Het NACO-huisje is terug van weggeweest. 

Terug in Amsterdam

Zeventien jaar was het verdwenen uit het stadsbeeld. Nu is het NACO-huisje terug, aan het IJ achter Amsterdam Centraal, een paar honderd meter oostelijker dan waar het ooit stond. Het huisje waar decennialang passagiers kaartjes kochten om aan boord te gaan van een van de veerboten. Het Scheepvaartmuseum onderzoekt samen met Stadsherstel en een aantal culturele instellingen in het oostelijk deel van Amsterdam de mogelijkheden om het NACO-huisje te betrekken bij de plannen voor de Cultuur Ferry en er een culturele informatieplek van te maken. 

NACO staat voor: Noordhollandsche Auto Car Onderneming, een voormalige eigenaar van de boot/veerdiensten.

Minangkabause Huis of NACO-huisje achter Centraal Station

Minangkabause Huis of NACO-huisje achter Centraal Station

Fotomuseum Rotterdam

Bedrijvigheid 

Niets herinnert nog aan de bijna 40 beurtvaartdiensten met passagiers en lading die hun steigers hadden achter station Amsterdam Centraal. Het was een plek waar het altijd krioelde van de mensen en waar vijftien steigers enkele tientallen meters vanaf de De Ruijterkade het IJ in staken. Duizenden mensen per dag, onder wie in 1946 ook de Britse premier Winston Churchill en koningin Wilhelmina, kwamen op deze plek aan wal of vertrokken er vandaan naar andere plaatsen in het land. Inmiddels is het hier nog steeds druk, zij het compleet veranderd, met wandelaars, fietsers en automobilisten die over elkaar heen buitelen in en rond het treinstation. Maar er is ook iets teruggekomen: een steigerhuisje dat achttien jaar geleden nog op steiger 7 achter het station stond, vlak naast waar nu de pont naar Buiksloterweg vertrekt. In 2004 moest het Rijksmonument echter plaatsmaken voor de uitbreiding van het Centraal Station, de Noord/Zuidlijn, het busstation en de ondergrondse fietsenstalling. En dus werd het NACO-huisje weggesleept; overgevaren naar een werf in de Isaac Baarthaven in Zaandam. Daar wachtte het zeventien jaar op geld voor de nodige restauratie en een nieuwe bestemming.

Vorig jaar was het zover, en het werd een spektakel dat de nationale pers haalde: een compleet huisje werd hangend aan staalkabels over het IJ naar huis gevaren. Nu staat het aan de oostkant van de De Ruijterkade, naast een nieuwgebouwde pontfuik voor de veerdienst naar het IJplein in Amsterdam-Noord. En weer staat het op een plek waar mensen van hot naar her op weg zijn. Maar ditmaal is het steigerhuisje een oase van rust, in een zogenoemde shared space, een plek waar fietsers en wandelaars, tienduizenden bezoekers per dag, zonder verkeersborden en stoplichten, kriskras door elkaar hun weg weten te vinden naar de stad. Een rustpunt is het geworden, dit houten gebouwtje van zo’n 140 vierkante meter, op betonnen palen, dat weer een vergelijkbare functie heeft gekregen als het decennialang had.

Passagiers kunnen in het NACO-huisje kaartjes kopen voor forensenboten

Passagiers kunnen in het NACO-huisje kaartjes kopen voor forensenboten

Stadsarchief Amsterdam

Amsterdamse School

Guillaume la Croix (1877-1923) had het huisje in 1919 ontworpen in de stijl van de Amsterdamse School, de bouwstijl die onder meer bekend is van architect Michel de Klerk, die tekende voor gebouw Het Schip en de omliggende Spaarndammerbuurt in Amsterdam. La Croix was geboren in een door en door Amsterdams gezin in de Nieuwmarktbuurt. Zijn vader was timmerman en later opzichter bij de gemeente. Guillaume begon zijn carrière als assistent-tekenaar bij architect Eduard Cuypers. Daar raakte hij bevriend met Amsterdamse School-architect Jan der Mey, ontwerper van het Scheepvaarthuis. Behalve vanwege het NACO-huisje werd La Croix beroemd als de architect van het gebouw aan de Cornelis Schuytstraat in Amsterdam-Zuid, waarin tot 1973 Het Scheepvaartmuseum was gevestigd en daarna de Amsterdamse vestiging van veilinghuis Christie’s. Het steigerhuisje dat La Croix aan de IJ-zijde van het station ontwierp, was bedoeld als kantoor van J.G. Koppe’s Scheepsagentuur N.V., later Reederij Koppe, een Nederlandse rederij die tussen 1909 en 1972 voornamelijk actief was in de binnenvaart. Vanaf de steiger waarop het huisje stond, konden passagiers kaartjes kopen om aan boord te gaan van veerboten naar onder meer Lemmer, Kampen, Zwolle en Marken.

Na 1963 werd nog maar een paar jaar gevaren voor toeristen, tot de Noordhollandsche Auto Car Onderneming (NACO) de diensten overnam – vandaar de huidige naam van het huisje. De laatste gebruiker van het huisje was tot 2004 Noord-Zuid-Hollandse Vervoer-Maatschappij (NZH VM), het latere Connexxion. Voor het ontwerp van het NACO-huisje zou La Croix zijn geïnspireerd door Finse blokhutten, huizen op Marken en de voorgevels van oudere, voorover hellende grachtenpanden in Amsterdam. Een andere theorie is dat hij zijn inspiratie voor het huisje haalde uit het voormalige Nederlands-Indië. Het Minangkabause Huis, zoals het NACO-huisje oorspronkelijk heette, verwees naar de bouwstijl van de Minangkabauers op Sumatra. Hun traditionele huizen staan op palen en hebben puntige daken die verwijzen naar de opkrullende hoorns van de karbouw, de waterbuffel.

Wat verder opvalt aan het NACO-huisje is de onregelmatige indeling van de raampartijen in de zij- en voorgevel, de diagonale dakgevel en de bouwhoeken met zaagtandmotieven en de houten buffelhoorns op de voorgevel. De door sierlijke kraagstenen gedragen risaliet valt architectuurliefhebbers ook op. Deze vooruitspringende gedeeltes van een gevel werden soms aangebracht ter versteviging van een gebouw, zoals ook bij ‘s Lands Zeemagazijn. Hier bij het NACO-huisje lijkt het meer voor de sier.

Architect Guillaume la Croix ontwierp het huisje in Amsterdamse schoolstijl

Architect Guillaume la Croix ontwierp het huisje in Amsterdamse schoolstijl

Tekening J.W. Josseaud (1880-1935)

Stadsarchief Amsterdam

Crowdfunding

Met de komst van modernere vervoersmiddelen dan beurtvaartdiensten, verdween ook de functie van het NACO-huisje en kwamen er plannen om het huisje een nieuwe functie te geven in de stad. Zo zou er om het huisje heen een enorme glazen stolp komen met daarbinnen de grootste brasserie van de stad. Het mocht niet zo zijn, aangezien de bedenker van dat plan, ondernemer Frits Fentener van Vlissingen kwam te overlijden waardoor dat idee niet werd uitgevoerd. Woningcorporatie Ymere nam het huisje even voor de woningcrisis over en toen bleef het een tijd onduidelijk wat er mee moest. Tot in 2016 Stadsherstel Amsterdam een crowdfundingsactie startte om het pand te kopen en op te knappen. Toen de voormalig wethouder van de gemeente Amsterdam Hans Gerson vroeg of de vereniging zich wilde inspannen om dit zeer zeldzame huisje te herplaatsen, kwam Stadsherstel in actie. ‘Vooral met bijdragen van de Vrienden van Stadsherstel is het gelukt’, zegt Gijs Hoen, senior projectleider van Stadherstel. ‘In totaal brachten we zo’n 100.000 euro bij elkaar. En dankzij donateurs, fondsen en de gemeente Amsterdam konden we het huisje overnemen en kon de restauratie van het casco plaatsvinden. Een idee was om het tijdelijk in Noord neer te zetten, maar beter was het om het huisje cadeau te doen aan de stad. Die omarmde het idee.’

NACO-huisje op 6 mei 2004 onderweg naar tijdelijk onderkomen in Zaandam

NACO-huisje op 6 mei 2004 onderweg naar tijdelijk onderkomen in Zaandam

Doriann Kransberg

Stadsarchief Amsterdam

Stadsherstel bestaat sinds 1956 en sinds de oprichting ziet de organisatie het als haar taak de geliefde stad te behoeden voor sloop en verval. Hoen: ‘Daar was alle reden voor, aangezien het stadsbestuur in die tijd de stad wilde transformeren in een moderne stad zonder de oude infrastructuur en de half vervallen gebouwen uit het verleden. Gelukkig is het tij gekeerd en zijn veel Amsterdammers hun cultureel erfgoed gaan koesteren. Inmiddels hebben we al meer dan 750 monumenten gered binnen een straal van 45 kilometer rondom Amsterdam. Stadsherstel zorgt ervoor dat de panden met kennis van zaken worden gerestaureerd, onderhouden en opengesteld zodat iedereen kan genieten van de stad.’ Ook het NACO-huisje is gered door de inspanningen van Stadsherstel. ‘Het was een behoorlijke klus’, zegt Hoen. ‘De isolatie moest verbeterd worden, het verrotte hout worden vervangen, de ornamenten moesten geschilderd en het huisje moest worden ontdaan van schimmel en asbest. De trap in Amsterdamse schoolstijl wordt geïnstalleerd en de dakbedekking is ook weer aangebracht. De restauratie duurde een jaar en het huisje kan er na de restauratie weer een tijd tegenaan. Mooi is ook dat het weer een functie krijgt die recht doet aan het verleden: hier komt een culturele veerdienst die bezoekers aan de stad naar culturele locaties brengt.’

Lees meer over de Cultuur Ferry.

Auteur: Koos de Wilt
Dit artikel verscheen eerder in Zeemagazijn juni 2022.
 

Het Scheepvaartmuseum maakt gebruik van cookies. Meer weten? Lees onze cookieverklaring.