Ontdek het werk van een Hollandse Meester uit de 'gouden eeuw'

De zeventiende eeuw staat bekend als de eeuw waarin de Nederlandse zeevaart tot een hoogtepunt kwam. De zeevaart was grofweg in te delen in de koopvaardij, de visserij, de ontdekkingsreiziger en de oorlogsvloot. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat schepen en water ook de hoofdrol gingen spelen in de kunst. De 'gouden eeuw' kende uitzonderlijke schilders die verschillende genres ontwikkelden inherent aan de verschillende disciplines op zee. Op dit gigantische doek van Cornelis Claesz. van Wieringen wordt een spectaculaire zeeslag getoond. Het werk is niet alleen schoon voor het oog: het is een geschiedenisverhaal op doek. Kijk mee!

de Tachtigjarige Oorlog

Het begin van de 'gouden eeuw' valt samen met de Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de Nederlanden, de strijd duurde inmiddels al jaren en kende verschillende periodes van winst voor de Spanjaarden, afgewisseld met winst voor de Nederlanders. De strijd werd zowel op land als op het water uitgevochten, alhoewel er al enige tijd niet meer gevochten werd in Nederlandse wateren. De Nederlanders waren de oorlog zat. Hij kostte bergen met geld en het bracht helemaal niets. In 1607 werd reeds geruime tijd overlegd over een wapenstilstand, maar tot spijt van de Republiek kwam die maar niet van de grond. Er werd een plan gesmeed om naar het zuiden af te zeilen en de Spanjaarden op te zoeken in eigen wateren. Een grote nederlaag in Spaanse wateren zou hen tot inkeer kunnen brengen en de oorlog wellicht doen stoppen, zo was de gedachte. Er gebeurde iets bijzonders: de Republiek bundelde al haar krachten. De tot dan toe vrij individualistische admiraliteiten verenigden hun vloot en werkten samen om een zo sterk mogelijk eskader op te tuigen voor de tocht naar Spanje. Het was Jacob van Heemskerck die het bevel kreeg. Een admiraal die zijn sporen had verdiend en onder andere de erbarmelijke overwintering op Nova Zembla had overleefd.

de Spaanse vloot onder vuur

Het schilderij Zeeslag bij Gibraltar toont het strijdtoneel van 25 april 1607. Die dag vielen tientallen Nederlandse oorlogsschepen de Spaanse vloot in de baai van Gibraltar aan. Doordat de Spaanse vloot in alle rust voor anker lag, waren ze niet klaar om terug te vechten. Twaalf Spaanse schepen gingen ten onder en vierduizend Spanjaarden sneuvelden of verdronken. Dit tegenover honderd Nederlanders. Het schilderij toont de gruwelijkheden tot in detail. Het was duidelijk: de overwinning was voor de Nederlanders en de Spanjaarden bleven vernederd achter. Het was voor het eerst in de geschiedenis dat de Spaanse vloot zo zwaar onder vuur werd genomen.

een wapenstilstand van twaalf jaar

Dit was het startpunt voor de onderhandeling over de beëindiging van de vijandelijkheden. De nederlaag droeg bij aan de wapenstilstand die eindelijk tot stand kwam. In 1609, twee jaar na de gewelddadige zeeslag, begint een periode die het “Twaalfjarig bestand” wordt genoemd. In deze tijd was het rustig tussen Nederland en Spanje. Toen de schilder zijn laatste penseelstrepen zette in 1621, en daarmee een doek van zo’n twee bij vijf meter had gevuld, was de oorlog helaas al weer hervat. Dat gaf het doek extra lading: het zou iedereen herinneren aan de sterke zeemacht van de Nederlanders, juist nu de twee landen weer tegenover elkaar stonden. Zo’n historisch moment moest worden vastgelegd.

Op de spiegel van het ‘propagandajacht’, naast het Wapen van Amsterdam, het wapen van de Amsterdamse Admiraliteit met twee kruisende ankers.

Van Wieringen was tweede keus

Het bestuur van de Nederlandse oorlogsvloot was gedecentraliseerd, vijf admiraliteiten waren verspreid over Holland, Friesland en Zeeland. Amsterdam had haar eigen Admiraliteit. De Admiraliteit van Amsterdam wilde stadhouder Prins Maurits, de hoogste militair van de Republiek der Verenigde Nederlanden, een cadeau aanbieden. Het was niet alleen een leuk aardigheidje voor zijn nieuwe vleugel die hij liet aanbouwen aan zijn residentie in Den Haag. Het cadeau had duidelijk een politiek doel. Door Prins Maurits zo’n groot doek aan te bieden van dit iconische moment uit de geschiedenis,zette de Admiraliteit van Amsterdam zichzelf ook in de schijnwerpers. Het was Amsterdam vanuit strategisch oogpunt veel waard om een goede relatie met Prins Maurits te onderhouden. Schilderijen van dit formaat werden zelden voor de markt gemaakt en daarom was sprake van een soort “offertetraject”. De eerste keus van de Admiraliteit voor de maker van dit gewenste schilderij ging uit naar de Haarlemse Hendrik Cornelisz. Vroom (1590-1661), de grondlegger van de Europese zeeschilderkunst. Zijn naam en goede reputatie brachten dan ook een prijskaartje met zich mee. Vroom vroeg een exorbitant hoog bedrag en de onderhandelingen liepen stuk.

De Admiraliteit wendde zich tot zijn leerling Van Wieringen (1577-1633). Van Wieringen kon zijn geluk niet op. Dit zou de klus van zijn leven worden! Daar waar Vroom een lijst aan eisen kon stellen, moest Van Wieringen zich eerst bewijzen. De Admiraliteit vroeg hem een proefstuk te maken waarin hij moest laten zien wat hij kon. Van Wieringen maakte een spectaculair schilderij over de zeeslag bij Gibraltar met vele schepen, een ontploffing en bemanning die letterlijk door de lucht vliegt. Het doek was zo bombastisch en vol details dat de Admiraliteit en vooral Prins Maurits overtuigd waren van zijn kunnen. Als tweede stap moest Van Wieringen een modello maken. Daarmee moest hij in klein formaat laten zien hoe de uiteindelijke compositie van De zeeslag bij Gibraltar op 25 april 1607 eruit zou gaan zien. Ook dit was naar aller tevredenheid; eindelijk was de opdracht voor Van Wieringen. Het zou zijn beste werk ooit worden, waarbij de hoogste prijs voor een zeestuk ooit werd betaald.

oude bronnen als uitgangspunt

Van Wieringen was uiteraard geen toeschouwer van deze zeeslag. Het samenstellen van deze compositie deed hij aan de hand van ooggetuigenverslagen, scheepjournaals en kaarten. Ook werden tekeningen van het kustlandschap gebruikt om de omgeving te schetsen. Van Wieringen bracht al deze informatie samen en creëerde een beeld dat op hoofdlijnen de werkelijkheid moest vertegenwoordigen. Op het schilderij zie je de eerder besproken gecombineerde vloot van Hollandse en Zeeuwse schepen en de Spaanse vloot. Het schilderij biedt een totaaloverzicht van wat er zich heeft afgespeeld in de baai van Gibraltar. Op de voorgrond van het schilderij is het water diepgroen en verder naar achteren wordt het water blauw-grijs en lichtblauw. Van Wieringen heeft dit gedaan om diepte te geven aan de voorstelling. Ook de lucht is bepalend voor het sfeerbeeld: je ziet de pluimen van het kanonvuur vermengd worden met de donkere lucht. De chaos op de kleine bootjes, het wrakhout en de drenkelingen dragen bij aan het heftige tafereel dat wordt uitgebeeld.

Schilder Van Wieringen verwerkte zijn naam in de houten galerij rond de achtersteven van het Zeeuwse vlaggenschip: De Rode Leeuw.

een weergave van de werkelijkheid?

In strijd met de werkelijkheid heeft van Wieringen ook een opmerkelijk detail toegevoegd aan het schilderij. Je ziet in het midden van het tafereel een jacht dat hier feitelijk nooit heeft gevaren. Dit jacht is puur afgebeeld ter propaganda. Op de achterkant van het schip heeft Van Wieringen naast het wapen van Amsterdam en het beeldmerk van de Admiraliteit het prinselijk wapen afgebeeld. Alles om de latere Prins van Oranje op een voetstuk te plaatsen! Het paaien van de prins was voor de opdrachtgever belangrijker dan het schetsen van de werkelijkheid.

Op dit “zelf verzonnen jacht” staat een mannetje voorop het anker. Hij probeert een vlag uit het water te vissen die kennelijk voor hem van groot belang is. Met een vleugje speculatie wordt vermoed dat het hier gaat om de Nederlandse vlag, die met respect voor het vaderland natuurlijk niet in de plomp behoort te liggen. De vele rode vlaggen die je ziet zijn “bloedvlaggen”. Het teken van de aanval. Prominent rechts van het midden is het Zeeuwse vlaggenschip de Rode Leeuw afgebeeld. Op de “galerij”, de omloop op de achterkant van het schip, heeft Van Wieringen zijn naam achtergelaten in het houtwerk. Dit kwam vaker voor bij schilders: het verstoppen van je naam op een stuk wrakhout, in een zeeton, in een vlag, of zoals Van Wieringen doet, op het schip zelf.

Het vlaggenschip St. Augustin van Spaanse zijde ligt zwaar onder vuur. In de grote mast probeert iemand de commandovlag van de viceadmiraal naar beneden te halen. Oorlogsvoering was ook een psychologisch spel: het was het plan van Admiraal Van Heemskerck om de Spanjaarden in eigen wateren te vernederen. Hij beloonde de matroos die de mast inklom met 50 zilveren “realen van achten”. Een flinke buit. Het hele schilderij ademt de overwinning van Nederlandse zijde. Helaas eindigt het verhaal voor Van Heemskerck noodlottig, hij overlijdt na de zeeslag aan een schot in zijn been. Hij was de eerste zeeheld die een graf kreeg op kosten van de Nederlandse staat in de Oude Kerk in Amsterdam. Het imposante monument is nog steeds een bezoek waard.

Detail: Een van de bemanningsleden van de Nederlandse vloot klimt omhoog de mast in van het Spaanse vlaggenschip in de hoop de vlag buit te maken. 

schilderijen als historische bron?

Hoe betrouwbaar zijn de beelden die schilders maakten van maritieme momenten uit de geschiedenis? Van Wieringen maakte een historische verbeelding, maar nam het niet zo nauw met de werkelijkheid. De nog jonge Republiek en zijn schilders wilden zich graag op interessante wijze presenteren en daar was de schilderkunst bij uitstek een goed middel voor. Veel maritieme schilders kenden het leven aan boord; Reiner Nooms alias Zeeman, Willem van de Velde de Oude en Jacob Spin hadden vele mijlen gevaren en konden de dagelijkse gang van zaken op een schip goed weergeven. Ze kozen er alleen wel eens voor om dit iets anders door te vertalen op doek. Romantischer, grootser, bloediger of partijdiger. Een beoordeling van betrouwbaarheid is dan ook lastig te maken. Het helpt soms om je af te vragen hoeveel jaren later dan de daadwerkelijke gebeurtenis het schilderij is gemaakt. Je kunt je voorstellen wanneer een schilder, zoals in dit geval twintig jaar na datum, een voorstelling maakt van de werkelijkheid dat er dan al veel kennis en ooggetuigen verloren zijn gegaan. Laat staan dat de beste man er zelf bij was. Groots en meeslepend kreeg dan soms toch de voorkeur om de nog jonge Republiek en grootste zeevarende natie uit die tijd af te beelden. En zeg nou zelf, we zien onszelf toch ook het liefst op ons best op een foto? Niemand schuwt een filter of een likje Photoshop. Geschiedenis of niet, sommige dingen veranderen nooit.

Geschreven door Marleen Stavenuiter. Dit artikel verscheen eerder in het magazine Nautique. 

Het Scheepvaartmuseum maakt gebruik van cookies. Meer weten? Lees onze cookieverklaring.