'Gezondheid op zee: medisch-verpleegkundige zorg bij de koopvaardij in tweede helft 20e eeuw'
In mijn project voor het Fellowshipsprogramma van Het Scheepvaartmuseum maak ik een verbinding tussen de werelden van medische en maritieme geschiedenis. In het onderzoek neem ik het boek Geneeskundige Hulp aan Boord (van zeeschepen van minder dan 500 registertonnen bruto inhoud en van zeevissersvaartuigen) van Dr Boonacker als uitgangspunt. Dit boek staat onder zeelieden ook wel bekend als ‘De Boonacker’ en werd gebruikt in het EHBO-onderwijs op de verschillende zeevaartscholen.
‘De Boonacker’
Het boek Geneeskundige Hulp aan boord was de standaardhandleiding voor EHBO-onderwijs en maakte deel uit van de verplichte medische uitrusting aan boord van koopvaardij- en zeevisserijschepen in de 20e eeuw. Het boek beschrijft hoe met ziekte en ongevallen aan boord om te gaan wanneer er geen dokter of ander bevoegd medisch personeel aanwezig is. Uitgaande van de verschillende edities van het boek tussen 1937 en 1977, bestudeer ik de professionalisering van medisch-verpleegkundig zorg aan boord in de tweede helft van de 20e eeuw. Niet alleen geven de verschillende versies van het boek de veranderingen van het medische-verpleegkundig handelen weer, vergelijking van deze edities geeft namelijk ook juist aan op welke terreinen er geen of nauwelijks verandering plaatsvond.
Oral History
Om het belang van het boek als verplicht onderdeel van de medische uitrusting in de juiste context te plaatsen, is het belangrijk om na te gaan hoe de gebruikers in de praktijk ermee omgingen. Daarvoor gebruik ik ‘Oral History’ als onderzoeksmethode. Hiervoor neem ik een aantal interviews af om bestaande ideeën over gezondheidszorg op zee te toetsen en verhalen te nuanceren. Het idee is dat dit (oral history) onderzoek inzicht geeft tot in welke mate bevoegd en onbevoegd koopvaardijpersoneel verantwoordelijk was voor medisch-verpleegkundig handelen aan boord gedurende de 20e eeuw ook daadwerkelijk daarop voorbereid was. Vragen die daarbij aan bod komen zijn: welke opleiding of training was nodig om adequaat te kunnen handelen? In welke situaties kwam men zoal terecht? Dit alles om te weten hoe kennis van gezondheid samenkomt met verdere kennis over veiligheid op zee. Bovenal geeft het weer hoe tijdens het dagelijkse boordleven ‘de Boonacker’ daadwerkelijk gebruikt werd als naslagwerk, in hoeverre koopvaardijlieden voorbereid waren om de benodigde EHBO-vaardigheden uit te voeren, en of, hoewel gekozen voor een leven op zee, ze ook in staat bleken om zorgtaken uit te voeren.