De levensloop van de Oranje is bijzonder; het schip nam tijdens zijn leven verschillende rollen en gedaanten aan. Van luxe droomschip eind jaren ‘30 gebouwd voor de lijndienst tussen Nederlands-Indië en Nederland, naar hospitaalschip tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog ‘repatrieerden’ talloze personen met de Oranje van Indonesië naar Nederland op weg naar een nieuw ‘thuis’. De tentoonstelling, opgebouwd uit twee delen, belicht zowel de geschiedenis van het schip als persoonlijke verhalen van ‘gerepatrieerden’. 

Joop Pelt

Joop Pelt

Gefotografeerd door Jitske Schols 

Joop Pelt werkt als krijgsgevangene aan de Birmaspoorlijn. Na de capitulatie gaat hij niet met recuperatieverlof. Er zijn troepen nodig in Nederlands-Indië en er is een tekort aan manschappen. Joop Pelt wordt fysiek goed genoeg geacht om direct weer in actieve dienst te gaan. ‘Meteen daar, in Bangkok al, zijn nieuwe eenheden geformeerd en daar werd ik ingedeeld in een nieuwe militaire eenheid.’ Via Soembawa komt Joop Pelt in Batavia terecht, waar hij herenigd zal worden met zijn (toekomstige) vrouw. ‘Ik zat in een achterkamertje te schrijven toen ik gestommel hoorde in de voorgalerij. Een Engelse officier zei: “I have a lady for you here.” Toen was zij het. En toen zag ik haar, na vier jaar.’ In 1948 wordt bij zijn vrouw een zeer ernstige vorm van malaria geconstateerd. Zij moet zo snel mogelijk naar Nederland. Joop Pelt staat voor de keuze zijn vrouw en eenjarige dochtertje Wanda per vliegtuig te laten gaan, of gedrieën per schip te vertrekken. Het wordt de [curs]Oranje[curs]. Eenmaal in Nederland aangekomen blijkt Joop Pelt zelf – vermoedelijk in Birma – besmet te zijn geraakt met een ernstige ziekte. Terwijl hij daarvan herstelt verandert Nederlands-Indië in Indonesië, wordt het KNIL opgeheven en blijkt het vertrek definitief. 

Het Scheepvaartmuseum maakt gebruik van cookies. Meer weten? Lees onze cookieverklaring.