Caribische zeelieden op de koopvaardij
In zijn beroemde boek Wij Slaven van Suriname (1934) beschrijft de Surinaamse en antikoloniale schrijver Anton de Kom dat hij aan boord van het stoomschip ‘Van Rensselaer’ een Nederlandse stoker tegenkwam op het dek, die die hem begroette en naar hem lachte. De Kom zag dit gebaar als een symbool van solidariteit en makkerschap onder arbeiders. Ruim tien jaar eerder, in 1920, had De Kom zelf ook op een stoomschip gewerkt. Hij vormde hierin geen uitzondering. In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw werkten veel Caribische zeelieden, voornamelijk Surinamers en Curaçaoënaars, op Nederlandse stoomschepen. Vaak moesten zij zwaar werk verrichten in de machinekamer, zoals het scheppen en stoken van de kolen.
Leven aan boord, in beeld
Het Scheepvaartmuseum heeft verschillende foto’s in de collectie waarop Caribische bemanningsleden te zien zijn. Met deze foto’s als uitgangspunt ga ik tijdens mijn J.C.M. Warnsinck Fellowship onderzoeken hoe voor hen het leven aan boord was, wat de achterliggende motivaties waren om op de stoomschepen te gaan werken, en op welke manier er sprake was van solidariteit en makkerschap op zee, zoals De Kom het beschreef. Om deze vragen te kunnen beantwoorden, koppel ik de foto’s van Het Scheepvaartmuseum aan bronnen uit andere collecties, zoals personeelskaarten van rederijen en arbeiderstijdschriften die verspreid werden onder zeelieden.
Solidariteit en politieke organisatie aan boord
Doordat stoomschepen op talloze havens aanmeerden, met bemanningsleden uit alle windstreken in dienst, vond op deze schepen veel uitwisseling van ideeën plaats. Dit, in combinatie met de zware arbeidsomstandigheden aan boord, maakte het een vruchtbare bodem voor linkse organisaties om meer arbeiders tot zich te binden. Via deze weg werden ook antikoloniale berichten en ideeën verspreid onder Caribische zeelieden.
Door deze politieke organisatie aan boord te onderzoeken zal ik het vaak onderbelichte maritieme aspect van het Surinaamse en Curaçaose antikolonialisme in kaart brengen. Verder verwacht ik met mijn onderzoek aan te kunnen tonen dat voor veel Caribische zeelieden het werken op een schip een manier was om aan de arme, koloniale samenleving te ontsnappen en zo hun maatschappelijke positie trachtten te verbeteren.