“Ik was altijd aan het knutselen. Aan oude fietsen en brommertjes. Mijn oom was hoofdmachinist aan boord van de Oranje. Van hem hoorde ik avontuurlijke verhalen over zijn tijd op zee en het werken aan de gigantische motoren aan boord van het schip. In die tijd ging ik ook vaak zeilen met een maatje van mij die een Flying Fifteen had. Daar moet het idee van de Zeevaartschool ontstaan zijn.” Ben Halswijk (Amsterdam, 1941) maakte als werktuigkundige verschillende reizen op de Oranje tussen 1960 en 1964. 
 

“Ik was in dienst bij de Maatschappij ‘Nederland’ en had mijn eerste ervaring opgedaan op schepen met stoommachines. De Oranje daarentegen had drie gigantische dieselmotoren. Ik kan mij herinneren dat ik best zenuwachtig was, kon ik dat allemaal wel? Het voelde als een eer om op zo’n snel schip te mogen varen. Het ging toch om het vlaggenschip van Amsterdam. Ik werd verantwoordelijk voor de verdamperij. We konden in 24 uur 300.000 liter drinkwater maken uit zeewater. De hitte van de uitlaat van de motoren werd gebruikt om stoom te maken en in een drietraps-ketel werd de stoom opgevangen, afgekoeld en gefilterd met koolstof. We draaiden vier uur op en acht uur af. In de tussentijd vermaakten wij ons prima.” De glimlach op het gezicht van Ben Halswijk spreekt boekdelen. 

Stiekem op het passagiersdek

“Hoewel we de doucheruimte deelden, hadden we onze eigen hut. Op een gegeven moment had ik een hut bemachtigd die grensde aan het passagiersdek. Daar mochten we eigenlijk niet komen, maar ach, je bent jong. Met een sleutelbos rinkelen, ‘inspectie’ houden en dan daar onze ogen de kost geven.” Er waren 22 werktuigkundigen aan boord en Ben Halswijk toont een aantal foto’s van hem en zijn collega’s in de machinekamer. Ondanks het vermoeide gezicht en de vieze overall verraden de zwart-witfoto’s dat Halswijk een aantrekkelijke jongeman was. “Ik kan mij een oudjaarsavond herinneren waar ik achter de brug ben gekropen met aan elke zijde een dame en in beide handen een fles champagne. We keken uit over zee terwijl we het nieuwe jaar invoeren.” Als Pietje Bel en Dik Trom op zee hadden gezeten, dan waren hun avonturen zeker in de buurt gekomen van enkele hoofdstukken uit het leven van Ben Halswijk. “We hadden spijkers in het uiteinde van lange stokken geslagen. Hiermee kropen we de keuken in om kip uit de grote pannen soep te vissen.” Ben vervolgt snel: “maar eigenlijk verliep alles best ordelijk hoor, als je je misdroeg kreeg je een gagestraf.” De vijf dagen loon die je dan miste zorgde ervoor dat de bemanning in de pas bleef lopen. 

Ben Halswijk

Ben Halswijk

Foto gemaakt door Rose Ieneke van Kalsbeek, 2018

Nog zichtbare littekens 

‘De boot missen’ kreeg op de Oranje soms een letterlijke betekenis. “We waren in Tahiti aan de borrel geweest en een paar matrozen hadden zich bij afvaart nog niet gemeld. Toen het schip al los was gegooid, sprongen de telaatkomers het water in om via een zijruim het schip in te worden getrokken. Dat was leuk ja, dan stonden de gasten aan de reling te juichen.”
Het lijkt wel of Ben Halswijk alleen maar mooie herinneringen aan zijn tijd op zee heeft. Na lang nadenken herinnert hij zich ook mindere momenten. “Oh ja! Ik ben ook eens enorm verbrand toen het mis ging met een van de stoomketels. Toen lag ik met stinkende wonden op het hospitaaldek.” 
 

Ook was hij in 1963 getuige van een flinke brand aan boord. Halswijk vertelt, ondanks de nog zichtbare littekens, het verhaal tussen neus en lippen door. Alsof het een kleinigheidje was naast alle prachtige herinneringen aan kameraadschap, vriendschap en verliefdheid op zee. 

De zee relativeert

“De tijd op zee heeft mij gevormd. Als je in Indië op straat over zieke en arme mensen heenstapt en zo jong de verschillen tussen mensen over de hele wereld hebt gezien, dan leer je al vroeg relativeren.” Van geboortes aan boord met beschuit met muisjes voor het personeel, tot een officiële begrafenis vanwege een poliogeval. “Het schip werd stilgelegd en het lichaam ging – met toestemming van de familie – overboord.” De timmerman had ter plekke de kist gemaakt. Inderdaad, alles was aanwezig aan boord van dit varende dorp. 
Het afscheid van de Oranje in 1964 heeft Ben Halswijk van dichtbij meegemaakt. “Voordat het schip werd verkocht hadden we een aantal Italianen aan boord. We moesten de capaciteit van het schip laten zien en mochten de motoren voluit zetten. Als ik terugdenk aan de Oranje, dan denk ik toch als eerste aan die grote machinekamer. Dat was de mooiste plek van het schip.” 

Wil je meer persoonlijke verhalen lezen over opvarenden? Bezoek dan de tentoonstelling: 
ms Oranje | Koers gewijzigd. 
 

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws en tentoonstellingen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!

Het Scheepvaartmuseum maakt gebruik van cookies. Meer weten? Lees onze cookieverklaring.