atlantische Oceaan door de Duitse raider 'Thor' met geschutsvuur tot zinken gebracht. Hierbij komen 42 opvarenden om het leven. Slechts één Britse kanonnier kan uit zee worden gered, waarna de 'Thor' weer snel verdwijnt. Een sloep met vier drenkelingen zal uiteindelijk, na een maand, de kust van Madagaskar (13 juli) weten te bereiken, waar zij, noodgedwongen en met nauwelijks enige hulp, tot het eind van het jaar zullen verblijven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

14/06

Het vrachtschip ms.'Tanimbar' (1930) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN), varende in het Malta-konvooi WS 19 Z, op weg van Gourock naar Malta, onder kapitein H.A. Broere, wordt in de Middellandse Zee ten noorden van Philippeville door een Italiaanse luchttorpedo en bommen tot zinken gebracht. 23 opvarenden komen hierbij om het leven. Van de zes schepen, die deel uitmaken van dit Malta-konvooi, zullen slechts twee Britse schepen in La Valetta aankomen.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

14/06

Nabij de Franse kust ter hoogte van Calais valt de Nederlandse Motortorpedoboot '203', onder commando van de ltz 2 E.H. Larive, samen met twee Britse motortorpedoboten, in flottilleverband opererend onder een Britse Commandant, op zeer bekwame, gedurfde wijze en met succes een vijandelijk konvooi aan. Mede hierdoor zal Larive later worden benoemd tot Ridder der vierde klasse der Militaire Willemsorde.

Bron: Onderscheidingen aan Nederlanders voor de Tweede Wereldoorlog

 

14/06

Het vrachtschip ms. 'Aagtekerk' (1934) van de Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij (VNS), op weg van Alexandrië naar Malta, varende ten noorden van Tobroek in konvooi WM 11, onder kapitein A. Romein, wordt als 'decoy'-schip door Duitse vliegtuigen gebombardeerd en in brand gezet. 15 opvarenden komen hierbij om het leven en raakt kapitein Ary Romijn zwaar gewond. Romijn zal later worden benoemd tot Ridder 4e klasse der Militaire Willemsorde, ook vanwege het feit dat in januari 1942 de 'Aagtekerk' op de Atlantische Oceaan op de reis van Glasgow naar Suez eerst door een Duitse onderzeeboot en vervolgens door een vliegtuig werd aangevallen en waarbij deze onderzeeboot waarschijnlijk vernietigd en de vliegaanval afgeslagen kon worden.

Bron: Onderscheidingen aan Nederlanders voor de Tweede Wereldoorlog

 

16/06

HM koningin Wilhelmina reist per vliegtuig, via Loch Erne in Noord-Ierland, naar Ottawa voor een bezoek aan haar dochter prinses Juliana en haar beide kleindochters, de prinsessen Beatrix en Irene.

Bron: C. Fasseur: 'Wilhelmina, krijgshaftig in een vormeloze jas' (2001)

 

18/06

Het vrachtschip ms. 'Flora' (1921) van de KNSM, op weg van Chritobal naar Curaçao, onder kapitein A. de Haan, wordt door de Duitse onderzeeboot 'U 159' bij Rio Hacha (op positie 11.55° N / 72.36° W) met geschutsvuur tot zinken gebracht. Eén bemanningslid komt hierbij om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

26/06

Het passagiers/vrachtschip ms. 'Jagersfontein' (1934) van de Vereenigde Scheepvaartmaatschappij (VNS), onder kapitein R. Brouwer, op weg van Galveston naar Liverpool met een lading van 9.000 ton koper, lood en hars, wordt door de Duitse onderzeeboot 'U 107' op 500 zeemijl ten oosten van de Bermuda-eilanden getorpedeerd. Hoewel ernstig beschadigd, zinkt het schip slechts langzaam, waardoor de aan boord zijnde opvarenden zich m.b.v. de sloepen kunnen redden. Alle opvarenden kunnen door het Zwitserse ss. 'St. Cerque' worden gered. Vervolgens worden de opvarenden overgenomen door de USS 'Bernadoud', die hen in Gibraltar aan land zal zetten.

Bron: L.L. von Münching: redding van de schipbreukelingen van de 'Jagersfontein' in: 'DBW' jrg. 55 nr. 12 (2000)

 

26/06

Massale bomaanval, de zogenaamde '1000 Bomber-Raid', op Bremen. Aan deze aanval wordt door zes Nederlandse Lockheed Hudson bommenwerpers van Squadrion 320 van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) (VSQ 320) deelgenomen. De (T 9435) 'Balikpapan' gaat tijdens deze raid boven Bremen verloren, waarbij de gehele bemanning om het leven komt.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

29/06

HM koningin Wilhelmina brengt vanuit Ottawa een officieel bezoek aan de Verenigde Staten (16 t/m 25 augustus 1942). Eerst ontmoet zij president F.D. Roosevelt te Washington. Hierna worden door haar achtereenvolgens New York, Boston en Albany bezocht. Hoogtepunt van deze reis bestaat uit haar toespraak tot de beide huizen van het Congres op 6 augustus 1942 te Washington. Eerst na een officieel bezoek aan Ottawa en Montreal van 11 t/m 15 augustus zal de koningin weer terugvliegen naar Engeland.

Bron: C. Fasseur: 'Wilhelmina, krijgshaftig in een vormeloze jas' (2001)

 

01/07

Het vrachtschip ss. 'De Weert' (1919) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), op weg van Mombasa naar Durban, onder kapitein G.J.B. Crone, wordt door de aan de oppervlakte varende Japanse onderzeeboot 'I 18' op ongeveer 150 zeemijl van Lorenço Marques (Mozambique) aangevallen. Door het geschutsvuur worden een groot aantal opvarenden gedood. Het schip blijft nog twee dagen drijven en zinkt vervolgens op 3 juli. In totaal komen 69 opvarenden om het leven. Enkele overlevenden kunnen worden opgepikt door het Britse ss. 'Mundra', maar komen negen dagen later als nog om het leven als dit schip tot zinken wordt gebracht.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

01/07

Herindienststelling van 321 Squadron (VSQ 321) van de Marine Luchtvaartdienst (in Engeland opgericht in juni 1940 op de basis Pembroke Dock) op de Britse basis 'China Bay' in het noorden van Ceijlon met negen vanuit Australië overgevlogen Catalina-vliegboten en MLD-bemanningen onder commando van de kapitein-ter-zee W. van Prooijen. Vanuit de MLD-basis te China-Bay bij Trincomalee maakt het squadron voornamelijk patrouillevluchten boven de Indische Oceaan ter bescherming van de geallieerde scheepvaart en bewaking van de toegangswegen naar India en Ceijlon. Ook zullen enkele toestellen van 321 Squadron in nabijgelegen landen worden gedetacheerd, tot zelfs in Zuid-Afrika, als antwoord op het Duitse onderzeebootoffensief. Eind 1944 zal het squadron worden uitgerust met zes viermotorige B-24 Liberator-bommenwerpers.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

02/07

Duitse troepen van het Afrika-korps onder generaal Rommel worden bij El Alamein door de Britse troepen onder generaal Montgommery tot staan gebracht.

Bron: A. Hakkert: 'Wel vergeven, niet vergeten' (2003)

 

05/07

Het vrachtschip ss. 'Paulus Potter' van de Wijklijn (rederij Erhardt & Dekkers), varende in het Moermansk-konvooi PQ 17 van Reykjavik naar Archangelsk, onder kapitein W.J. Sissingh, wordt tussen Spitsbergen en Nova Zembla door Duitse luchtaanvallen zwaar beschadigd en vervolgens door de bemanning verlaten. Er vallen geen slachtoffers; de vijftig opvarenden kunnen worden gered door het rescueship 'Zamalek'. Op 13 juli zal het nog steeds drijvende en zwaar beschadigde schip door de Duitse onderzeeboot 'U 255' met een torpedo tot zinken worden gebracht. Tijdens dit Moermansk-konvooi gaan in totaal 28 geallieerde schepen verloren, waarvan vier door de 'U 255' tot zinken worden gebracht.

Bron: L.L von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

08/07

Het vracht/passagiersschip 'Tjitjalengka' (1939) van de Java-China-Japan Lijn (JCJL) wordt door de Britse regering gevorderd en in Liverpool omgebouwd tot hospitaalschip met een capaciteit voor 504 patienten (en een mogelijkheid tot uitbreiding naar 1.008). Op 2 oktober zal het schip onder Brirtse vlag in dienst worden gesteld als 'Hospital Ship No. 9' (later 'Hospital Ship No. 3'). In 1946 zal het schip weer aan de JCJL worden teruggegeven.

Bron: K. de Haas/K. de Weele: De 'Tjitjalengka' kreeg watervrees.....' In: 'DBW' jrg.54 nr. 5 (1999)

 

08/07

Het vrachtschip ss. 'Alchiba' (1920) van Van Nievelt, Goudriaan & Co, op weg van Durban naar Londen, onder kapitein N. den Hartog, wordt in de Straat Mozambique door de Japanse onderzeeboot 'I 10' getorpedeerd en met geschutsvuur tot zinken gebracht. Hierbij komen vijf bemanningsleden om het leven.

Bron: L.L. von Munching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

10/07

Het passagiers/vrachtschip ss. 'Crijnssen' (1919) van de KNSM (ex- 'Prins Maurits' van de KWIM), op weg van Curaçao naar New Orleans, onder kapitein W. van der Giessen, wordt in de Caraibische Zee ten zuiden van Yucatan Channel door de Duitse onderzeeboot 'U 504' getorpedeerd en tot zinken gebracht op positie 18.14° N / 08.11° W. Een man van de in totaal 93 bemanningsleden komt hierbij om het leven.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

12/07

De hulpmijnenveger Hr.Ms. 'Terschelling' wordt na afronding van een serie proeftochten en afgemeerd op de boeien in de baai van Brixham', tijdens een Duitse luchtaanval, met twee exploderende bommen in de directe nabijheid van het schip, tot zinken gebracht. Zes opvarenden raken hierbij gewond.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

13/07

De tanker 'Adinda' van de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij (NITM)' onder kapitein J.J. Duinkerk, op weg van Haifa naar Beiroet en varende in ballast, wordt getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot 'U 562'. Met geringe slagzij kan de haven van Haifa nog worden bereikt. Alleen de Egyptische hofmeester is tijdens de explosie overboord geslagen en om het leven gekomen. De 'U 562' zal op 19 februari 1943 door twee Britse destroyers (HMS 'Hursley' en HMS 'Isis') bij Benghazi worden vernietigd, waarbij alle bemanningsleden worden gedood.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

20/07

Het vrachtschip ss. 'Aldebaran' (1920) van Van Nievelt, Goudriaan & Co (NIGOCO) te Rotterdam, op 5 augustus 1941 door de Duitsers in beslag genomen en varende onder Duitse vlag als 'H 9' van de Deutsche West-Afrika Linie (J. Essberger) te Hamburg, wordt door de Russchische onderzeeboot 'SC 303' getorpedeerd, maar zinkt echter niet. Op 30 augustus 1944 zal het schip worden gebombardeerd in de haven van Stettin en later worden gerepareerd in Hamburg. Na de Tweede Wereldoorlog zal het schip worden teruggevonden en weer in de vaart worden gebracht bij NIGOCO.

Bron: 'Mini-Ship bulletin' (2005)

 

24/07

Het vrachtschip ss.'Telemon' (1928) van de KNSM, op weg van New York via Georgetown naar Port of Spain (Trinidad), onder kapitein C.J. Nieman, wordt op de Atlantische Oceaan ten oosten van Trinidad door de Duitse onderzeeboot 'U 160' getorpedeerd en binnen vier minuten tot zinken gebracht. 23 opvarenden komen hierbij om het leven. De overlevenden weten zich te redden met behulp van de vlotten en kunnen later worden opgepikt door het Britse ss. 'Canadoc', die de schipbreukelingen op 27 juli te Port of Spain aan wal zal zetten.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

25/07

Het passagiers/vrachtschip ss. 'Tjinegara' (1931) van de Java-China-Japan Lijn, verbouwd tot troepentransportschip en varende in dienst van de Amerikaanse W.S.A., op weg van Brisbane naar Noumea, onder kapitein J. Naerebout, wordt ten oosten van Rockhampton door de Japanse onderzeboot 'U 169' getorpedeerd en tot zinken gebracht op positie 23.18° Z / 165.23° O. Alle opvarenden kunnen hierbij worden gered.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

29/07

Het vrachtschip ss. 'Ferdinand Bol' (1919) eigendom van de Nederlandse Regering en in beheer bij Gebr. van Uden, op weg van Halifax naar Sydney, zinkt na een aanvaring in dichte mist met het Noorse ss. 'Norske King' op 45.21° N / 59.28° W. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

31/07

Het vrachtschip ss. 'Kentar' (1920) in beheer bij de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland', (het op 10 mei 1940 te Soerabaja in beslag genomen Duitse ss. 'Naumburg' van de HAPAG Lloyd), op weg van Durban naar St. Johns via Trinidad, onder kapitein J. Sieben, wordt op de Atlantische Oceaan op 130 mijl ten zuidoosten van Barbados getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot 'U 155'. 17 opvarenden komen hierbij om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

05/08

De coaster ms. 'Draco' (1939) van de KNSM, op weg van Rio de Janeiro naar Barbados, onder kapitein L. Kruithof, wordt op de Zuidatlantische Oceaan door de Duitse onderzeeboot 'U 155' met kanonvuur tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1981)

 

05/08

Het vrachtschip ss. 'Spar' van de rederij Hudig en Pieters, varende in konvooi SC 94 van Sydney naar Londen, onder kapitein W.K. de Wit, wordt door de Duitse onderzeeboot 'U 593' getorpedeerd en tot zinken gebracht op 400 mijl ten oosten van Oost van Bell Isle. Alle opvarenden kunnen worden gered.

Bron: K.W.L. Bezemer De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog (1981)

 

06/08

Hr.Ms.'Queen Wilhelmina' (ex USS PC 468) wordt bij de Washington Navy Yard te Washington in dienst gesteld door de luitenant-ter-zee der eerste klasse A.W. Kruk. President D. Roosevelt draagt vervolgens deze onderzeebootjager over aan HM koningin Wilhelmina, tijdens een door haar afgelegd staatsbezoek aan de Verenigde Staten. De 'Queen Wilhelmina' zal in Willemstad te 'Curaçao' worden gestationeerd als escorteschip in het Caribisch gebied.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

07/08

Het vrachtschip ss. 'Delfshaven' (1930) van NV Maatschappij Stoomschip Delfshaven (Gebr. van Uden), op weg van New York naar Bombay met 2.200 ton munitie, onder kapitein J. Holstein, wordt getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot 'U 572' en tot zinken gebracht op positie 07.24° N / 25.37° W (St.Paul's Rock). Eén opvarende komt hierbij om het leven. Het is de vijfde oorlogspatrouille voor deze onderzeeboot vanuit La Pallice.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

09/08

Het vrachtschip ss. 'Mendanau' (1922) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland', het op 10 mei 1940 te Soerabaja in beslag genomen Duitse ss. 'Cassel' van HAPAG Lloyd, wordt op weg van New York naar Alexandrië via Kaapstad, met oorlogsmaterieel, onder kapitein S.A. Jonker, op de Atlantische Oceaan ter hoogte van Liberia door de Duitse onderzeeboot 'U 752' getorpedeerd en tot zinken gebracht. 65 opvarenden komen hierbij om het leven. Van de overlevenden kunnen 3 bemanningsleden aan boord van de 'U 752' worden genomen en vervolgens op 4 september 1942 in La Pallice aan land worden gebracht, waarna zij als krijgsgevangenen naar het Milag-Nord kamp bij Bremen zullen worden overgebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

10/08

Het vrachtschip ms. 'Strabo' (1937) van de KNSM, op weg van San Luiz do Maranhao naar Barranquilla, onder kapitein W. Heimensen, wordt op 250 mijl ten oosten van Georgetown door de Duitse onderzeeboot 'U 155' met geschutsvuur tot zinken gebracht. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

12/08

Het vrachtschip ss.'Medea' (1916) van de KNSM, op weg van New York naar Venezuela, varende in konvooi W.A.T. 13, onder kapitein W. v.d. Heul wordt in de Caraibische Zee door de Duitse onderzeeboot 'U 658' getorpedeerd op positie 19.54° N / 74.16° W en tot zinken gebracht. Vijf bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

15/08

Aan de Marine Luchtvaartdienst (MLD) wordt de Militaire Willemsorde der 4de klasse toegekend. Op 15 augustus 1942 wordt te Pittfield (Mass, USA) deze hoogste militaire onderscheiding door HM koningin Wilhelmina, in aanwezigheid van prinses Juliana, gehecht aan een 'voorlopige' MLD-vlag.

Bron: W. Geneste: 'Marineskoop' in: 'Maritiem Nederland' jrg. 91 nr. 3 (2002)

 

16/08

Een torpedoaanval van de onderzeeboot Hr.Ms. 'O 21', onder commando van de luitenant-ter-zee der eerste klasse J.F. van Dulm, in de Middellandse Zee op de Duitse onderzeeboot 'U 254' mislukt als gevolg van niet werkende afgevuurde (door de 'O 21' zelf buitgemaakte Duitse G 7A-) torpedo's.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

17/08

Het vrachtschip ms. 'Albireo' (1940) van Van Nievelt, Goudriaan & Co, gevorderd door de Duitse Kriegsmarine en op 29 januari 1942 ingezet als troepentransportschip, loopt in het Kattegat op een mijn en zinkt. Hierbij komen 65 opvarenden om het leven. In 1943 zal het achterschip kunnen worden geborgen en vervolgens naar Kopenhagen worden gesleept voor herstel, waarna het wederom tot zinken zal worden gebracht door een Deense verzetsgroep. Na een tweede berging zal het schip na de bevrijding door Van Nievelt & Goudriaan worden teruggekocht en op 14 april 1949, na een volledig herstel door de 'Deutsche Werft' te Hamburg, als 'Alnati' weer worden opgeleverd en in de vaart worden gebracht.

Bron: L.L. von Münching: 'De bouw van Ned. zeeschepen op Ned. werven tijdens de bezetting' in: 'DBW' jrg.56 nr.2 (2001)

 

18/08

Het vrachtschip ss.'Balingkar' (1921) onder beheer van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland', de op 10 mei 1940 te Sabang in beslag genomen Duitse 'Werdenfels' van de Deutsche Dampfschiffahrt Gesellschaft 'Hansa' te Bremen, op weg van Freetown (Liberia) naar Liverpool, onder kapitein M.B.H. Cornelissen, wordt varende in konvooi SL 118 op de Atlantische Oceaan op 320 mijl ten noordoosten van de Azoren door de Duitse onderzeeboot 'U 214' getorpedeerd. Twee opvarenden komen hierbij om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

19/08

Geallieerde landing bij Dieppe: De landing mislukt echter volledig, waarbij veel geallieerde militairen sneuvelen, gewond raken of door de Duitsers krijgsgevangen worden genomen. De landing wordt later gezien als het testen van de Duitse strijdkrachten aan de Franse kust.

Bron: A. Hakkert: 'Wel vergeven, niet vergeten' (2003)

 

24/08

Het vrachtschip ss. 'Abbekerk' (1939) van de Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij (VNS), op 15 augustus 1942 vertrokken vanuit Port of Spain (Trinidad) naar Liverpool, onder kapitein C. Wijker, en daarbij een zig-zag koers varende, wordt te middernacht op de Atlantische Oceaan, 760 mijl ten westen van Ierland (op positie 52.05° N / 30.50° W), door twee torpedo's van de Duitse onderzeeboot 'U 604' getroffen en tot zinken gebracht. De eerste stuurman en de koksjongen komen hierbij om het leven. Na drie dagen kunnen alle opvarenden worden gered door het Canadese korvet HMCS 'Wallflower', die hen zal overbrengen naar het Nederlandse ss. 'Jan van Goyen'. Op 7 september 1942 loopt de 'Jan van Goyen' vervolgens Nova Scotia binnen, waar alle drenkelingen van de 'Abbekerk' aan wal worden gezet.

Bron: J. Visser: 'De ondergang van de 'Abbekerk'' in: 'KW. wij praaien U' jrg. 46 nr. 2 (1995)

 

24/08

Het vrachtschip ss. 'Moena' (1923) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN), onderweg van Bombay via Trinidadad naar Hampton Roads (Canada), onder kapitein J.B. Roeterdink, wordt op 100 mijl van Barbados door de Duitse onderzeeboot 'U 162' getorpedeerd en tot zinken gebracht. Hierbij komen vier opvarenden om het leven.

Bron: A.J.J. Mulder: 'De eeuw van de 'Nederland'' (2003)

 

24/08

Het vrachtschip ss. 'Stad Amsterdam' (1920) van de Halcyon Lijn, op weg van New York naar Trinidad, onder kapitein D.J. Boog, wordt varende in konvooi TAW 15 ter hoogte van Haiti door de Duitse onderzeeboot 'U 164' getorpedeerd en tot zinken gebracht. Het schip had tevoren vanwege een storing in de machinekamer het konvooi T.A.W. 15 moeten verlaten. Drie bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: P. van Dijk: 'Impressies van de Halcyon Lijn tijdens WO II' in: 'DBW' jrg. 55 nr. 5 ( 2000 ).

 

25/08

Het nog niet afgebouwde ms. 'Reyniersz' op de werf van J. en K. Smit te Kinderdijk, bestemd voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, wordt door de Duitse Kriegsmarine in beslag genomen en vervolgens in dienst gesteld bij het derde Sperrbrecher-flottielje. Op 5 juni 1945 zal het schip in de Kieler Bocht op een mijn lopen en vervolgens zinken.

Bron: L.L. von Münching: 'De bouw van Ned. zeeschepen op Ned. werven tijden de bezetting' in: 'DBW' jrg.56 nr.2 (2001)

 

28/08

De tanker ms.'Rotterdam' (1925) van de Petroleum Industrie Maatschappij, varende in konvooi TAW 15 van Willemstad (Curaçao) naar Londen, onder kapitein W. de Raat en geladen met 12.000 ton brandstof, wordt door de Duitse onderzeeboot 'U 511' getorpedeerd en tot zinken gebracht op 120 zeemijl ten oosten van Kingston (Jamaica). Tien opvarenden komen hierbij om het leven. De 'U 511' verliet voor de eerste reis de thuishaven Kiel onder commando van Friedrich Steinhoff op 16 juli 1942 en arriveerde in Lorient (Frankrijk) op 29 september 1942 na tien weken oorlogspatrouille. Tijdens deze tocht werden in totaal drie schepen, allen behorende tot het konvooi TAW 15, tot zinken gebracht.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

28/08

Het vrachtschip ss.'Zuiderkerk' (1922; ex- 'Zosma') van de Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij (VNS), varende in konvooi S.L. 119 op weg van Karachi en Freetown naar de Clyde, onder kapitein D. de Boer, wordt op de Atlantische Oceaan op ca 300 mijl ten westen van Lissabon door de Duitse onderzeeboot 'U 566' getorpedeerd (positie 40.20° N / 16.02° W). De bemanning kan hierbij worden gered. Daags hierna, op 29 augustus1942, kan het schip door de bemanning worden verlaten en door HMS 'Leith' met geschutsvuur tot zinken worden gebracht.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

29/08

Door de onderzeeboot Hr.Ms. 'O 24' wordt het bewapende Japanse vrachtschip 'Chosa Maru' bij de ingang van het Zuiderkanaal van Panang met enkele torpedo's tot zinken gebracht.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

29/08

Oprichting van de 'Documentatie- Pers- en Propagandadienst' van de Koninklijke Marine door de minister van Marine, de luitenant-admiraal J.Th. Furstner als eigen voorlichtingsdienst naast de Regeringsvoorlichtingsdienst. Een jaar later zal deze dienst worden gereorganiseerd tot Marine Voorlichtingsdienst.

Bron: '60 jaar Marinevoorlichting' in: 'Marinenieuws' jrg. 32 nr. 497 (2002)

 

09/09

De coaster 'Henca' (1936) van H.J.A. Krijt te Heemstede, varende onder Duitse vlag als 'Kanalinselversorger', wordt tussen Cherbourg en Aldeney tijdens een Britse luchtaanval tot zinken gebracht.

Bron: B. van Lange & B. Kruidhof: 'Van deur tot deur over zee' (2000)

 

12/09

De tanker ms.'Woensdrecht' (1926) van NV Maatschappij Motorschip Woensdrecht, op weg van Matadi en Takoradi naar Trinidad en varende in ballast, onder kapitein J. Fenenga, wordt op de Atlantische Oceaan 45 mijl ten zuidoosten van Galera Point door de Duitse onderzeeboot 'U 515' getorpedeerd op positie 10.27° N / 60.17° W, waarbij het schip zeer zwaar beschadigd raakt. Het voorschip kan nog wel naar Trinidad worden gesleept, maar is niet meer te repareren. De 'U 515' is op zijn tweede oorlogspatrouille, waarbij tien schepen tot zinken worden gebracht, waaronder nog diezelfde dag de Panamese tanker 'Stanvac Melbourne' (1941).

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

14/09

Het vrachtschip sts. 'Breedyk' (1922) van de Holland-Amerika Lijn, op weg van Kaapstad naar Engeland, onder kapitein B.L.J. Ruygrok, wordt op de Atlantische Oceaan op circa 150 mijl ten zuiden van Kaap Palmas (op positie 05.05° Z / 08.54° W) in het achterschip getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot 'U 68'. Hierbij komen de nog aan boord verblijvende kapitein Ruygrok en een bediende om het leven. De overige bemanningsleden weten zich met vier sloepen te redden. Britse marineschepen en een Portugees vrachtschip weten later de opvarenden van drie sloepen op te pikken, terwijl de vierde sloep na 10 dagen een dorpje bij Ivoorkust weet te bereiken. Op dezelfde dag wordt ook het ss. 'Suriname' van de KNSM (in 1940 prijsgemaakt op Curaçao), in konvooi TAG 5, varende van Port of Spain naar New York, onder kapitein W.J.L. Heis, op 110 mijl ten noorden van Trinidad, door een torpedo van de 'U 558' getroffen en tot zinken gebracht. Hierbij komen 13 opvarenden om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

15/09

Het vrachtschip ss. 'Saturnus' (1918) van de KNSM, varende in konvooi SQ 36 van Sidney naar England, wordt op de Atlantische Oceaan ter hoogte van Cape de Rosiers door de Duitse onderzeeboot 'U 517' getorpedeerd en tot zinken gebracht op positie 48.49° N / 64.06° W. Eén bemanningslid komt hierbij om het leven.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

18/09

Het vrachtschip ss. 'Waalhaven' (1916) van Gebr. van Uden, in augustus 1940 door de Duitsers in beslag genomen, als 'Ro 24' op weg van Lulea naar Rotterdam met een lading ijzererts, strandt op de Zweedse kust bij Romskär en wordt tot wrak geslagen. Op 24 september 1942 wordt het schip geabandonneerd.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

23/09

Aanval van enkele Hudson-bommenwerpers van het 320 Squadron (VSQ 320) van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) op een Duits konvooi bij Texel, waarbij drie schepen met bommen worden beschadigd, dan wel tot zinken worden gebracht. Het 320 Squadron voert zijn operaties uit vanaf de Britse basis Bircham Newton (Norfolk) waar het tot maart 1943 gestationeerd zal blijven. Gedurende deze periode zal de vijandelijke scheepvaart langs de Nederlandse kust het belangrijkste doelwit van dit squadron blijven.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

23/09

De coaster ms. 'Hast 2' (1940) van de rederij Muron te Rotterdam, in juni 1940 door de Duitse bezetter in beslag genomen, loopt in de Kleine Belt op een mijn en gaat verloren.

Bron: A. Boerema: 'Coasters, de laatste 50 jaar van de KHV' (1992)

 

24/09

Tewaterlating van het Britse landingsvaartuig 'LST 3520' bij Harland & Wolff te Belfast. In juli 1948 zal deze LST worden overgedragen aan de Koninklijke Marine, verbouwd worden bij de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij in Amsterdam en vervolgens worden herdoopt in 'Pelikaan' (II). Het schip zal worden toegevoegd aan het wachtschip te Willemsoord (Den Helder). In 1962 zal de 'LST 3520' als bevoorradingsschip vertrekken naar Nederlands Nieuw-Guinea en in november van datzelfde jaar weer terugkeren naar Den Helder.

Bron: P. Vermeulen: 'De schepen van de Koninklijke Marine en die der GM' (1962)

 

27/09

De coaster ms. 'Anna - W' (1936), varende onder Duitse vlag, wordt varende in de Oostzee, nabij de Zweedse kust, door de Sovjet onderzeeboot 'SC 13' getorpedeerd en met kanonvuur tot zinken gebracht. Vier opvarenden komen hierbij om het leven.

Bron: http://www.wlb-stuttgart.de/seekrieg/40-09.htm

 

01/10

Het vrachtschip ss. 'Achilles' (1906) van de KNSM, op weg van Georgetown naar Port of Spain, onder kapitein K. de Jong, wordt op de Atlantische Oceaan nabij Trinidad door de Duitse onderzeeboot 'U 202' getorpedeerd en tot zinken gebracht op positie 09.06° N / 59.48° W. Eén bemanningslid komt hierbij om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

04/10

Het vrachtschip ss. 'Willemsplein' (1910) van Scheepvaart Mij. 'Millingen' uit Rotterdam, op weg van Sydney naar Wabana en Engeland, onder kapitein S. Plantenga, strandt op de rotsen bij St. Mary's Bay (New Foundland). Hierbij komen drie opvarenden om het leven. Op 7 oktober 1942 wordt het schip geabandonnneerd.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

05/10

De torpedobootjager Hr.Ms. 'Gerard Callenburgh', na op 14 mei 1940 door marine- en werfpersoneel bij de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij in de Nieuwe Waterweg tot zinken gebracht, wordt na in juli 1940 door de Duitsers te zijn gelicht, naar Hamburg overgebracht en aldaar op de werf van Blohm & Voss afgebouwd. Op 5 oktober 1942 wordt het schip als 'ZH 1' (Zerstorer Holland) in dienst gesteld. Na een periode van invaren en opwerken zal deze voormalige Nederlandse torpedobootjager worden ingedeeld bij het 8st flottielje in Le Havre.

Bron: L.L. von Münching: 'De 'Gerard Callenburgh' onder Duitse vlag' in: 'Maritiem Nederland' jrg. 92 nr. 4 (2003)

 

08/10

Indienststelling van de onderzeeboot Hr.Ms. 'Dolfijn' te Holy Loch, na overname van de Royal Navy als ex 'P 47'.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

08/10

Het Duitse vrachtschip ss. 'Lauterfels' (1921) van het Deutsche Dampfschiffahrts Gesellschaft 'Hansa' uit Bremen loopt bij Terschelling op een zeemijn en zinkt.

Bron: http://www.wlb-stuttgart.de/seekrieg/42-10.htm

 

08/10

Het vrachtschip ss.'Flensburg' (1922) van de Halcyon Lijn, op weg van Durban naar Trinidad en New York, onder kapitein W.G. de Neef, wordt op de Atlantische Oceaan getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot 'U 201' en de daarop volgende dag met geschutsvuur van de escorteschepen tot zinken gebracht op positie 10.45° N / 46.48° W. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

08/10

Het vrachtschip ss. 'Gaasterkerk' (1922; ex- 'Gaasterdyk' van de HAL) van de Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij (VNS), varende van Aden naar Kaapstad, onder kapitein F. Maas, wordt in de Indische Oceaan op 150 mijl noordwest ten noorden van Cape Point door de Duitse onderzeeboot 'U 68' getorpedeerd en tot zinken gebracht (op positie 34.30° Z / 18.15° O). De bemanning kan hierbij worden gered. De 'U 68' vertrok onder commando van Karl-Friedrich Merten uit Lorient (Frankrijk) op 20 augustus 1942 voor een vijfde oorlogspatrouille van bijna zestien weken. De 'Gaasterkerk' is één van de vier vrachtschepen die door de 'U 68' op deze dag tot zinken werd gebracht.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

10/10

De coaster ms. 'Atlas' (1938) van J. Beck uit Groningen, op weg van Hayle naar Newport, wordt op de rotsen van Lundy Island (Kanaal van Bristol) tot wrak geslagen. De gehele bemanning, bestaande uit acht opvarenden, komt hierbij om het leven.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

14/10

De motorschoener 'Schwalbe' (1910) van J. Hoeve, varende in Duitse dienst, strandt in de Oostzee bij Dasserort en wordt geabandonneerd.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

15/10

Het door de Duitsers op 20 mei 1940 gevorderde ss. 'Batavier III' van Wm.H. Müller & Co. loopt, als troepentransportschip in het Kattegat ten noordwesten van Anholt, op een mijn, waarbij het schip verloren gaat.

Bron: L.L. von Münching: 'De koopvaardij in Nederland tijdens de bezetting '40 - '45' in: 'DBW' jrg. 56 nr. 4 (2001)

 

26/10

De Zeeslag bij de Santa Cruz eilanden: Het Amerikaanse eskader, onder bevel van de admiraal Kinkaid, leidt zware verliezen. Het Amerikaanse vliegdekschip USS 'Hornet' en de torpedojager USS 'Porter' worden tot zinken gebracht; het vliegdekschip USS 'Enterprise' raakt beschadigd. Aan Japanse zijde raken de vliegdekschepen 'Zuiho' en 'Shokaku' beschadigd en gaan 100 vliegtuigen verloren. Na deze zeeslag hebben de Amerikanen tijdelijk geen vliegdekschepen meer beschikbaar in de Pacific.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

26/10

ZKH prins Bernhard brengt, als eerste lid van het Koninklijk Huis, na een periode van honderd jaar, vanuit Londen een drie daags bezoek aan Suriname. Daarvoor bracht hij een bezoek aan de Nederlandse-Antillen.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

29/10

Het troepentransportschip ms. 'Abosso', op weg van Australië naar Engeland, wordt midden op de Atlantische Oceaan door de Duitse onderzeeboot 'U 575' getorpedeerd en tot zinken gebracht. Aan boord van de 'Abosso' bevindt zich een contingent personeel van de in Australië uit dienst gestelde onderzeeboten Hr.Ms. 'K IX' en Hr.Ms. 'K X', onder leiding van de luitenant-ter-zee der eerste klasse H.C.J. Coumou. Bij deze ramp komen 28 man van de Onderzeedienst om het leven. Slechts vijf mannen van dit contingent weten in een sloep en na veel ontberingen uiteindelijk aan de dood te ontsnappen en kunnen naderhand worden opgepikt door de Britse kanonneerboot HMS 'Bideford'.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

29/10

Het gebouw van het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) in Den Helder wordt tijdens een geallieerde luchtaanval geraakt door een Britse bomvoltreffer, waardoor een gedeelte van de voorgevel van het hoofdgebouw instort.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

02/11

Het tot troepentransportschip verbouwde passagiersschip ms. 'Zaandam' (1938) van de Holland-Amerika Lijn, onder kapitein J.M. Stamperius, varende voor het British Ministery of War Transport (BMWT), wordt op weg van Kaapstad naar New York, in de Zuid Atlantische Oceaan ter hoogte van Recife door de Duitse onderzeeboot 'U 174' getorpedeerd. 124 van de in totaal 299 opvarenden komen om het leven. Drie opvarenden overleven de tocht van maar liefst 82 dagen op een reddingsvlot.

Bron: L.L. von Münching: 'De Rotterdamse passagiersvloot 1900 - 1946' in: 'DBW' jrg. 57 nr. 11 (2002)

 

03/11

Het vrachtschip ss. 'Hobbema' (1918) van Van Uden, op weg van New York naar Engelad, varende in konvooi S.C. 107, onder kapitein A. van Duijn, wordt op 300 zeemijl van Cape Farewell op de Atlantische Oceaan door de Duitse onderzeeboot 'U 132' getorpedeerd en tot zinken gebracht. Hierbij komen 28 bemanningsleden en 4 gunners om het leven.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

06/11

Viering van het honderd-jarig jubileum van L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst.

Bron: http://members.rott.chello.nl

 

08/11

Het tot troepentransportschip verbouwde passagiersschip ms. 'Marnix van Sint Aldegonde' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) wordt ingezet voor de geallieerde landing in Noord Afrika (operatie 'Torch'). Nog diezelfde dag wordt, onder het bevel van de generaal Dwight D. Eisenhower, een geallieerde landing uitgevoerd op de kusten van Marokko en Algiers.

Bron: L.L. von Münching: 'De ondergang van de Marnix van Sint Aldegonde' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 11 ( 1998 ).

 

09/11

Twee Lockheed Hudsons bommenwerpers van Squadron 320 van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) (VSQ 320), afkomstig van Bircham Newton, voeren een aanval uit op een vijandelijk konvooi, varende onder de Nederlandse kust. Hierna wordt de 'EW 912' met haar vierkoppige bemanning vermist, waarbij de gehele bemanning om het leven moet zijn gekomen.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

11/11

De tanker ms. 'Ondina' (1939) van Petroleum Maatschappij 'La Corona' (Shell), voorzien van een kanon van 10.2 cm, geëscorteerd door het korvet 'Bengal' van de Royal Indian Navy, raakt in de Indische Oceaan in gevecht met de twee Japanse hulpkruisers 'Hoko Maru' en 'Aikoku Maru'. De tweede stuurman van de 'Ondina', B.B. Bakker, gaat na toestemming van zijn gezagvoerder de strijd aan, waarbij één Japanse hulpkruiser tot zinken wordt gebracht. Nadat de munitie is verbruikt en de gezagvoerder sneuvelt verlaat de bemanning het zwaarbeschadigde schip. Na het vertrek van de laatste Japanse kruiser keert de bemanning weer terug aan boord en weet het zwaar gehavende schip op 18 november behouden in de haven van Fremantle te brengen. Door zijn inzet en moedig optreden zal Bakker in 1948 worden benoemd tot Ridder der vierde klasse der Militaire Willemsorde. De 'Ondina' is het eerste koopvaardijschip, dat onderscheiden zal worden met de Koninklijke Vermelding bij Dagorder en zal tijdens de oorlog worden ingezet als bevoorradingsschip voor geallieerde onderzeeboten.

Bron: Onderscheidingen aan Nederlanders voor de Tweede Wereldoorlog

 

11/11

Het troepentransportschip ss. 'Nieuw Zeeland' van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, varende voor het British Ministry of War Transport (BMWT) vanuit Arzeu naar Gibraltar, onder kapitein K.U. Noordenbos, wordt in de Middellandse Zee door de Duitse onderzeeboot 'U 380' getorpedeerd en tot zinken gebracht. 16 opvarenden komen hierbij om het leven. De 'Nieuw Zeeland' heeft in totaal 10.629 man vervoerd. De in de buurt varende torpedobootjager Hr.Ms. 'Isaac Sweers' weet samen met de Britse HMS 'Porcupine' en HMS 'Albrington' het grootste gedeelte van de 246 opvarenden te redden. Twee dagen later, op 13 november, zou de 'Isaac Sweers' zelf het slachtoffer worden van een Duitse onderzeeboot.

Bron: L.L. von Münching: 'De geschiedenis van de Java-Austalië Lijn van de KPM' in: 'DBW' jrg. 55 nr. 1(2000)

 

13/11

De torpedobootjager 'Isaac Sweers' wordt tijdens de geallieerde invasie van Noord-Afrika ('Operatie Torch') voor de Noord-Afrikaanse kust door de Duitse onderzeeboot 'U 431' met twee torpedo's tot zinken gebracht. Van de in totaal 194 opvarenden kunnen 86 man worden gered door de Britse trawler 'Loch Oskaig'. De 'Isaac Sweers' voer in geallieerd vlootverband samen met andere jagers in de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, onder andere bij het ontzetten van Malta en tijdens de nachtelijke actie bij Kaap Bon. Het is de dertiende oorlogspatrouille van de 'U 431' (vanuit La Spezia).

Bron: H. de Bles e.a: 'Vloot vereeuwigd, honderd jaar Koninklijke Marine in foto' (2002)

 

13/11

Zeeslag bij Guadalcanal (t/m 15 november 1942): De Amerikaanse vloot weet een landing van Japanse versterkingen bij Guadalcanal te voorkomen. De kruisers USS 'Atlanta' en USS 'Juneau' gaan verloren tijdens deze zeeslag.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

16/11

De motorschoener 'Nisi Deo' van de fa. Axel Nielsen uit Amsterdam, op weg van Delfzijl naar Memel, strandt bij Stolpemünde en wordt geabandonneerd.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

16/11

De motorschoener van 'Hanmar' (1912) van C.V. Hanmar uit Amsterdam, varende in Duitse dienst en op weg van Delfzijl naar Memel, loopt aan de grond op de Rowebank ten oosten van Stolpemünde en gaat daarbij verloren.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

20/11

De sleepboot 'Indus' (1920, ex- 'Brabant' van Bureau Wijsmuller) van L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst, in mei 1940 te Vlissingen door de Duitsers in beslag genomen en als 'LAZ II' in dienst gesteld, wordt bij Hoek van Holland door Britse vliegtuigen tot zinken gebracht.

Bron: http://members.rott.chello.nl

 

20/11

Het motor/zeilschip 'Talisman' van C.V. Björkland uit Amsterdam, varende in Duitse dienst en op weg van Delfzijl naar Memel met een lading salpeter, loopt bij Stolpemünde aan de grond en gaat verloren.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

20/11

Met een in Hoek van Holland afgemeerde motorreddingvlet weten twee door de Duitsers gezochte verzetsmensen, een joods echtpaar en drie marinemannen heimelijk buitengaats te komen. Na drie dagen in een ruwe zee en aanhoudende zeeziekte weten zij veilig de Engelse kust te bereiken.

Bron: In: 'Van Boord' jrg. 8 nr. 29 (juni 2005)

 

21/11

Het vrachtschip ss.'Bintang' (1916) van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN), op weg van Kaapstad naar de Verenigde Staten, onder kapitein J.T. Richter, wordt op 650 mijl ten oosten van Trinidad getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot 'U 160'. Hierbij komen 22 opvarenden om het leven.

Bron: W. van Niel: 'Vijf jaar spitsroeden lopen' in: 'KW. wij praaien U' jrg. 46 nr. 2 (1995)

 

22/11

Van de drie Lockheed Hudsons bommenwerpers van Squadron 320 van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) (VSQ 320), afkomstig van de basis Bircham Newton, die op de vooravond van 22 november 1942 met tussenpozen van één uur waren gestart voor een 'Nomad Patrol' langs de Nederlandse kust, keert de EW 903 'E', die als laatste was vertrokken, niet meer terug. Van de bemanning wordt in het geheel niets meer vernomen.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

23/11

Na een verblijf van circa 9 maanden op de rede van Makassar, als drijvend ziekenhuis voor het krijgsgevangenkamp aldaar, wordt het hospitaalschip ss.'Op ten Noort' (1927) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij onder Japanse vlag als 'Tenno Maru' in de vaart gebracht en nog diezelfde dag naar Yokohama gevaren, waar het schip op 5 december 1942 zal arriveren. De 44 Nederlandse bemanningleden, inclusief artsen en verplegend personeel, worden in Japan krijgsgevangen gemaakt. De 'Op ten Noort' zal vanaf november 1944 verder als hospitaalschip 'Hikawa Maru nr. 2' worden ingezet.

Bron: A.R. Kelder: Het ss. 'Op ten Noort' in: 'DBW' jrg. 58 nr. 12 (2003)

 

23/11

Russische troepen omsingelen bij Stalingrad het Duitse 6e leger, onder bevel van de generaal Paulus, die op 13 september 1942 een grootschalig offensief in Rusland was begonnen, met het doel om de stad Stalingrad te veroveren.

Bron: A. Hakkert: 'Wel vergeven, niet vergeten' (2003)

 

24/11

De internering van de bemanning van het door de Franse autoriteiten in juni 1940 te Casablanca in beslag genomen ss. 'Export' van de Rottedam - Londen Stoomvaart Maatschappij kan worden beëindigd. Hierna zal de 'Export' tot het einde van de Tweede Wereldoorlog in geallieerde dienst blijven varen.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

24/11

Het vrachtschip ss. 'Aurora' (1920) van de KNSM, onder kapitein J. v.d. Mey, wordt door een Duitse luchtaanval te Phillipville gebombardeerd en tot zinken gebracht. De gehele bemanning blijft ongedeerd. In 1952 zal het wrak worden gelicht en verkocht. Op 10 november 1953 zal het schip, tijdens de sleepreis richting de sloperij in Italië, bij Kaap Fer zinken.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

27/11

Het vrachtschip ss. 'Polydorus' (1924) van de Stoomvaart Maatschappij 'Oceaan', op weg van Liverpool naar Freetown, onder kapitein H. Brouwer, wordt op de Atlantische Oceaan door de Duitse onderzeeboot 'U 176' getorpedeerd op positie 09.01° N / 25.38° W en tot zinken gebracht, na reeds door dezelfde onderzeeboot op 25 en 26 november met torpedo's en geschutvuur te zijn bestookt. Een bemanningslid komt hierbij om het leven. Het is de langste achtervolging door een U-boot tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Bron: http://ubootwaffe.net

 

27/11

Door de onderzeeboot Hr.Ms. 'K XII', opererend vanuit Fremantle (Austalië), wordt de luitenant-ter-zee B. Brocx als agent van de Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS) op de zuidkust van Java aan land gezet. Brocx heeft als opdracht om inlichtingen te verzamelen over de Japanse bezetter. Enige maanden later zal hij op zijn onderduikadres (het ziekenhuis in Bilitar) door een Chinese arts worden verraden. Op 1 december 1944 zal hij door de Japanners worden geëxecuteerd.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

28/11

De lichte kruiser Hr.Ms. 'Jacob van Heemskerck' zet samen met de Austalische kruiser HMAS 'Adelaide' op de Indische Oceaan, nabij Kaap de Goede Hoop, de achtervolging in naar de blokkade-breker 'Ramses'. Dit Franse (Vichy) schip is op weg met een lading rubber en tin vanuit Tandjong Priok naar Frankrijk. Als diverse ontwijk- en afleidingsmanoeuvres van de 'Ramses' mislukken wordt het schip door de eigen bemanning tot zinken gebracht. Beide kruisers begeleiden het konvooi OW 1 van Fremantle naar Diego Garcia, samen met de korvetten 'Cessnock' en 'Toowoomba'.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

28/11

Het passagiers/vrachtschip ss. 'Tjileboet' (1918) van de Java-China-Japan Lijn varende in charter voor het Britse Ministery of War Transport (BMWT), op weg van Belfast naar Bahia, onder kapitein J.W. Kroese, wordt na het verspreiden van konvoii ON 145, op de Atlantische Oceaan op circa 600 mijl ten westzuidwesten van Freetown, door de Duitse onderzeboot 'U 161' getorpedeerd en tot zinken gebracht op positie 05.34° N / 24.56° W. Hierbij komen 61 opvarenden om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

28/11

De Nederlandse en Australische guerilla-troepen moeten volgens plan op Timor worden geëvacueerd. De eerste evacuatiepoging, twee dagen later, zal echter mislukken.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

05/12

Aankomst in Kaapstad van het tot troepentransportschip verbouwde mailschip 'Johan de Witt' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland', waarna het schip op 9 december weer zal vertrekken naar Port of Spain op Trinidad. Hier zal de 'Johan de Witt' op 30 december arriveren, met aan boord 250 drenkelingen, welke onderweg vanuit Kaapstad kunnen worden opgepikt van eerder getorpedeerde schepen. Zij zullen vanuit Port of Spain met de 'Johan de Witt' naar New York worden overgebracht (aankomst 4 januari 1943).

Bron: A. Boorsma: '1945 - 1995 - Bevrijding en Herdenking' in: 'KW wij praaien U' jrg. 46 nr. 2 (1995)

 

07/12

De groep 'Minerva' bestaande uit 5 Britten wordt door een Catalina-vliegboot van de Marine Luchtvaartdienst ('Y 57') aan land gezet bij Poeloe Pandjang op de westkust van Sumatra.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

07/12

Het vrachtschip ss.'Serooskerk' (1922) van de Vereenigde Scheepvaaret Maatschappij (VNS), varende in een verspreid konvooi ON 149 van Loch Ewe naar Durban, onder kapitein D. de Boer, wordt op de Atlantische Oceaan ten noordoosten van de Azoren getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot 'U 155' en tot zinken gebracht op positie 49.05° N / 23.40° W. Hierbij komen alle 84 opvarenden komen om het leven. Het schip had op 5 december het oorspronkelijke konvooi waarin het voer reeds verlaten.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

07/12

HM koningin Wilhelmina houdt via Radio Oranje in Londen een rede, waarbij door haar wordt medegedeeld, dat na afloop van de oorlog, binnen de Koninkrijks Regering, gestreefd zou moeten worden naar een grotere mate van zelfbestuur van Nederlands-Indië.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

11/12

Hr.Ms.'Tjerk Hiddes', onder commando van de luitenant-ter-zee der eerste klasse W.J. Kruijs, weet in totaal 950 zowel Nederlandse als buitenlandse vluchtelingen (o.w. Australiërs en Portugezen) op Timor te kunnen evacueren naar port Darwin (Australïë). Onder deze groep bevinden zich ongeveer 60 KNIL-militairen, die op Timor een guerrilla tegen de Japanners hadden gevoerd. In de nachten van 16 en 19 december 1942 slaagt de 'Tjerk Hiddes' er wederom in om honderden vluchtelingen vanuit Timor aan boord te nemen en deze te kunnen evacueren.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

13/12

Een verkenningspatrouille, bestaande uit zes man van het Korps 'Insulinde' op Ceijlon, wordt met de onderzeeboot Hr.Ms.'O 24' bij Troeman (westkust van Atjeh, Sumatra) aan land gezet onder leiding van de kapitein W.J. Schepens. Na één dag zal de patrouille weer worden opgepikt door de 'O 24'.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

14/12

Het vrachtschip ss.'Sawahloento' (1924) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, op weg van Beira naar Durban, onder kapitein J.B. Swieringa, wordt op 170 zeemijl van Beira op circa 55.23° N / 38.49° W door de Duitse onderzeeboot 'U 177' getorpedeerd en tot zinken gebracht. Hierbij komen 53 bemanningsleden om het leven.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

19/12

Het vrachtschip ss. 'Trajanus' (1930) van de KNSM, varende in de Rode Zee, wordt getroffen door een Duitse vliegtuigbom. Ondanks het snel vol lopen van de machinekamer kan het schip uiteindelijk behouden blijven, waarbij de voor de geallieerden zo belangrijke lading, bestaande uit benzine en munitie, verloren zal gaan.

Bron: J.C.A. Schokkenbroek: 'Vrachtschip 'Mark' loopt op een mijn' in: R. Daalder: 'Maritieme geschiedenis 1500 - 2000' (2004)

 

22/12

Het werfpersoneel van de scheepswerf 'De Merwede' te Hardinxveld weet de tewaterlating van de Duitse 3.000 tonner 'Der Delmenhorst' (in het kader van het Duitse Hansa Programm) zodanig te saboteren, dat het schip reeds na een meter muurvast komt te zitten.

Bron: A.J. Boes: 'Scheepswerf 'De Merwede' 1902 - 2002' in: 'DBW' nr. 7 (2003)

 

22/12

De sleepboot 'Ika Goedkoop' van Reederij v/h Gebroeders Goedkoop wordt in het Noord-Hollands Kanaal met een sleep binnenvaartschepen beschoten door Britse jachtvliegtuigen, waarbij de machinist en de stoker van de sleepboot gewond raken.

Bron: fotoalbum Reederij v/h Gebroeders Goedkoop

 

23/12

Britse luchtaanval op de Rijkswerf Willemsoord te Den Helder, waarbij de daar gevestigde scheepswerf en het hierin gelegen waterbassin met een aantal vottreffers ernstig beschadigd worden.

Bron: L. de Jong, Gesch. der Nederl. in WOII.

 

27/12

Het vrachtschip ss. 'Soekaboemi' (1927) van de Rotterdamsche Lloyd, op weg van Glasgow naar de Verenigde Staten, onder kapitein H.A. van der Schoor de Boer, wordt op de Atlantische Oceaan, varende achter konvooi ONS 154 door de Duitse onderzeeboot 'U 441' getorpedeerd en tot zinken gebracht. Hierbij komt een bemanningslid om het leven; 51 opvarenden kunnen worden gered door het Britse rescueship 'Toward'.

Bron: K.W.L. Bezemer: 'De Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog' (1981)

 

28/12

Een groep van hooggeplaatste krijgsgevangenen in Nederlands-Indië, waaronder de goeverneur-generaal jhr. A.W.L. Tjarda van Starkenborgh Stachouwer en de luitenant-generaal H. ter Poorten, de zgn. 'Special Party' of 'A Party' wordt per schip via Singapore en Zuid-Japan naar Formosa (Taiwan) overgebracht. De groep arriveert hier op 30 januari 1943. Behalve Nederlanders zijn er tevens Engelse, Australische en Amerikaanse hooggeplaatsten in de kampen. In december 1944 zal deze groep worden verplaatst naar Mandsjoerije, waar na de wapenstilstand van 15 augustus 1945 op 17 augustus een geallieerde missie zal worden geparachuteerd.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)