Marine-arts Johannes Pompe van Meerdervoort (1829–1908) experimenteerde tijdens zijn verblijf in Japan met fotografie. Recent onderzoek werpt een nieuw licht op zijn fotografische experimenten.
Gepaste trots
‘Ik neem de vrijheid [u] in wetenschap te stellen dat het mij eindelijk gelukt is met het photographisch instrument van het gouvernement eenige voldoende beelden te vervaardigen.’
Aan het woord is marine-arts Johannes Pompe van Meerdervoort. Met gepaste trots stelt hij de commissaris van de Factorij van de Nederlandse handel op Dejima, Jan Hendrik Donker Curtius, op 20 december 1859 per brief op de hoogte van zijn vorderingen. Ondanks deze en andere aanwijzingen dat Pompe zich in Japan met fotografie bezighoudt, is lange tijd aangenomen dat er geen resultaten van zijn hand bewaard zijn gebleven. Recent onderzoek werpt een nieuw licht op Pompes experimenten.
Geneesheren onderwijzen fotografie in Japan
Op 21 september 1857 zette jonkheer Johannes Lidius Catharinus Pompe van Meerdervoort (1829–1908) voet aan wal op Dejima. Als Officier van Gezondheid 2de klasse maakte hij deel uit van het tweede marinedetachement dat op verzoek van de Japanse autoriteiten naar Nagasaki was gezonden. Met training en onderwijs hielp dit detachement Japan bij de opbouw van een moderne marine. Pompe stichtte een hospitaal naar westers model en onderwees Japanse studenten in geneeskunde, schei- en natuurkunde, anatomie en verbandleer. Net als zijn voorganger, Jan Karel van den Broek, onderwees Pompe de studenten ook in fotografie.
In de brief van 20 december verzocht Pompe Donker Curtius om de levering van voor de fotografie benodigde chemicaliën. Vanwege de ‘herhaalde proefnemingen’ was de aanwezige voorraad zo goed als opgebruikt. Ook liet hij hem weten voornemens te zijn een fotoalbum te vervaardigen met ‘Japansche Types en Gezichten’. Dat Pompe voortvarend te werk moet zijn gegaan, blijkt uit een schrijven van Albert Bauduin, agent van de Nederlandse Handelmaatschappij op Dejima. In januari 1860 laat hij zijn zussen in Nederland weten dat Pompe zich op de fotografie heeft toegelegd. In een volgende brief voegde hij een door Pompe gemaakt portret bij.
'Een magere zwarte schaduw'
Bauduin was niet de enige die melding maakte van Pompes experimenten. Ook Matsumoto Ryōjun (1832–1907), lijfarts van de shogun en toezichthouder van Pompes studenten, verwees naar een fotografisch resultaat van de Nederlandse geneesheer. Niet erg onder de indruk, noemde hij het voortbrengsel een ‘magere zwarte schaduw’. Ondanks deze aanwijzingen ontbrak tastbaar bewijs van Pompes experimenten op het gebied van fotografie. Het album met Japanse ‘typen en gezichten’ kwam er niet. Wel publiceerde Pompe na terugkomst in Nederland het geïllustreerde Vijf jaren in Japan, waarin onder meer lithografieën van personen uit verschillende sociale klassen zijn opgenomen. Pompe stelde het boek samen op basis van zijn herinneringen. Zijn Japanse verzamelingen gingen namelijk verloren toen de Calypso in januari 1863 schipbreuk leed. Maar liefst achttien kisten met ‘voorwerpen van wetenschappelijke aard’ gingen in de golven ten onder. Het is niet onwaarschijnlijk dat zich daartussen ook foto’s bevonden.
Johannes Lidius Catharinus Pompe van Meerdervoort
Zelfportret in Nagasaki, december 1859
Zoutdruk, 10 x 13 cm
Collectie Erfgoed Leiden en Omstreken, Inventaris van het archief van de familie Pompe van Meerdervoort, 1655-1973, toegang 0219, nummer 218_0077
Tastbaar bewijs
Een portret dat Pompe in december 1859 via Hongkong en Marseille naar zijn ouders in Voorschoten stuurde, was een gelukkiger lot beschoren.* Dit wordt, samen met de enveloppe, bewaard in het archief Erfgoed Leiden en Omstreken. De vouwlijnen in de ovale foto — zeer waarschijnlijk een zelfportret — tonen aan dat deze precies in de enveloppe paste. De poststempels op de enveloppe laten zien dat de foto (een zoutdruk) in of voor december 1859 gemaakt moet zijn. Daarmee zou dit zelfportret het enige tastbare bewijs zijn van Pompes fotografiepraktijk in Japan en zeer waarschijnlijk de oudst bewaard gebleven foto die daar door een Nederlander gemaakt is.
Dit artikel is verschenen in Fotografisch Geheugen #118: Dejima en is geschreven door Sara Keijzer, conservator fotografie en film bij Het Scheepvaartmuseum.
De foto is onderdeel van de tentoonstelling Ekō - Japan in twee beeldverhalen, samen met een verzameling historische fotografie uit Japan uit dezelfde tijd.
*Erfgoed Leiden en Omstreken 0219 Inventaris van het archief van de familie Pompe van Meerdervoort, 1655-1973, nr218. Er bevindt zich in deze toegang ook een uitgeknipt rond portretje (circa 3 cm) van Pompe. Mogelijk stuurde hij het samen met het ovale portret naar Nederland, maar dit is niet met zekerheid te stellen.