Op zee is het gebruik van vlaggen al heel oud. Op deze manier konden schepen van elkaar zien of een schip tot een bepaald land toebehoorde. Aan boord van oorlogsschepen werden vlaggen gebruikt om aan te geven of een admiraal aan boord zat en of men deze moest volgen in het gevecht. Pas later konden berichten van schip naar schip worden overgeseind. Sinds de negentiende eeuw zijn afspraken hierover vastgelegd in het Internationale Seinboek.

Meer vraag naar communicatie tussen schepen

De eerste Nederlandse seinbrief stamt uit 1558. Hierin werd beschreven waarvoor wimpels en vlaggen werden gebruikt op de vloot van vice-admiraal Adolf van Bourgondië. Ook de Watergeuzen maakten in de oorlog tegen de Spanjaarden gebruik van vlaggenseinen. Het gebruik van vlaggen was toen maar beperkt. Van enig systeem bij het gebruik van de seinen was géén sprake. De schepen waren langzaam en de meeste orders werden van te voren uitgereikt tijdens de krijgsraden aan boord van het bevelvoerende vlaggenschip.

Michiel de Ruyter

In de loop van de jaren werden de vloten groter en ontstond er behoefte aan een uitgebreider seinsysteem. Maarten Harpertszoon Tromp gebruikte in 1639 rode, witte en blauwe seinvlaggen. Michiel Adriaanszoon de Ruyter gebruikte 44 vlaggenseinen, aanzienlijk meer dan zijn voorgangers. Bij elke reis werd van te voren afgesproken welke seinen men zou voeren. De seinen werden dan precies opgeschreven in seinboekjes of instructies. Eskaders waren zo goed voorbereid op een zeeslag. Nadeel van de seinen was dat de vlaggen niet meer konden worden gegeven als de masten weggeschoten of gebroken waren.

Een ingekleurde tekening van een vlaggenkaart met de seinvlaggen, wimpels (de spreekwimpels) van de commandanten van de schepen en enkele bijzondere seinen, gebruikt door het eskader naar de Middellandse Zee, onder bevel van Schout bij Nacht J.H. van Van Kinsbergen, 1784 - 1786

Internationaal seinboek

Pas in 1781 wordt een manier van vlaggenseinen ingevoerd waarmee berichten naar elkaar kunnen worden geseind. Eigenlijk gebruikte de marine toen cijfercodes. Het gegeven sein gaf het nummer van een woord in het seinboek aan. Op die manier konden hele zinnen overgeseind worden. Een voortzetting hiervan werd vastgelegd in 1820 in het Telegrafisch Sein- of Woordenboek. De ontwikkeling van de diverse soorten seinen, die met vlaggen werden gegeven, ging tot de Eerste Wereldoorlog (1914) gewoon door. De standaardisatie van de vlaggenseinen vond daarna plaats. De speciale marinevlaggen vervangen door de vlaggen uit het Internationaal Seinboek. Dit boek verschijnt in negen talen en bevat instructies voor het seinen en moet aanwezig zijn op schepen van groter dan 150 brutoton.

Geen vergane glorie

De vlaggen uit het Internationaal Seinboek Vlaggenseinen worden nog steeds gebruikt bij de marine en koopvaardij. Ook in de tijd van computers en mobiele telefoon blijft het gebruik belangrijk. Zo kan iedereen zien dat een schip van de kade vertrekt als een schip de Blue Peter (het vlaggensein P) in top heeft gehesen. Ook worden seinvlaggen nog steeds gebruikt tijdens zeilwedstrijden. Zo weten de schepen op de startlijn wanneer zij mogen vertrekken en wordt bijvoorbeeld door middel van vlaggen gecommuniceerd dat de baan wordt verlegd. Naast seinvlaggen worden ook geluidsseinen gegeven, maar deze zijn niet altijd te horen vanwege de wind. Visuele seinen blijven dan ook belangrijk en gaan altijd 'voor' geluidsseinen'.

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws en tentoonstellingen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!

Het Scheepvaartmuseum maakt gebruik van cookies. Meer weten? Lees onze cookieverklaring.