Misschien denk je bij ‘de’ watersnoodramp direct aan 1953 en de Zeeuwse provincie. Iets noordelijker in ons land zullen mensen wellicht eerder aan de regio rondom de Zuiderzee denken. De stormvloed uit die winter van 1916 wordt ook wel eens de ‘vergeten watersnoodramp’ genoemd.

Een rekening vergeten te betalen eindigt in een herinnering en die dakgoot vergeten te repareren eindigt in lekkage. Maar de Zuiderzeewet die in een laadje belandde leidde tot tientallen doden. De natuur laat zich niet plannen, laat staan temmen. Misschien denk je bij ‘de’ watersnoodramp direct aan 1953 en de Zeeuwse provincie. Iets noordelijker in ons land zullen mensen wellicht eerder aan de regio rondom de Zuiderzee denken. De stormvloed uit die winter van 1916 wordt ook wel eens de ‘vergeten watersnoodramp’ genoemd. De Zuiderzee liet zijn brute kracht zien op een moment dat niemand het zag aankomen. Behalve Cornelis Lely.  

Cornelis Lely wordt in 1854 geboren in Amsterdam. Zijn vader was graanverkoper en had het goed. Cornelis had het voorrecht te kunnen studeren en koos voor Civiele techniek aan de polytechnische school in Delft (de huidige Technische Universiteit Delft). Een studie die zich richt op het ontwerpen en bouwen van landinrichting zoals bruggen, wegen en kanalen. In 1875 studeerde Cornelis af en werd hij Ingenieur Lely. Hij begint zijn carrière bij Rijkswaterstaat. Hij houdt zich bezig met de bouw van sluizen, werkt hard aan de ‘Kanalenwet’ samen met de toenmalige Minister van Rijkswaterstaat Johannes Tak van Poortvliet en doet veel kennis op over water en overstromingen. De stad Deventer wordt een pijnlijk dossier voor Lely. Zijn plannen om de stad te beschermen tegen hoog water uit de rivieren doet hem uiteindelijk de das om. Hij wordt ontslagen bij Rijkswaterstaat omdat deze plannen veel te duur zijn. Wat Cornelis toen nog niet wist, is dat hij met die kennis over kustbeheersing een alles bepalende rol zou krijgen in de grootste civiele verandering van de twintigste eeuw: het ontstaan van de Zuiderzeewerken.

Cornelis Lely getekend door de Nederlandse schilder Haverman in 1899. 

werken met water

In de laatste vijfentwintig jaar van de negentiende eeuw wordt veelvuldig gepraat over de drooglegging van de Zuiderzee. Dit wordt zelfs genoemd in de troonrede van 1874. De plannen blijven vaag en toenmalige kabinetten maakten geen haast. In 1886 wordt de Zuiderzeevereniging opgericht en ook Lely wordt lid. Plannen voor de drooglegging worden de eerste jaren niet enthousiast ontvangen, maar Lely blijft ambitieus. In 1891 presenteert hij het eerste haalbare technische plan voor de Zuiderzee, het kon dus echt! Lely beschrijft de voor- en nadelen. Op punt een van de voordelen stond nadrukkelijk:

  • de afdoende beveiliging tegen overstrooming van de Zuiderzee provinciën
  • de vermindering der onderhoudskosten der dijken binnen de ontworpen afsluiting
  • de waterloozing van boezems en polders, die op de Zuiderzee afwateren
  • de waterverversching van Friesland en Noord-Holland
  • de spoorwegverbinding over den afsluitdijk tusschen Noord-Holland en Friesland

En het grootste nadeel? Dat zat hem volgens Lely op ‘de visscherij ‘. Een terecht punt waar veel vissers zich zorgen om maakten. Als tegenargument kon worden aangevoerd dat deze grote civiele plannen ook weer voor meer werkgelegenheid zouden zorgen en de landbouw zou groeien vanwege landwinning na de drooglegging.

Vlak na zijn presentatie wordt Lely gevraagd om minister te worden. Hij wordt Minister van Rijkswaterstaat, handel en nijverheid maar vindt weinig draagvlak voor zijn plannen en dus blijft het Zuiderzeeproject liggen. Ondertussen is hij in zijn tweede kabinet druk met het ontwikkelen van de Scheveningse haven en het uitdiepen van het Noordzeekanaal. Na een politieke periode in Suriname komt hij terug in Nederland en wordt in 1913 wederom en voor de derde keer minister. Een hoogtepunt in die tijd is de uitspraak van Koningin Wilhelmina in de troonrede:

‘Ik acht den tijd gekomen om de afsluiting en drooglegging van de Zuiderzee te ondernemen. Verbetering van den waterstaatkundigen toestand der omliggende provinciën, uitbreiding van grondgebied en blijvende vermeerdering van arbeidsgelegenheid zullen daarvan het gevolg zijn. Een wetsontwerp tot uitvoering van die afsluiting en gedeeltelijke droogmaking zullen U worden aangeboden’.

Een eerste officiële handreiking naar Lely!

voedselschaarste

Ondanks de veelbelovende woorden van de koningin, kwam het wetsvoorstel er vooralsnog niet. Al snel moest Nederland zich zorgen maken om iets heel anders: in 1914 begint de Eerste Wereldoorlog en waren zaken als voedsel en veiligheid van groter belang. ‘Elk nadeel heb zijn voordeel’ zij ooit een welbekende stadsgenoot van Lely een eeuw later en ook in tijde van oorlog bleek dit zo te zijn. Het gebrek aan voedsel maakte namelijk de vraag naar nieuwe landbouwgrond groter en de drooglegging van de Zuiderzee was dit keer relevanter dan ooit. Maar de staatskas liep in de tijd van oorlog niet over.

de eenheidsworst als oplossing voor het voedseltekort

De vraag naar vlees was in de oorlog groter dan het aanbod. Er waren bijna geen koeien meer te vinden en de slager had het zwaar. De overheid introduceerde de ‘eenheidsworst’ die op de bon kwam. Dat was niet het enige, er kwam eenheidsbier, eenheidssigaren en iedereen liep in dezelfde schoenen om de kosten van productie en grondstoffen laag te houden. Wat er precies in die ‘eenheidsworst’ zat wist niemand, maar het was duidelijk dat er naast rund en varken sprake was van het gebruik van ‘vleesvervangers’. Wat dat dan ook mochten zijn. Na de oorlog verdween de eenheidsworst van het menu, maar werd het een veelgebruikt spreekwoord om saai, hetzelfde en fantasieloos aan te duiden. 

Spotprent uit de krant ten tijde van de Eerste Wereldoorlog over de eenheidsworst.

Collectie Stadsarchief Amsterdam.  

Het dossier hing op dat moment al meer dan dertig jaar in de lucht. Als oorlog en honger niet het laatste duwtje in de rug waren voor politici om de plannen van Lely door te zetten, wat was er dan voor nodig? Een ramp van nationale omvang.  

een muur van water

En die kwam er. Die desbetreffende vrijdagochtend in januari was de wind eindelijk gaan liggen. Drie dagen lang had er een harde storm gewoed vanuit het noordwesten en men durfde weer langzaam adem te halen. Zeilers weten: na een lange storm mag op het land de rust zijn wedergekeerd, het water begint dán pas te bewegen. En inderdaad: het ging alsnog helemaal mis.

Van Engelenburg, toenmalig gemeentesecretaris in Broek en Waterland was getuige van de eerste rampsignalen. In de vroege ochtend van 14 januari 1916 kwam er een eerste waarschuwing. Het was net zes uur geweest en de gemeentesecretaris spoedde zich naar de ingang van het dorp.

“Daar zag ik de Waterlandschen dijk, die zich als een donkere streep afteekende tegen den grijzen achtergrond, maar met een oog opslag zag ik ook, dat die streep in de buurt van Zuiderwoude eensklaps werd afgebroken. Ontzet staarde ik naar die plek, waar alles grauw was en grijs; het was alsof ik in de verte een muur zag van water! Een oogwenk daarna drong het tot mij door, dat dit water met geweld zich stortte op ons lage land, dat het spoedig hier ons zou bereiken!”

En dat deed het. De dijken waren niet op één plaats gebroken, maar alleen rondom Waterland al op drie plekken, met zo’n acht grote gaten. De Waterlandsche Dijk ten noorden van Uitdam was doorgebroken en zo ook de Katwouderpolderdijk tussen Volendam en Monnikendam. Waterland, het volledige gebied tussen Amsterdam en Purmerend, begon vol te lopen. Het grote nadeel was dat dit gebied al ver onder zeeniveau lag. Het kwaad was dus snel geschied. Van Anna Paulowna tot Ransdorp, alles stond onder water.

Kaart van het overstromingsgebied in Noord-Holland uit: “De overstrooming in Noord-Holland en elders. Januari 1916 door Egbert A. Veen. Drukkerij Smit&Co. Zaandam.

Niet alleen Noord-Holland kwam in de problemen. In Friesland liepen polders onder, in Gelderland braken dijken rondom Nijkerk en Elburg waardoor het binnenland van Utrecht ook in de problemen kwam. Ook in Rotterdam waren er problemen omdat de rivieren het hoge waterpeil van zee niet konden verwerken. Zo kwam het water in Sliedrecht meer dan drieënhalve meter hoog te staan! Maar de allergrootste impact had de ramp op Marken. Koningin Wilhelmina bezocht het rampgebied om de bewoners een hart onder de riem te steken. Daar verdronken zestien mensen, tientallen huizen werden weggeslagen en twintig botters zonken af of werden op de dijk gesmeten. De koningin doneerde uit eigen zak tienduizend gulden en ook Prinses Juliana keerde haar spaarpotje om ten gunste van het Watersnood-Comité. De stormvloed was niet alleen maar merkbaar aan land. Zeevaarders hadden het zwaar, meer dan dertig mensen verdronken op zee.

Op de pier van Marken staat een monument ter herinnering aan de ramp en slachtoffers.

Niet alleen mensen kwamen in gevaar, de honderden koeien dreven letterlijk door Amsterdam en Zaandam. Honderden vonden de dood. Het aantal verdronken schapen was niet in aantallen te benaderen, aangezien die in de wintermaanden buiten hadden gestaan. Vee werd naar hoger gelegen gebieden gebracht, die vaak kerken bleken te zijn. De ramp spaarde mens noch dier, maar bracht ook het bedrijfsleven, de visserij en woningen grote schade toe. De chaos rondom de Zuiderzee was compleet. Precies zoals Lely voorspeld had…

Een prentbriefkaart uit 1916. Een achterwiel(stoom)sloep van de Koninklijke Marine assisteert bij het transport van vee over het ondergelopen land. Collectie Het Scheepvaartmuseum.

precies 100 jaar geleden

Als het kalf verdronken is, dempt men de put. Hoe letterlijk kan je dit spreekwoord nemen? Eindelijk, éindelijk ontstond consensus: dit mocht nooit meer gebeuren en maatregelen waren noodzakelijk. De Zuiderzee zou worden afgesloten. Na de ramp ging het snel: Het wetsontwerp wordt op negen september 1916 door Ingenieur Cornelis Lely bij de Tweede Kamer ingediend. De Zuiderzeewet werd op eenentwintig maart 1918 door de kamer aangenomen. Op 13 juni stemde de Eerste Kamer in met de wet en na de afkondiging in het Staatsblad op 14 juni 1918 is het officieel. De Zuiderzeewet is aangenomen! De wet die ervoor moest zorgen dat men veilig zou zijn voor het zoute water. Althans…in het noorden des lands.

Kaart van de Zuiderzee uit 1918 waarop de open verbinding met de Waddenzee zichtbaar is. T.P. Keijzer. Collectie Het Scheepvaartmuseum. 

Prentbriefkaart van de Zuiderzeewerken. Werkzaamheden op de Afsluitdijk. Het lossen van klei en keileem vanaf dekschuiten. Collectie Het Scheepvaartmuseum.

De Zuiderzeewerken konden de Zeeuwen dertig jaar later niet beschermen. Die kregen op hun beurt te maken met de brute kracht van het water. Daarna ontstonden de Deltawerken. Water vindt altijd een weg. Dat weten Nederlanders inmiddels maar al te goed. Het water altijd een stapje voor zijn is een vak geworden waar we als volk in uitblinken en internationaal vaak voor gevraagd worden.

Penning ter herinnering aan de watersnoodramp van 1953. Uitgegeven door de Vereniging van penningkunst ten bate van het Rampenfonds. Collectie Het Scheepvaartmuseum.

gekust en gekroond

Lely’s lobby voor de Zuiderzee werd zijn levenswerk. Toen Cornelis al ver in de zeventig was, kon hij onderwerp nog steeds niet los laten. Een prachtig voorbeeld van een passie voor het leven. Hij gaf lezingen over de hele wereld maar zou de daadwerkelijk afgesloten Zuiderzee niet meer met eigen ogen zien. Hij stierf in 1929, drie jaar voordat de Zuiderzee definitief werd afgesloten voor het water uit de Waddenzee. Zo werd het grootste, graag bezeilde, binnenwater van Nederland een zoetwater meer. Zijn naam leeft voor in de stad Lelystad, het treinstation Lelylaan en zelfs in Suriname heet een gemeente Lelydorp. Koningin Juliana onthulde op zijn honderdste geboortedag een standbeeld van Lely. Dat kon natuurlijk maar op één plek komen: de Afsluitdijk. Dé Afsluitdijk? Ach, zíjn Afsluitdijk. Want zonder Lely was ‘ie er zeker niet gekomen.

Auteur: Marleen Stavenuiter

Dit artikel verscheen eerder in Nautique van juli 2018.

Bronnen:

  • Johan Hendrik van Mastenbroek, impressionist in de nieuwe tijd. Scriptum Art. Kunsthal Rotterdam.
  • De Afsluiting en drooglegging der Zuiderzee. Uitgave van de Zuiderzee-Vereeniging in 1914.
  • De overstrooming in Noord-Holland en elders. Januari 1916 door Egbert A. Veen. Drukkerij Smit&Co. Zaandam. Uitgave ten gunste van noodlijdenden van de ramp.

Het Scheepvaartmuseum maakt gebruik van cookies. Meer weten? Lees onze cookieverklaring.