Klassieker: Zonder zeevaarders geen pepernoten

Nautisch tintje aan de pepernoot?

Vanaf september liggen ze al in de winkel: pepernoten. Je moet een flinke ruggengraat hebben om er in de maanden voorafgaand aan Sinterklaas vanaf te blijven: wij Hollanders zijn dol op dit kruidige kleine koekje. Maar wat maakt dit koekje zo kruidig en waar komen deze kruiden vandaan?

Pepernoten. Of kruidnoten? Eigenlijk gebruiken we vaak het woord pepernoot als we eigenlijk een kruidnoot bedoelen. Pepernoten zijn namelijk de zachte koekjes, de wat op taai-taai lijkende brokken die vroeger werden gemaakt van oud deeg van peperkoek. Dit gaat zelfs terug naar de vijftiende eeuw. Het huidige krokante halve bolletje, moeten we eigenlijk een kruidnoot noemen. En waarom is dat? Omdat deze bomvol zit met exotische kruiden zoals: kaneel, nootmuskaat, kruidnagel, gember, kardemon en peper. Ook niet alle bakkers zijn het eens over de beste mix speculaaskruiden. Sommige zweren bij het toevoegen van anijs of zelfs korianderzaad. Zo oer-Hollands als de kruidnoot is, zo on-Hollands zijn haar specerijen!

De stad Bantam op het eiland Java, belangrijk voor zijn peperhandel. Prent uit de collectie van Het Scheepvaartmuseum.

De stad Bantam op het eiland Java, belangrijk voor zijn peperhandel. Prent uit de collectie van Het Scheepvaartmuseum.

Speculeren met speculaas?

Het woord speculaas kennen wij vooral van de brosse koek. Maar toch gebruik je het woord ook in een andere context waarvan je waarschijnlijk niet wist dat het daar vandaan kwam. Speculeren? Ja! Het komt uit dezelfde tijd met een verhaal over diezelfde koekkruiden. Het simpelweg kruiden van deeg noemde men vroeger: speculeren. Tevens werd er in de zeventiende en achttiende eeuw grof geld verdiend aan het in- en verkopen van deze koekkruiden. De kruiden kwamen –vaak per schip- tegen zeer voordelige prijzen binnen en werden voor verschrikkelijk veel geld verkocht in de regio's waar deze specerijen niet bekend, maar wel zeer gewild waren. Kortom: er werd gespeculeerd met deze kruiden.

Wat van ver komt is lekker

De kruiden kwamen vooral per schip ons land binnen. Het was de Verenigde Oost Indische Compagnie (VOC) die hard zijn best deed om de wereldhandel van deze producten te reguleren met als doel: maximale winst. De regio's van bezetting werden strategisch gekozen en de lokale bevolking werd vaak op niet zachtzinnige wijze van hun eigen land verdreven. De inheemse producten waren goud waard. Zo moest de volledige kaneelproductie in voormalig Ceylon en de kruidnageloogst in de Molukken volledig worden afgestaan aan de VOC.

Model van een Indische prauw gemaakt van kruidnagelen. Collectie Het Scheepvaartmuseum.

Model van een Indische prauw gemaakt van kruidnagelen. Collectie Het Scheepvaartmuseum.

Maar peper was het kruid waar de Hollanders écht hard voor gevochten hebben: de peperplant heeft een vochtig klimaat nodig met veel schaduw en hoge temperaturen. Indonesië stond er vol mee. Toch was het voor de VOC lastig om die zeer lange kustlijn te bewaken en bezetten. Een monopolie op peper zat er dan ook niet in, maar grootaanvoerder van Europa is de VOC voor zeer lange tijd wel geweest. Peper leverde zogezegd goud op. Vandaar de term: peperduur.

Scheepswerf van de VOC op het eiland Onrust bij Batavia. Prent uit de collectie van Het Scheepvaartmuseum.

Scheepswerf van de VOC op het eiland Onrust bij Batavia. Prent uit de collectie van Het Scheepvaartmuseum.

Speculoos zonder speculaas

Heb je wel eens speculoos pasta of een speculoos koekje geprobeerd? Misschien had het laatste deel van het woord ons al moeten waarschuwen, maar ongetwijfeld dacht je dat dit koekje een versie van ons speculaasje was. Een teleurstelling: in dit koekje zitten namelijk –op kaneel na- geen speculaaskruiden. Het gaat vooral om gebrande suiker die het koekje ook een lekkere crunch geeft. Maar de echte speculaasfans zullen bedrogen uitkomen…

Nieuwsbrief