Aan lagerwal raken: een eeuwenoud probleem

Aan lagerwal gaat het duidelijk niet goed met je. Daar zijn we het over eens. Nautische spreekwoorden zijn doorgesijpeld in de Nederlandse taal. Maar wat betekent aan lagerwal raken nu precies?

Een Beurtschip aan Lagerwal. Hermanus Koekkoek. 1849


Het Scheepvaartmuseum heeft een bijzonder schilderij in de collectie wat dit fenomeen op treffende wijze visualiseert. ’Een beurtschip aan lager wal’ van Hermanus Koekkoek is een van de meest recente aankopen van het museum.

Afvaren van lagerwal vraagt zeemanskunst

Lagerwal. De keerzijde is hogerwal. Stel je een meer voor waar je aan de oever staat waar de wind tegenaan blaast. Deze zijde van de oever noemen we lagerwal. Sta je aan de andere kant –de kant waar de wind vandaan blaast- dan sta je aan hogerwal. Afvaren van lagerwal is behoorlijk lastig, omdat de wind je terug drukt tegen de kade. Zeilers weten hoe moeilijk het is om met een boot zonder hulpmotor weg te varen uit deze lastige situatie. Dat komt doordat iedere zeilboot niet helemaal rechtuit vaart maar door de wind een beetje opzij wordt gezet.

In een benarde positie verzeild raken

In zeilersjargon heet dit de drift. Als de boot nog nauwelijks snelheid heeft gemaakt kan de drift wel 30 graden belopen. Pas als de boot vaart maakt, loopt de drift terug naar ongeveer 5 graden. Zolang de zeilboot tegen de kade of oever ligt en geen snelheid heeft, wordt hij opzij tegen de wal gedrukt en komt hij geen meter vooruit. Aan lagerwal raken is dus eigenlijk in een benarde positie terecht komen, waar je lastig weer uit komt. Zo wordt het spreekwoord tegenwoordig nog steeds gebruikt.

Een sterke windkracht 5

Portret Hermanus Koekkoek. 1850 naar een gravure van D. A. Peduzzi.

Hermanus Koekkoek schilderde een vrachtschip van het type paviljoentjalk dat een haven probeert uit te zeilen. De schipper heeft een probleem. De tjalk wordt tegen het havenhoofd gedrukt en er staat een stevige wind, minstens windkracht 5 aan de golfhoogte te zien. Hij heeft waarschijnlijk maar één knecht aan boord en met zijn tweeën zullen ze het niet voor elkaar krijgen om het schip veilig voorbij het hoofd te krijgen.

Aanmonsteren voor een paar stuivers

Destijds liepen in veel havensteden altijd wel losse werklui rond die zich voor een paar stuivers verhuurden om te helpen. Die zijn hier opgestapt en staan aan dek, met twee lange vaarbomen proberen ze de tjalk uit de wal te duwen. Twee andere helpers brengen met een roeiboot een lange lijn uit naar een dukdalf die op ongeveer twintig meter van de oever staat. Door op het dek aan de lijn te gaan hangen, trekken ze het schip vrij. Eén man is alvast bezig om 'een puntje grootzeil' te hijsen. Niet teveel want dan werkt het tegen. De losse werklui stappen van boord over op de roeiboot als het schip in open water is.

Het Scheepvaartmuseum maakt gebruik van cookies. Meer weten? Lees onze cookieverklaring.