Liever de lucht in

De Nederlandse luitenant-ter-zee Jan Carel Van Speijk blies op vijf februari 1831 zélf zijn schip op en nam zijn bemanning mee de lucht in. Waarom werd Van Speijk toentertijd een held?

Een koninkrijk

In 1815 werd Willem I Koning der Nederlanden. Kort daarvoor was besloten dat de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden verenigd zouden worden tot eén land. Vereniging leidt niet altijd tot eenheid: de zuidelijke provincies voelden geen verbondenheid met hun noorderburen. In de zomer van 1830 kwamen de zuiderlingen in opstand. Ook de stad Antwerpen sloot zich aan bij deze beweging. Verzet moest worden afgestraft en de havenstad werd streng gecontroleerd. Antwerpen werd door Nederlandse marineschepen afgesloten van de Noordzee en de Schelde. Een van die schepen was de Z.M. Kanonneerboot No.2 onder leiding van Van Speijk. In het najaar van 1830 kreeg de vloot te maken met opstandige stedelingen die de schepen onder vuur namen. Van Speijk en consorten vuurden terug en al snel stonden delen van Antwerpen in brand. Opperbevelhebber Chassé prees de bemanning en noemde ze zeehelden. Het markeerde de vurige wens voor nieuwe helden die het rijtje Tromp, De Ruyter en Piet Hein moesten aanvullen. Het Nederland met zijn sterke zeemacht uit de Gouden Eeuw was groots, maar het Nederland uit de negentiende eeuw was geslonken in grootsheid. Er was behoefte aan nationale trots, verering en nieuwe helden.

Gezichtsverlies

De koude maanden die volgden waren relatief rustig. De Antwerpse haven lag vol ijs en Van Speijk verveelde zich. Toen het ijs smolt en de schepen terug konden naar hun plek, raakte het schip van Van Speijk in de problemen door een storm. De stuurloze Kanonneerboot No. 2 raakte aan lagerwal op de oever van Antwerpen. Dit was voor de opstandelingen hét moment om onuitgenodigd aan boord te komen. Het schip dreigde overmeesterd te worden door euforische Brabanders (toen een benaming voor Zuiderlingen). Een absolute vernedering voor Van Speijk! Als het schip overgenomen zou worden en de Nederlandse vlag zou worden neergehaald, dan was de schande voor de natie compleet en het gezichtsverlies voor van Speijk te groot om te dragen. Hij handelde snel: met een gigantische steekvlam ontketende hij een oorverdovende explosie door zelf onderdeks in het kruitruim te schieten.

Alles voor het vaderland

Zesentwintig bemanningsleden, inclusief Van Speijk, kwamen om. Vijf overleefden de ramp. Er kwamen zo'n tien Belgen om het leven. De stemming in de politiek boven de rivieren was al even euforisch als de berichtgeving waarbij het aantal Belgische doden schromelijk werd overdreven: Van Speijk was een held! Dat werd in de dagen na de ontploffing groots gevierd met ceremonieel vlagvertoon, plechtige toespraken en een periode van rouw. De Koning omarmde zijn daad ook. Hij bepaalde dat de marine altijd een schip moest hebben met de naam Van Speijk. Ook vandaag de dag vaart een fregat met zijn naam rond.

Hang naar heldenstatus

Hoe impulsief handelde Van Speijk? Minuten voorafgaand aan zijn daad had hij zijn scheepsjongen gewaarschuwd. Deze rende het dek op en wist samen met de zeilmaker en loods overboord te springen. Was hier sprake van een vooropgezet plan? Die gedachte wordt aannemelijker door brieven die hij schreef aan zijn nicht. Hij deed min of meer een aankondiging van wat geschiede zoude in februari. Hij schrijft op vijf november dat 'die Brabandsche beestagtigheid' verdelgd moest worden. Van Speijk zijn weerzin over de zuiderlingen groeide met de dag en het afwachten viel hem zwaar. Op negentien december schrijft hij: 'dat eerder nog boot en kruid en mij de lugt in gaat dan immer een infaame Brabander te worden of het vaartuig overtegeven'. De bereidheid om te sterven voor zijn idealen werd duidelijk.

Liever een Claeszen

Hoe schrijf je geschiedenis en maak je naam voor jezelf als er weinig te beleven valt? Zelfopoffering was eerder succesvol gebleken: Van Speijk had heilig ontzag voor viceadmiraal Reinier Claeszen die in 1606 zijn schip had opgeblazen om te voorkomen dat het in Spaanse handen zou komen. Hij schreef in diezelfde winter dat hij 'liever een Claeszen werd' dan dat hij zich ooit zou moeten overgeven. Het zaadje van zelfopoffering was gepland. De rusteloze jongen nam tientallen mannen ongevraagd mee de dood in. Hoe heldhaftig is dat? Aan de zuidkant waren de Belgen het erover eens: Van Speijk was een egoïstische moordenaar. In het Noorden werd gesproken over een 'gesneuvelde' held. Er dienden geen vraagtekens te worden gesteld bij zijn daad. Vanzelfsprekend voor die tijd kwam er een grafmonument voor Van Speijk in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Van Speijk en De Ruyter. Rustend onder hetzelfde dak.

Auteur: Marleen Stavenuiter.
Dit artikel is verschenen in Het Parool van 4 feb. 2017.

Nieuwsbrief