Kleine grachten, pittoreske bruggetjes en een eeuwenoude binnenstad omringd door water: veel Amsterdamser kan het niet klinken toch? Totdat je de plaatjes van Venetië uit dezelfde tijd ziet. Amsterdam wordt ook 'het Venetië van het Noorden’ genoemd. Andersom vonden de Venetianen het ook een eer om met Amsterdam te worden vergeleken. De twee steden onderhielden onderling een gezonde concurrentie maar ook veel gelijkenissen.

Amsterdam in de Middeleeuwen

In het begin van de 13de eeuw was de omgeving van Amsterdam niet meer dan een drassig veenland waar een beperkte hoeveelheid mensen woonden. Overstromingen waren een probleem en een Dam in de Amstel moest hiervoor een oplossing bieden: de naam van de latere stad was geboren en zo ook de naam van het meest populaire plein dat al snel op verschillende manieren in gebruik werd genomen. Aan weerszijden van de Dam mochten schepen worden afgemeerd en werden goederen van boord gehaald om op de markt op de Dam te worden verkocht. Omstreeks 1260 was de Dam vol reuring, een plek waar scheepvaart, handel en visserij bij elkaar kwamen. Het schijnt dat de stad zoals we deze nu kennen, niet alleen gebouwd is op palen, maar ook op heel veel visgraten! Uit opgravingen blijkt dat de bodem er vol mee zit. In de Dam zat ook een sluisje, dat overigens niet voor de scheepvaart gebruikt kon worden, waardoor –toen al- de waterstanden in de stad geregeld konden worden. Aan de ene kant had je het open water van het IJ en anderzijds de Amstel. De Dam zorgde voor een buffer in het getijdesysteem.

De kleine stad die zich op deze strategische locatie ontwikkelde, bloeide pas echt op door een besluit van graaf Floris V uit 1275: inwoners mochten vanwege de Dam kosteloos over de Hollandse rivieren varen. Hij schafte de tol af voor de Amsterdammers, waardoor zij een grote voorsprong kregen op andere Hollandse steden. De deuren naar het achterland kwamen open te staan en de handel over het binnenwater floreerde waardoor Amsterdam spoedig een levendige haven- en handelsstad werd. Dit kwam ook doordat Floris V Amsterdam positioneerde als echte ‘gateway’ waarbij hij de scheepvaart stimuleerde om via Amsterdam te gaan, in plaats van de gevestigde vaarroutes via de Vecht of het Spaarne. De handelsmentaliteit waar we de hoofdstad al eeuwenlang om prijzen, is in het verleden dus flink gestimuleerd door fiscaal voordeel. De strategische locatie was een goed startpunt gebleken voor de ontwikkeling van de stad.

Kaart van Amsterdam in 1698. Vervaardiger: Frederik de Wit

Venetië in de Middeleeuwen

Ook Venetië bestaat bij de gratie van water. De stad ligt op een eiland, of eigenlijk is Venetië een groepje eilanden, of losse stukjes land bij elkaar in de Lagune van Venetië. Feitelijk gezien is het afgebrokkeld oeverland van de rivier de Brenta. Dit waterrijke land bleek een strategische locatie te zijn, op deze manier waren de eilanden namelijk beschermd tegen aanvallen vanaf het vaste land en tevens was de baai perfect voor visserij. De centrale plek in Zuid-Europa en de ligging aan de Middellandse zee was ideaal voor handel. Ook heeft Venetië meerdere vaarwegen richting het binnenland, die bepalend waren voor de distributie van goederen vanaf zee. De oorsprong van de Italiaanse nederzetting moet gezocht worden in de tijd van de grote Volksverhuizingen in de vierde eeuw. In deze periode gingen verschillende groeperingen uit allerlei landen op zoek naar een nieuwe plek om zich te vestigen. Zo’n driekwart miljoen mensen streken neer in het Romeinse Rijk. De kuststreken van Zuid-Italië, de regio Ravenna en Venetië bleven lange tijd het Byzantijnse Rijk trouw. Toen de invloed van de keizer uit Constantinopel minder werd, kon Venetië zich ontwikkelen tot een soevereine republiek wat handel en bewoners trok.

Een interessante vergelijking: omstreeks 500nChr woonden er in Amsterdam een stuk minder mensen. In deze regio woonden, net als in de noordelijke kustregio’s, de Friezen. Zij waren hier neergestreken ruim voor de komst van de Romeinen en zochten naar mogelijkheden om droge voeten te houden. Venetië en zijn eilandbewoners deden goede zaken in visvangst en zeezout. Het laatste was een grotere bron van inkomsten omdat zout niet bederft en daarom beter te verhandelen was, daar waar de visserij vooral een lokale aangelegenheid was. Net als in Amsterdam gaf dit de scheepvaart en handel een flinke duw in de goede richting. Daar waar het West-Romeinse Rijk op instorten stond, floreerde Venetië. Zo nam de stad veel handelscontacten over van het oostelijk deel van het Romeinse Rijk, genaamd Byzantium. Venetië werd al snel een poort tussen Noord- en Zuid-Europa, het Nabije Oosten en het begin van Azië. Ook hier was, net als bij Amsterdam, sprake van een financieel handelsvoordeel: in 1082 gaf de keizer van het Byzantijnse Rijk de Venetianen het privilege om vrij van rechten en douane-inspectie te kopen en verkopen. Zo kreeg Venetië eigenlijk het monopolie op transport in de schoot geworpen, al zo’n twee eeuwen voordat Amsterdammers in 1275 tolvrij door Holland mochten varen.

Zeekaart Middellandse Zee door een onbekende tekenaar. Circa 1600.

De vijftiende en zestiende eeuw

Van water naar weelde: zowel Amsterdam als Venetië voeren wel bij de groeiende internationale scheepvaart. Venetië richtte zijn pijlen op de buurlanden voor wijn, olijfolie uit Kreta, krentjes uit Cyprus, maar flirtte ook met de Arabische en Noord-Afrikaanse kusten waar ze katoen, leer en parfum kochten. Venetië was een exotische smeltkroes van meer dan 150.000 inwoners geworden in 1500. Het was een gigantisch gebied dat de kuststreek van de Adriatische Zee besloeg. Amsterdam verlegde haar grenzen net zo snel: in dezelfde periode handelde de Nederlanders actief met de Duitse en Scandinavische buurlanden en de Baltische staten. Het waren weliswaar minder exotische goederen, toch kon je met haring, graan en hout ook een hoop geld verdienen. En dat blijft nooit lang onopgemerkt... De Turken bedreigden het Venetiaans imperium in de vijftiende eeuw, en wederom in navolging, kwamen een eeuw later de handelsroutes van de Nederlanders ook onder druk te staan. De Engelsen, en in mindere mate de Spanjaarden en de Fransen, kwamen letterlijk in het vaarwater van de Nederlanders waardoor verdediging een vereiste werd. Zodoende heeft de handel eigenlijk de basis gelegd voor de Nederlandse oorlogsvloot.

De relatie tussen Venetië en Amsterdam is eeuwenoud, maar kwam pas echt tot een hoogtepunt na de bezetting van Antwerpen in 1584, waarbij de Schelde-stad voor lange tijd werd afgesloten voor handel en verkeer. Dit leidde tot een vreselijke hongersnood en duizenden mensen verlieten, al dan niet gedwongen, de stad. Na de val van Antwerpen woonden nog maar 40.000 mensen in de hoofdstad van de Zuidelijke Nederlanden waar voor die tijd de stad meer dan 100.000 inwoners kende. Eenmaal terug in Spaanse handen werd Antwerpen vervolgens door de Zeeuwen en Hollanders afgesloten met een blokkade van de Westerschelde. De vertrekkende Antwerpenaren zochten hun heil in Duitsland en Engeland, maar vooral Amsterdam bleek een goede nieuwe plek om zich te vestigen vanwege de handel en de tolerante houding ten opzichte van het katholicisme. De een zijn dood is de ander zijn brood: het zwaartepunt van de internationale handel verlegde zich van Antwerpen naar Amsterdam.

Zeekaart van de Middellandse Zee door Vesconte de Maggiolo. 1515. 

Samen sterk

Vijf jaar later veranderde de relatie met Amsterdam van belangrijk naar noodzakelijk: in veel gebieden van Zuid-Europa mislukte de graanoogst jammerlijk. Daardoor was graan uit het Oostzeegebied zeer gewild. De Amsterdammers hadden zich op de handel in Oostzeegraan toegelegd. Vanuit Amsterdam en Hoorn werden schepen richting Italië ingezet voor graan en later ook stokvis. De graanprijzen rezen in eigen land de pan uit en dus werd Italië afhankelijk van de import. Francesco Morosini werd vanuit de Republiek Venetië als afgevaardigde naar de Republiek der Verenigde Nederlanden gezonden om te onderhandelen over de graanuitvoer. In 1604 kreeg de Republiek zijn eerste belangenbehartiger in Venetië. Venetië was de zuidelijke poort van Europa naar Afrika en het Midden-Oosten, Amsterdam was de noordelijke poort van Europa naar Scandinavië, de Baltische Staten en Rusland. Slimme allianties maakten dat twee steden uitblinkers werden op één en hetzelfde continent. Ook ontstond er een diplomatieke alliantie: in 1619 werd in Den Haag een vriendschappelijke alliantie ondertekend voor een periode van vijftien jaar waarbij beide republieken elkaar beloofden financiële hulp te bieden als er sprake zou zijn van een aanval. Venetië mocht de Nederlandse Republiek ook om schepen of troepen vragen indien nodig. Ondanks de diplomatieke alliantie, bleek de concurrentiestrijd tussen de twee wereldhavensteden te groot om het verdrag later te verlengen. In 1634 zou het verdrag ontbonden worden en hun vertegenwoordigers vertrokken uit Venetië en Den Haag. Beide naties stonden er weer alleen voor, alhoewel dit voor het zeventiende-eeuwse Nederland beter afliep dan voor Venetië...

Zwaar weer

Zoals gezegd had Venetië het monopolie op ‘exotische’ producten in de Middellandse Zee. Toen de Nederlanders in de voetsporen traden van de Portugezen en de route naar Indië ontdekten via Kaap de Goede Hoop, kregen zij zelf toegang tot goederen die zij daarvoor afnamen van Venetianen. Bij de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in 1602 werd de scheepvaart naar de Oost dusdanig geïntensiveerd dat de rollen omstreeks 1625 omgekeerd waren: De Amsterdammers leverden voortaan ‘exotische’ producten aan Venetië! Tel daar de handelsreizen van de Engelsen en de Fransen bij op en de Venetianen delfden het onderspit in Europa. Ook de handel in het binnenland stagneerde: vanwege aanhoudende (godsdienstige) oorlogen werd er steeds minder handel gedreven met de Zuid-Duitse steden en tot overmaat van ramp sloop de pest in de jaren dertig de stad binnen. Meer dan een kwart van de bevolking kwam om het leven. Aan de andere kant van Europa kampte Amsterdam in dezelfde tijd ook met ‘de zwarte dood’. Dit was geen toeval. Waterrijke steden hadden veel last van ratten, die de perfecte dragers van deze bacterie waren. Het zou nog tot ver in de zeventiende eeuw duren totdat de pest uitgewoed was. Er waren zelfs Italiaanse steden die in die tijd de deuren sloten voor Amsterdammers, omdat zij drager zouden zijn.

Het dieptepunt van de Venetiaanse economie kwam in 1660, maar de stad bleef ondanks alles redelijk welvarend door een aantal zeer fortuinlijke families. Toch zou de stad nooit meer de positie terugkrijgen die het voor 1600 innam. Amsterdam heeft, naast de handel met de Oostzeeregio’s, het eerste deel van haar groei onder andere te danken aan de relatie met Venetië. De latere groei in de zeventiende eeuw wordt veel toegeschreven aan de specerijenhandel met de Oost, maar ook in deze tijd bleef de vis- en houthandel met Scandinavië en de Baltische Staten van groot belang. Het bleek stuivertje wisselen te zijn: Antwerpen was niet meer, Venetië was niet meer. En daar was Amsterdam, die uiteindelijk heeft moeten ruilen met Rotterdam en Hamburg.

Scheepvaart op het IJ, Abraham Storck, 1700.

Kunst en cultuur

Was Amsterdam het Venetië van het Noorden? Of was Venetië het Amsterdam van het Zuiden? Er vanuit gaande dat Venetië eerder ‘volwassen’ is geworden dan Amsterdam, moeten we het meest waarschijnlijk doen met ‘de tweede plek’: Amsterdam is het Venetië van het Noorden. De bekende Amsterdamse cartograaf Willem Janszoon Blaeu maakte in 1614 een gravure van een kusttekening van Venetië. Zes jaar na dit profiel van Blaeu maakten Femini en Salmisio een profiel van Amsterdam dat bijna niet te onderscheiden is van die van Blaeu. Het was duidelijk dat beide landen hun ogen op elkaar gericht hielden. Niet alleen in de handel en ontwikkeling van de scheepvaart, maar ook in de kunst. Cartografen maken kaarten van de steden die verdacht veel op elkaar lijken, schilders komen met plaatjes van de grachten waarvan je de verschillen niet opmerkt en zelfs onze huisdichter Joost van den Vondel schreef graag over Venetië waarin hij de stad roemde om zijn staatkundig voorbeeld: Uw stad en staet verduurt der monarchyen troonen …daer uw raet vereenigt menigh eilant Een stadt, een eilant, zee en ’t vaste lant gebiet Wie noit Venedich zagh, zagh ’t licht der staeten niet.

Strijd tegen het water

Nederlanders zijn vernuftige wateringenieurs en dragen deze kennis al eeuwen uit. Al in de zeventiende eeuw was deze kennis een echt exportproduct! De uit Amsterdam afkomstige Cornelis Meijer bracht in 1675 vier maanden door in Venetië om werk te krijgen als waterstaatkundige. De bodem van de stad verzakte toen al ten opzichte van het zeeniveau. Dit verschil is inmiddels opgelopen tot ruim drie meter ten opzichte van het ontstaan van de stad. De snelheid waarmee de stad zinkt neemt toe, vanwege de stijging van de zeespiegel en door menselijk toedoen. Denk aan wateronttrekking van het land voor drinkwater en het irrigeren van land. Amsterdam verzakt ook. De veengrond waar Amsterdam op is gebouwd klinkt nog sterker in dan de kleigrond van Venetië. In het verleden is de stad opgehoogd met klei, zand en vuilnis maar de grootste oplossing vonden de Nederlanders in het aanleggen van polders en het droogpompen van natte gebieden. Het nadeel hiervan was alleen wel dat dit inklinking nog meer in de hand werkte. Om steden toch toegankelijk te houden, werden kanalen of waterwegen gegraven die de logistiek van de stad ten goede kwamen.

Dwars door Venetië loopt de Laguna Grande. Dit is geen gegraven kanaal maar de rivier de Brenta, een mooie vergelijking met de Amstel in Amsterdam. In de Laguna verzamelde zich zand en slib waardoor de strijd tegen het water tegelijkertijd een strijd tegen verzanding werd. Havens moesten immers bereikbaar blijven voor diep stekende schepen. In Venetië konden schepen al in vroegere tijden direct aan de kade aanmeren. Die waterstand, die tot dan toe vaak in hun voordeel werkte, kwam in 1966 tot een vreselijk niveau van bijna twee meter boven het gemiddeld peil. Meer dan 75% van Venetië kwam onder water te staan en ook de laatste decennia heeft het water de Venetianen meer dan eens aan de lippen gestaan. De inwoners schijnen er op het oog redelijk nuchter onder te zijn: als het weer gebeurt, dan duurt het vaak niet langer dan een paar uur en dan is het water ook weer vertrokken op dezelfde manier als dat het binnen kwam. UNESCO maakt zich daarentegen wel degelijk zorgen: veel cultuurhistorische monumenten in de stad gaan gebukt onder het water, verzakken en het blijvend vocht brengt onherstelbare schade toe aan de eeuwenoude gebouwen met vaak schitterende interieurs en kunstcollecties.

Vogelvluchtkaart van Amsterdam, 1597. Vervaardiger: Pieter Bast.

Moderne ramp?

Een actueler maritiem onderwerp is er bijna niet: vervuild water. Met de huidige mobiliteit en enorme hoeveelheid van plastic verpakkingen komt afval op plekken terecht waar men het liever niet ziet. Ondanks dat er in de zeventiende eeuw geen plastic rietjes en wattenstaafjes waren, was vervuiling een van de grootste problemen van een waterstad. De grachten uit die tijd waren open riolen, niet alleen het huisafval kwam hier terecht maar ook elke vorm van menselijke ontlasting en industrieafval kwam in de gracht. De stank was ondragelijk, maar zo’n bekend probleem dat het bij de orde van de dag hoorde. Reden voor de welgestelde Amsterdammers met een buitenhuis de stad ’s zomers te ontvluchten. Een geweldige verbetering werd gevonden in het dagelijks doorspoelen van de grachten met behulp van de eb- en vloedbeweging. Toen in 1673 de Amstelsluizen voltooid werden werkte dit systeem redelijk goed. Tijdens de vloed werd twee keer per vierentwintig uur vers water binnengelaten waardoor het vuile water naar buiten werd geduwd. Het systeem begon pas echt professioneel te worden, toen de stad ook vanaf de andere kant kon worden afgesloten van het getijdenwater op het IJ dankzij de aanleg van het Noordzeekanaal en de Oranjesluizen. Waar je vandaag de dag dankzij al die innovaties zonder problemen kan zwemmen in de Amsterdamse grachten en zelfs onze eigen koningin dit avontuur aandurft, blijft Venetië op grote afstand achter als het gaat om schone grachten. Naast de industrie is het opkomend toerisme een bekend probleem. Ook hier zullen sommige Amsterdammers weer een gelijkenis zien. Sinds 1 mei heft de stad ‘een toegangsprijs’ van drie euro voor iedereen die een bezoekje brengt aan ‘De stad van het water’. Of dit zoden aan de dijk zal zetten, blijkt te bezien. Tot die tijd kunnen we alleen maar hopen dat Venetië in deze kwestie geen modern voorbeeld gaat zijn voor Amsterdam...

Auteur: Marleen Stavenuiter

Dit artikel verscheen eerder in Nautique | Yachting Magazine. 

Het Scheepvaartmuseum maakt gebruik van cookies. Meer weten? Lees onze cookieverklaring.