maritieme kalender

Welkom bij de maritieme kalender van Het Scheepvaartmuseum. Zoek op datum of jaar en ontdek wat er door de eeuwen heen op en rond zee gebeurde.

 
 
 
 
 

maritieme gebeurtenis - 3 maart

 

1982

Op de vliegbasis Soesterberg vindt de presentatie plaats van de Fokker F-27 Maritime van de Koninklijke Luchtmacht. Het nieuwe toestel is bestemd voor vele maritieme taken zoals kustbewaking, controle van scheepvaartroutes, opsporing van vervuiling, reddingsoperaties enz. Het is de bedoeling dat de nieuwe vliegtuigen, behorende tot het 336 squadron (KLU), worden ingezet voor de Nederlandse Antillen.

Bron: 'Jaarboek van de Marine' (1982)

 

1977

De Duitse vrachtschepen ms. 'Nordfels' (1962) en ms. 'Algarve' (1967) komen op de Westerschelde bij Vlissingen in aanvaring met elkaar en lopen beiden aan de grond. Beide schepen kunnen op dezelfde dag weer worden vlotgetrokken.

Bron: Cor Heijkoop: 'Verdaagd voor de boulevard' (2004)

 

1976

De sleepboot 'Gelderland' (1963) van Bureau Wijsmuller uit IJmuiden loopt op de rotsen van de haveningang van San Juan te Puertorico en raakt daarbij zwaar beschadigd. Drie maanden later zal de sleepboot worden verkocht voor de sloop en vervolgens ter plekke worden gesloopt.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

1972

De naam NV Scheepvaartbedrijf 'Gruno', inmiddels verhuisd van Amsterdam naar Nieuw Amsterdam in Drente (bevrachtingszaken), wordt gewijzigd in BV Scheepvaartbedrijf 'Gruno Amsterdam'.

Bron: J. Andriesse & L. Spurling: 'Gruno 1937 - 2002' (2003)

 

1951

Tewaterlating van het ms. 'Graveland', gebouwd op de werf van A. Vuyk & Zonen te Capelle aan de IJssel, bestemd voor de Koninklijke Hollandsche Lloyd.

Bron: G.J. van Dijk: 'Uit het schepenbestand van de KHL te Amsterdam' in: 'KW. wij praaien U', jrg. 54 nr. 4 (2003)

 

1945

Geallieerd bombardement op de Haagse woonwijk Bezuidenhout door de Royal Air Force (second Tactical Air Force). Aan de actie nemen ook Mitchell-bommenwerpers van het 320 Squadron (VSQ 320) van de Marine Luchtvaardienst deel. Het bombardement is een vergissing van de geallieerden, die van plan zijn om de V2-installaties in het Haagsche Bosch te treffen. Zeker 510 mensen komen om het leven en duizenden mensen worden dakloos.

Bron: www.bezuidenhout.nl

 

1942

Een Japanse formatie van twaalf zero-jachtvliegtuigen valt bij Broome (West-Australië) vernietigt vele vliegtuigen, waaronder twee B-17 Flying Fortresses, twee B-24 Liberators, twee RAAF Hudsons en negen vanuit Java uitgeweken Dorniers DO-24k en Catalina vliegboten van de MLD. Aan boord van deze Nederlandse toestellen bevinden zich naast het MLD-personeel ook vanuit Nederlands-Indië geëvacueerde vrouwen en kinderen. Bij de Japanse aanval komen 48 mannen, vrouwen en kinderen om het leven. De overgebleven gezinnen kunnen met hulp van overig marinepersoneel door een brandende vuurzee veilig het strand van Broome bereiken.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

1942

De olie- en haveninstallaties in Soerabaja (Java) worden na de Japanse landingen op Java door Nederlandse troepen vernield.

Bron: R. Boekholt: 'De geest overwint' (1990)

 

1942

Het vrachtschip ms. 'Janssens' van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) kan nog voor de Japanse inval vanuit Tjilatjap (Java) naar Australië uitwijken. Aan boord van het overvolle schip bevinden zich ook negen gewonden van de Amerikaanse kruiser USS 'Marblehead'. De kanonneerboot USS 'Asheville' wordt op 335 zeemijl van Tjilatjap tot zinken gebracht door de Japanse destoyers 'Arashi' en 'Nowaki'. De enige Amerikaanse overlevende overlijdt in een krijggevangenkamp in 1945.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

1941

De tanker 'Rotula' (1935) van Petroleum Maatschappij 'La Corona' (Shell) , onder kapitein C. Kris, varende in een konvooi van Halifax naar Liverpool met een lading vliegtuigbenzine, wordt vlak voor aankomst in Liverpool door Duitse vliegtuigen tot zinken gebracht. 32 bemanningsleden weten ternauwernood aan de vlammenzee te ontsnappen. Vier Nederlandse en 11 Chinese bemanningsleden komen om hierbij het leven. Nog diezelfde dag meldt de sleepboot 'Goliath' dat het achterschip van de 'Rotula' op de zeebodem rust en dat de boeg nog boven water zichtbaar is. De tot mijnenveger omgebouwde trawler 'Armana' krijgt daarop opdracht om het wrak te vernietigen.

Bron: L.L. von Münching: 'De Nederlandse koopvaardij in WO II' (1978)

 

1929

Bij Koninklijk Besluit wordt de gouden 'De Ruyter-medaille' toegekend aan J. Hummel, oud-directeur van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, mr. G. Kirberger, oud-plaatsvervangend voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart en de sleepbootkapiteins N. Person en C. Verschoor van L. Smit & Co.'s Internationale Sleepdienst.

Bron: 'De Zee' (1929)

 

1928

Bij Koninklijk Besluit wordt de gouden 'De Ruyter-medaille' toegekend aan schout-bij-nacht b.d. J.H.G. Kremer, B.C.J. Loder, lid van het Permanente Hof van Internationale Justitie, S.G. Visker, hoofdingenieur van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' en aan de directeur van de KNSM, N. van Zalinge.

Bron: 'De Zee' (1928)

 

1920

Vertrek vanuit Den Helder van Hr.Ms. 'Tromp' en Hr.Ms. 'Hertog Hendrik' voor een vlagvertoonreis naar de Oost-Aziatische wateren. De divisie staat onder bevel van de kapitein-ter-zee J.C. Bentz van den Berg, die zijn vlag vanaf de 'Tromp' voert. Tijdens deze vier maanden durende vlagvertoonreis worden verschillende belangrijke havensteden bezocht als Singapore, Saigon, Hongkong, Kobe en Manilla.

Bron: H. de Bles e.a: 'Vloot vereeuwigd, honderd jaar Koninklijke Marine in foto' (2002)

 

1917

De motorschoener 'Kralingen' (1909) van M.J. van der Erb uit Rotterdam vertrekt uit Göthenburg naar Rotterdam en wordt sindsdien vermist. Zeven bemanningsleden komen hierbij om het leven.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

1898

Stranding van het ss. 'Gouverneur-Generaal Loudon' (1875) van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) op het Tengga Baroe Rif (ten zuiden van de Saleier eilanden) in Nederlands-Indië. Het schip breekt door midden en zal als total loss moeten worden verklaard.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991.

 

1891

De Britse reder Alfred Holt uit Liverpool en eigenaar van de Ocean Steaming Ship Company begint een dienst tussen Amsterdam en Batavia. In augustus 1891 zal hij in samenwerking met de Firma Meyer & Co. tot oprichting van de Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij 'Oceaan' overgaan. De Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' en Rotterdamsche Lloyd maken begin 1892 afspraken met de Mij. 'Oceaan', waarbij wordt afgesproken dat de rederijen in de toekomst nauw zullen gaan samenwerken.

Bron: L.L. von Münching: 'Uit de beginjaren van de KPM' in: 'DBW' jrg. 53 nr. 6 (1998)

 

1885

Het fregat met stoomvermogen Zr.Ms. 'Leeuwarden' loopt voor de kust van Atjeh (Nederlands-Indië) op een rif. Na het overgeven van de inventaris, tuigage, artillerie, enz aan de assisterende schepen w.o. Zr.Ms. 'Koningin Emma', 'Borneo' en 'Kedirie' kan het schip op 11 maart weer worden losgetrokken. De 'Leeuwarden' wordt hierna gesleept naar het eiland Onrust en vandaar naar Soerabaja. Het schip wordt nog in datzelfde jaar, in september 1885, uit dienst gesteld en verkocht voor de sloop.

Bron: P. Vermeulen: 'Schepen van de Koninklijke Marine en die der GM' (1962)

 

1874

De Tweede Kamer gaat met 50 stemmen voor en 13 tegen, accoord met het voorstel van het liberale kamerlid mr. J.P.R. Tak van Poortvliet, voor het houden van een parlementaire enquete naar de toestand van de Nederlandse koopvaardijvloot. Algemeen leefde het gevoelen, dat de Nederlandse koopvaardij in verval was geraakt. Het liberale kamerlid Ch.F.J. de Mirandolle wordt tot voorzitter benoemd en Tak van Poortvliet zelf tot rapporteur van deze commissie. Een jaar later zal door de commissie haar rapport, met 17 aanbevelingen, openbaar worden maken.

Bron: H. Stapelkamp: 'Gerhardus Fabius (1806 - 1888), een leven voor de marine' (1999)

 

1849

De schoenerkof 'Hendrika' (1831) van A. Waalkens uit Pekela onder kapitein H. Sietsema, op weg van Cette naar Elseneur, strandt bij Gibraltar en slaat de volgende dag in stukken. De bemanning kan hierbij worden gered.

Bron: scheepsrampen koopvaardij 1855 - 1991

 

1842

Oprichting van de Nederlands-Indische Stoomboot Maatschappij (NISM), voor de dienst Batavia via Semarang naar Soerabaja. De nieuwe maatschappij heeft de beschikking over de raderstoomboot 'Koningin der Nederlanden' (1835).

Bron: 'DBW' (2004)

 

1835

De roeireddingboot van station Zandvoort (NZHRM) redt acht opvarenden van het schip 'Dorothy'.

Bron: gedenkboek der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij '1824-1924, 100 jaren reddingwerk'

 

1804

Een divisie bestaande uit vier Nederlandse kaperschepen 'Bataafsche Trouw', 'Unie', 'Eer en Deugd', onder opperbevel van Jean St. Faust, weet het Britse fregat 'Thetis' (20 stukken) voor de Noorse kust te verjagen.

Bron: D.F. Scheurleer: 'Herinneringsdagen uit de Nederlandsche zeegeschiedenis' (1913)

 

1801

Decreet tot vaststelling van de sterkte bij de zeemacht : in totaal 12.000 man, waarvan 2.400 man bestemd voor de kolonien.

Bron: D.F. Scheurleer: 'Herinneringsdagen uit de Nederlandsche zeegeschiedenis' (1913)

 

1677

Zeeslag bij Tabago: op 16 maart 1676 vertrok een eskader bestaande uit 11 schepen naar West-Indië onder Jacob Binckes. Op 21 september kwamen Binckes' schepen aan bij Tobago, het hoofddoel van de reis. Na enige schermutselingen met de Fransen troepen werd Tabago in bezit genomen. Zodra de FRanse koning Lodeweijk XIV het bericht van de verovering van Cayenne had vernomen werd door hem een eskader onder vice-admiraal Jean d'Estrees uitgezonden teneinde de Nederlandse dreiging in de West te kunnen bedwingen. Op 3 maart vindt een hevig gevecht plaats in de baai van Tobago, waar aan beide zijden veel schepen worden verbrand. Exploderende schepen zaaien dood en verderf onder vriend en vijand. In Frankrijk wordt de overwinning uitgeroepen, maar in feite eindigt de strijd onbeslist.

Bron: D.F. Scheurleer: 'Herinneringsdagen uit de Nederlandsche zeegeschiedenis' (1913)

 

1652

De Staten-Generaal besluiten tot een extra-ordinaris uitrusting van in totaal 150 schepen, bestaande uit admiraal-schepen, gehuurde koopvaarders en - directieschepen. Direct na dit besluit worden in een groot aantal steden 'Directien' opgericht om schepen te huren en vervolgens uit te rusten. Ondanks de sterk stijgende huurprijzen zouden deze Directien medio half mei 1652, mede in verband met de reeds uitgebroken Eerste Engelse Oorlog, zeker 50 schepen in zee weten te brengen.

Bron: V. Enthoven: 'Mars en Mercurius bijeen' in: L. Akveld: 'Kielzog' (2003)

 

1627

Piet Heyn, admiraal bij de WIC, weet met een vloot bestaande uit 8 schepen en 5 jachten voor de Braziliaanse kust in de Allerheiligenbaai, met een onverhoedse aanval, een aantal Portugese koopvaarders te overmeesteren. De buit is aanzienlijk, waarbij de gekaapte Portugese schepen worden leeggeroofd en vervolgens in brand gestoken. Een viertal kleinere schepen worden gebruikt om de veroverde lading suiker naar de Republiek te vervoeren. Naast het admiraalsschip dat tot wrak wordt geschoten explodeert door het vlam vatten van eigen kruit nog een West-Indiëvaarder. Tijdens de gevechten verliezen enkele tientallen Nederlandse opvarenden het leven.

Bron: M.A. van Alphen: 'Kroniek der Zeemacht' (2003)

 

1590

70 soldaten onder leiding van de Waalse hopman Charles de Héraugière, verstopt in het ruim van het schip van Adriaan van Bergen uit Leur, verrassen de Napolitaanse bezetting van het Kasteel van Breda. Vervolgens weet de stad deze plundering af te kopen en zal deze door prins Maurits worden bezet.

Bron: J. Buisman: 'Duizend jaar weer [...]' (2000)